Een nieuwe baan vraagt natuurlijk altijd even wat omschakeling van de eigenaar. In dit geval kostte het de persoon in kwestie geen enkele moeite zich onmiddellijk thuis te voelen. De pipetten die ik begin november aan de wilgen hing, hangen daar nog steeds prima en de verse studenten die ik in de hoedanigheid van Life Sciences coördinator het vuur aan de schenen leg, heb ik nog geen moment horen klagen. Sterker nog, sinds ze ontdekt hebben dat ik nu ook de verantwoordelijke persoon ben voor de vragen op de toets, zijn de pepernoten en kerstkransjes niet van de lucht. Vooralsnog ben ik onomkoopbaar (uiteraard tot het moment dat ze echt met iets lekkers aankomen).
Waar ik wel even aan moest wennen, was het werken aan de computer. Nou zat ik in Nijmegen en Utrecht ook regelmatig te typen, maar dat deed ik op een laptop waar scherm en toetsenbord zich dichtbij elkaar bevinden en het geheel bij slechter zicht tot aan de buik en de neus tot op het scherm gedrukt kan worden. In Maastricht kreeg ik een gloednieuwe computer voorzien van tft-scherm met een nogal kort electriciteitssnoertje, danwel een te ver afgelegen stopcontact. Er was slechts één plek op het buro waar het scherm zo kon staan dat het voorzien werd van de broodnodige voeding en ik er zonder al teveel draaien op kon kijken. Aan het begin van de dag begon ik dan heel enthousiast met het beantwoorden van zakelijke emails en het invoeren van afspraken in mijn electronische agenda. Maar naarmate de dag vorderde en het werk interessanter maar ook ingewikkelder werd, begonnen mijn ogen het moeilijker te krijgen. Aan het eind van de dag sloeg de hoofdpijn genadeloos toe, voor mij een teken dat het de hoogste tijd was op huis en eten aan te gaan. Maar aangezien de hoofdpijn zich steeds vroeger op de dag begon aan te dienen, leek het me verstandig een structurelere oplossing te bedenken.
Op de site van de arbodienst zocht ik naar de perfecte instelling voor mijn stoel, de voorgeschreven afstand van mijn toetsenbord en scherm, de juiste zithouding. Een volle dag was ik bezig alles in te stellen zoals het hoorde, maar de hoofdpijn bleef. De spanning van de nieuwe baan ervaarde ik niet als stress, ik kon me dan ook niet voorstellen dat dát de oorzaak van alle ellende was.
Gelukkig had Ritchie, de vaste brillenboer van Edouard en Matthijs, uitverkoop en gratis oogmetingen, dus besloot ik daar mijn geluk eens te beproeven. Met mijn kin op een bakje waar velen kinnen voor mij hadden gelegen, met mijn voorhoofd tegen een houdertje waar vele hoofden voor mij hadden gezweet en met mijn ogen voor een piepklein gaatje waar een ellendig fel lichtje doorheen scheen, probeerde ik, zoals de brillenman mij opgedragen had, niet te knipperen. Vervolgens werd ik meegevoerd naar een ruimte vol futuristische oogmeetapparatuur, waar ik lettertjes moest lezen. Eerst met mijn ene oog en daarna hetzelfde rijtje met mijn andere oog. Dat tweede oog ging steeds veel beter, omdat ik het rijtje uit mijn hoofd kende. Vervolgens moest ik uit twee beelden steeds het beste beeld kiezen. "Wat zie je beter, 1 of 2?" Na twintig keer zag ik het echt niet meer. Bovendien brandde nog steeds dat lampje van de eerste meting op mijn netvlies.
Eindelijk werden alle martelwerktuigen opzij geschoven en keek ik afwachtend in het bebrilde gezicht van meneer Ritchie die er wat moedeloos uitzag. Hij kon niks vinden, alles was in orde. Wanneer had ik ook alweer last van hoofdpijn? Tijdens het werk aan de computer? Ineens begonnen zijn ogen te stralen. "Kom eens mee!" Ik werd achter een computer gezet, kreeg een esthetisch onverantwoord geval op mijn neus gezet. De poten werden aangeschoven, waardoor mijn oren naar voren werden geduwd en ik als een menselijke Dumbo schaapachtig naar het scherm zat te staren. Er werden twee glazen in het apparaat geschoven en ineens ging er een wereld voor me open. Het scherm werd scherp, mijn ogen kwamen tot rust. Grijnzend stond meneer Bril naast me te knikken. "Dat is 'm, he?!" Er hoefde alleen nog maar een montuur uit
gezocht te worden.
gezocht te worden.De eerste werkdag met bril was een ramp. Mijn ogen deden alles behalve door de bril kijken. Ernaast, eroverheen, ertussendoor, onderlangs, ik wist niet dat mijn ogen dat allemaal konden. Pas toen ze ontdekten dat de letters door het glas heen een stuk groter zijn en dus makkelijker te lezen, wilden ze het wel proberen.
Nu ben ik volledig hoofdpijnvrij, zie er een stuk intelligenter uit en bovendien een stuk strenger. Die studenten worden nog wel eens bang voor mij!
.jpg)