Camilo (6) ziet onderweg op Sardinië nogal wat krotten: “Kijk, daar is een gestorven huisje!” Daarna: “Dit zijn huizen zoals in Oekraïne.” En tenslotte: “Nou, bij Peppa Big waren de huisjes in Italië toch wel wat mooier...”
Sofía ziet
een stoffig fabriekje: “Ik wou dat God er een keer een doekje overheen haalde.”
Sofía: “Ik
wil wel weer terug naar ons eigen land, maar ik denk wel dat we weer aan de
cultuur moeten wennen.” Als ze hoort dat ze op donderdag gewoon weer naar de
BSO moet, zegt ze: “Ik heb ineens helemaal geen zin meer om naar huis te gaan.
Ik blijf gewoon hier als bedelaar.”
Sofía: “Misschien begin ik er een beetje vroeg over, maar hebben jullie al plannen voor de vakantie van volgend jaar?"
Maar aan alle vakanties komt tenslotte toch een einde. Matthias moet op zondagochtend alvast een proeftoets maken. Hij: “Is er ook een cursus “Hoe vermoord ik mijn ouders zonder dat ze veel lijden”?”