
Ik help al een paar jaar mee met
DataKind Singapore, we zijn een soort pro-bono datascience organizatie. We werken met honderden professionals die zich vrijwillig inzetten voor non-profits, charities en de social sector.
Sinds de geboorte van Aiden werk ik op een super laag pitje (officieel heb zelfs ik mijn ontslag aangeboden).
Echter, toen er door het core-team een trip naar Mount Bromo in Indonesië gepland werd, kreeg ik jeuk om mee te gaan. Dit soort vakantie is niets voor Katelyn, maar het leek me leuk om Elsa eens te polsen voor een wat outdoorsy backpacker style vakantie. Elsa vindt alles prima als er maar een doosje rozijnen meekomt, en mijn collegae vonden het geweldig dat ik Elsa meenam op de trip.

En het was een mega succes. De eerste dag beklommen we meteen de vulkaan, en op dag twee gingen we de berg aan de overkant van de vulkaan op. We hadden vooral op dag één behoorlijk slecht weer (regen en koude wind), en dat maakte het allemaal wat moeilijker, en slipperiger en dus zwaarder.
Ik droeg Elsa in een soort kinderzitjerugzak (een geweldige hand-me-down van vrienden). Elsa vond het prima. Ze had het de eerste dag wat koud, maar op dag twee moedigde ze het hele team aan als een soort slavendrijver vanuit een draagtroon: "Let's go everyone! Chopchop, Raymond!" (
chopchop is colloquial for hurry up)
Het laatste stuk van de vulkaanklim was een paar honderd stappen op een uitgehakte trap. Het was wat zwaarder dan ik had verwacht, met die twintig extra kilo's op mijn rug. Mijn kuiten doen nu nog zeer, alsof ik weer aan het ultra-marathon trainen ben.
En toen waren we boven.
Elsa kwam uit de rugzak geklommen om rond te kijken. Maar we bleven niet al te lang aan de top. De krater stonk ontzettend naar de
H2S, en het was er best gevaarlijk – stijl naar beneden aan beide kanten, zonder een goed beschermend hek.

Nadat we de trap af waren, besloot Elsa dat ze zelf wat ging lopen. Ze begon, eerst heel voorzichtig, maar snel steeds moediger aan haar eigen afdaling. Ze heeft een flink eind afgelegd. Tegen het einde ging ze regelmatig net iets te ver; dan versnelde ze, of ze probeerde over een iets te grote aardscheur te springen (met stevig mijn hand vast was het nooit echt gevaarlijk). Ik vond het prachtig, dit is helemaal mijn dochter. Niets van Katelyn.
Toen begon het weer hard te regenen, en werden we allemaal nat en koud en kleum. Elsa bewees wederom helemaal mijn dochter te zijn: Ze huilde van kou, en de ellende, en van de honger na alle inspanning.
Maar dat kan geen kwaad, want als je eerst wat moet afzien, dan is het extra genieten als je het daarna weer goed hebt..