donderdag, januari 13, 2022

Das war einmal

Ach ja. Ze gaan één voor één de pijp uit, de popsterren van de radio uit de jaren '50 en '60. Ik denk dat we jaren '50 al zo'n beetje gehad hebben, omdat ik de laatste tijd vooral deuntjes uit de jaren '60 op het journaal hoor. In het begin van de jaren '60, de doorbraak van de Beatles: die maakten we liggend op de vloer van "de kamer van A3n" in de Ridder van Cuijckstraat mee. Daar stond een oude "vliegtuigradio" met een grote ronde antenne (zo groot als een band van een kinderfiets), die op zondagmiddag gedurende één uur de top 20 uitzond via Radio Luxemburg (op z'n Engels uitgesproken). Een deuntje van Cliff Richard (binnenkort een posthuum op het journaal verwacht ik) kondigde het programma aan en dan hoorden we hoe het de nieuwste hits verging. Margriet, daarna Marleen en Beppie hielden een plakboek bij waarin ze de titels van de deunen noteerden. Er werden plaatjes bij geplakt, uit de "Muziek Express", dat blad werd dus zo nu en dan gekocht. Ik gok als cadeautje voor haar zusjes door A3n, van haar eerste loon als secretaresse bij de Remington. Ik dacht dat ik dat plakboek hier in de kast had staan, maar nu ik hem zoek... niet te vinden. Misschien meegegeven aan één van jullie? A3n en Richard waren trouwens tijdens die zondagse luistersessies niet van de partij, die vergooiden hun tijd niet aan "beatmuziek". Dat éne uurtje in de week herinner ik me als elektrisch, we zogen die muziek - in alle stilte overigens - naar binnen, mijn liefde voor muziek moet daar ontstaan zijn. Buiten de popliedjes zelf zal de welhaast religieuze toewijding van mijn zussen aan dit nieuwe fenomeen "hitparade" daar ook wel debet aan zijn geweest. Later in het decennium zorgden "piratenzenders" als Radio Caroline en Radio Noordzee voor méér gelegenheden om naar popmuziek te luisteren en werd pop al wat gewoner, de elektriciteit verdween met de jaren. Je kon het je veroorloven om sommige liedjes maar "stom" te vinden en persoonlijke voorkeuren te ontwikkelen. The Stones waren bijvoorbeeld stom (niet voor niets "gecanceld" in mijn middelbareschoolagenda, zie beneden) en The Beatles waren geweldig. The Pretty Things waren "vies", Herman's Hermits "leuk".  Het spreken in chocoladeletters (supercool, vet, ziek!) was nog niet uitgevonden. 




Rich bracht een platenspeler in huis voor zijn herbertvonkarajantjes en horowietsjes, daarnaast kwamen er  voorzichtig wat popsingeltjes in huis. Ze staan hier in de kast. Op elk singeltje staat de naam van wie het was; je moest natuurlijk niet denken dat Beppy van de "Lovin' Spoonfull" hield en Michael van de "Buffoons" (haha! gekke Beppie). Ik denk niet dat ik ooit zelf een singeltje heb gekocht, dat was véél te duur. Ramses Shaffy kregen we met Sinterklaas van mama, daar waren we heel blij mee... al moesten we dat bezit wel met "de drie kleintjes" delen. Het liedje was/is gelukkig leuk genoeg om op ons aller geloofsartikelenlijstje te staan. Twéé Gibbjes en Ramses zijn we al kwijt, de anderen treffen we binnenkort in de krant aan. Ik ging wél eens op de markt de platenwinkel in om te luisteren, via de handtelefoontjes aan de balie. Zogenaamd om "te kijken of ik die wil kopen". Als de winkelbaas echter dóór had dat je helemaal niks ging kopen, werd je de winkel uit gejaagd. Pas in de jaren '70 durfde ik daar weer naar binnen te lopen om mijn eerste LP's te kopen. 

Vandaag reed ik met A3n langs de friettent waar we naartoe gingen toen we nog in de Ridder van Cuyckstraat woonden. Tegenwoordig heet hij Golden City cafetaria, vroeger was dat iets met een "H", of een "B"? Daar stond een jukebox. Ik werd er altijd op uitgestuurd om friet te halen, waarschijnlijk onder het dreigement "alleen als JIJ het gaat halen". In de jukebox zaten in de vroege jaren '60 al die leuke liedjes die ik kende van de hitparade op de radio en ik was altijd héél blij, als een medeklant tijdens het wachten op de bestelling achteloos drie liedjes intoetste. Hoe konden die bands zoiets moois maken! Zelf had ik het geld niet om van het apparaat gebruik te kunnen maken. Later wist ik geld uit het zondagse pak van papa (voor de collecte) te jatten en had ik wél het benodigde kwartje voor de jukebox. Toen merkte ik evenwel dat het niet het geld was dat mij daarvan weerhield. Ik wilde héél graag mijn muziek horen, maar... niet in het openbaar. Dat iemand me op mijn voorkeur zou kunnen betrappen, dat lag blijkbaar heel gevoelig. Misschien is daar weinig aan veranderd. Ik houd nog steeds van de Beatles en daar is inmiddels wel een heleboel bijgekomen. Neem alleen al de hele riedel van pakweg Josquin tot Prokofiev. Dat mag iedereen weten. Maar echt luisteren doe ik nog steeds het liefste alleen. 

Binnenkort zijn mijn pophelden aan de beurt voor een in memoriam: Joni Mitchell, Paul McCartney, Paul Simon etc. etc. tot vér in de jaren '70 met Ian Anderson (Jethro Tull), Peter Gabriël (Genesis) etc. etc.. Dat mijn klassieke helden dood zijn, dat was me al bekend vóórdat ik van ze ging houden. De zangeres van The Ronettes kan me gestolen worden, het laatste broertje Gibb wuif ik vrolijk uit. De rest gaat vast een beetje pijn doen. Das war einmal. Eerst gaan je helden, daarna ben jij aan de beurt.