Loes heeft Milo verteld dat ze naar de kinderboerderij gaan, een kwartiertje fietsen van hun huis vandaan, dwars door het bos de Delftse Hout. Op de hoek van hun straat komt een vrouw hen op de fiets tegemoet. Vraagt Milo: “Mevrouw ook naar de kinderboerderij geweest?”
Milo: “Hielelepiep, hoera!”
Milo en Loesje lezen samen een prentenboek over een krokodil. Milo: “Krokodil
heeft grote tanden! Maar kan niet bijten want is op de boekje!”
Loesje krabt aan haar hand. Milo: “Nee, niet krabben mama! Handje au
krijgt! Ik ga kusje geven!”
Milo ziet een zilvervisje op de trap. “Mama, mag ik stampen?” Loesje: “Nee,
dan gaat hij dood, dat is een beetje zielig.” Milo: “Mag ik zachtjes doodjes
maken?”
Sofía denkt ook een beestje op de trap te zien. Loesje: “Nee, dat is een
pluisje!” Sofía: “Stout pluisje! Hij had zich vermomd!”
Sofía houdt niet van de geur van yoghurt met muesli. “Niemand mag naast me
zitten. Ik heb muselieziekheid!”
Sofía vertelt dat ze verliefd is op een jongetje in haar klas. “Ik mag op
schoot zitten zonder te vragen. En als ik zijn tekening zie vraag ik altijd:
van wie is deze tekening? En dan gaat hij mij kietelen.” Loesje: “Ben je echt
verliefd?” Sofía: “Nee hoor, grapje, ik doe maar net alsof!”