vrijdag, november 24, 2006

Cogito ergo curso (ik denk dus ik ren)

Op de treadmill in de gym kijk ik twee keer per week, één uur lang neer op het hectische voet-verkeer van Orchard Road zeven verdiepingen lager. Ik ren samen met de good looking gay muscle men en de spierige sportieve dames die naast de treadmill zich ook bezig houden met home trainers, roei machines, gewichten, en ander gym-spul. Daar doe ik niet aan mee. Ik ren alleen.

Ik maak me geen illusies. Ik zag laatst een marathon op TV waarin een dame de 42 klicks deed in minder dan drie uur. Omgerekend had ze gemiddeld 16 km/uur gelopen. Ik kan dat nog altijd niet geloven. Als ik mijn ratten-radje richting 16 km/uur breng, dan val ik er bijna vanaf. Dat iemand dat meer dan twee en een half uur volhoud lijkt me niet menselijk. Misschien is die treadmill gewoon fout en loop ik feitelijk veel sneller (en dus verder) dan het LCD schermpje aangeeft.

In eerste instantie ben ik erop uit om mijn hersens te rebooten. Ik ben dag en nacht bezig met het oplossen van ingewikkelde wiskundige vraagstukken (lees: ik schrijf software), en dan is het prettig om zo nu en dan je verstand op nul en blik op oneindig te zetten.

In het begin deed ik puffend en steunend een half uur tegen 8 km/uur. Maar vorig jaar deed ik al een halve marathon (21 km) in net iets meer dan twee uur. Dat is ongeveer 10.5 kilometer per uur. Maanden lang kwam ik wel steeds verder maar ik kon niet sneller. Zodra ik de mill op 10.7 km/uur zette, werd het binnen 5 minuten opeens slap in mijn benen.

Recentelijk is het me gelukt 10 kilometer tegen 12 km/uur te doen. Dat wil zeggen, ik liep 10 kilometer in 50 minuten. De truc: “System of a Down”. Dat is een punk bandje uit de VS (of was het de Oekraïne?). De muziek raast door mijn i-Pod met een snelheid van 165 beats per minute, wellicht op maat met mijn hart. Maar het werkt wel! De herrie houdt me op hoge snelheid: “Banana, Terracotta, Pie!”. Blij. Ik vind steeds meer gelijksoortige muziek die me op tempo houdt. De muziek van “Lard” doet het ook erg goed (vooral het liedje “Forkboy”). Ik ben aan het afdwalen, maar ik vindt die titels zo geinig.

Wat me nou opvalt, is dat ik tijdens het rennen de hele tijd mijn hoofd breek met de wiskunde van de loop zelf. Hoe ver moet ik nog in percentages, hoe lang is dat omgezet naar tijd; wat als ik nu switch naar een snelheid van 0.2 kilometer per uur sneller, hoe lang dan nog; en als ik nu nog één kilometer verder ren, op welke snelheid zit ik dan gemiddeld, etc.

Verstand op nul blijkt net zo onmogelijk als een marathon in 3 uur.