Milo: “Hé mama, niet billen op mijn klaps geven!”
Milo: “Sofía heeft ze dáár geloegen.”
“Milo, waarom zeg je toch de hele dag
poepkak?”
Hij: “Nou, dat is mijn eigen woord...., poepkak.”
Hij: “Nou, dat is mijn eigen woord...., poepkak.”
Loes legt haar zoon in bed en zegt hem dat hij de allerliefste is. Hij wil
iets liefs terugzeggen, stottert een beetje en zegt dan: “En jij krijgt van mij
de groetjes!”
Twee zusjes uit haar klas, een tweeling, hebben Sofía voor de zoveelste
keer gevraagd om op woensdagmiddag bij hun te komen spelen. Op dinsdagavond
zegt ze bezorgd: “Ze vragen het al vier
jaar. Maar ik wil niet bij ze spelen.
Ik heb misschien gezegd, maar dat
hebben ze denk ik niet begrepen. Maar ik heb morgen klassendienst, dus als ik
héél langzaam veeg, zijn ze het misschien vergeten en gaan ze naar huis...”
Milo stapt naar buiten: “Hé, het heeft gerogen!”
Loes belt in de gang met de assistente van de huisarts, Milo zit in de
huiskamer met lego te spelen. Intussen luistert hij naar Cats, en zingt zelf uit
volle borst mee. De assistente zegt ineens: “Mag ik wat vragen, hoor ik daar nu een
papegaai of een kind?”