zaterdag, januari 27, 2007

wie kraakt de code?

ik ben ?. ik woon met papa en mama in een huis.in de tuinbouw straat.mijn papa en mama heten jeroen ,es.



weet je al wie ik ben?















lisa?

TJA IK VINT HET WEL LEUK OM IEMAND IN DE MALING TE NEMEN.

vrijdag, januari 26, 2007

Een persoon waarmee ik regelmatig telefoneer, heet meneer Loh. Dat is een redelijk normale naam hier. Als hij me opbelt, dan zegt hij “Loh speaking.”

De keuzes voor mijn antwoord zijn:
1. “Hello Loh...” (hellolo) of
2. “Hi Loh...” (high-low) of
3. “Hey Loh...” (Hello)

Dus heb ik mezelf geleerd te zeggen “Yes, Loh, how are you?”

In Thailand kreeg ik eens een naam kaartje van ene meneer “Porn Pot”. En dan moet je dus een strak gezicht houden als je zijn naam hoort/leest.

donderdag, januari 25, 2007

tegenstrijdig

Van veel woorden is een tegenovergestelde te bedenken. Elk woord heeft een tegenpool, simpelweg dankzij het voorvoegsel 'on'. En steeds betekent de 'on'-variant, niet te verwarren met 'onvariant', dat niet bestaat, het absolute tegenovergestelde. Maar laatst ontdekte ik één opmerkelijke uitzondering.

Ik had altijd al moeite met dit woord en gebruikte deze en de 'on'-variant ervan willekeurig door elkaar. Gelukkig heb ik dus gemerkt dat ik ten eerste niet de enige ben en dat ten tweede de beide woorden door elkaar gebruikt mogen worden. Ze betekenen immers nagenoeg hetzelfde.

Goed, de nieuwsgierigheid groot genoeg gemaakt? Het gaat om het woord en zijn tegenpool:

willekeurig en onwillekeurig

Zoek maar op in een woordenboek. Opmerkelijk, nietwaar?

heid

Vraag over onze Nederlandse taal:

Als gevolg van een ernstig ongeval zijn drie mannen dood.
De doden zijn tussen de 18 en 24 jaar.
De exacte oorzaak van hun dood, de doodsoorzaak, wordt nog onderzocht.

Als gevolg van een ernstig ongeval zijn drie mannen doof.
De doven zijn tussen de 18 en 24 jaar.
De exacte oorzaak van hun doof, de doofsoorzaak, wordt nog onderzocht.


Wie kan mij vertellen waarom hier ineens 'heid' om de hoek komt? Of wie kan mij vertellen waarom we nooit spreken over doodheid?

dinsdag, januari 23, 2007

Laat stormopschepverhaal

Het was echt eng hoor! RJ en ik hebben donderdag 18 januari rond vijf uur 's middags een rondje door het bos gemaakt. Er lagen toen al verschillende bomen om. Ik durfde door sommige delen van het bos niet meer te lopen. 's Avonds werd het toen nog erger, maar in huis vind ik het alleen maar spannend om naar zo'n storm te kijken. We konden toch geen tv kijken, de schotel was gekanteld door de wind. We hebben nu wel www.uitzendiggemist.nl ontdekt, via internet naar het journaal kijken! Ons huisje kan er tegen, de pergola is blijven staan en het dak van de schuur ligt er ook nog op.



Er zijn drie ruiten uit de kas



De schotel wordt opnieuw naar zijn satellieten gericht,
Maar … de vuilnisbakken zijn blijven staan.





Er zijn zeker tien bomen omgegaan. Rechts zie je de stronk van de allergrootste. Het was wel een beetje domino, de ene kiepte de anderen mee om.

Jurassic Park

De universiteit van Nijmegen timmert hard aan de weg. Stukje bij beetje worden de oude gebouwen weggehaald en komen er nieuwe voor in de plaats. De aanpak is simpel en slim. Er wordt een deel van de oude bebouwing neergehaald en vervolgens wordt er op die plek een hele nieuwe vleugel uit de grond gestampt alvorens men overgaat tot het volgende sloopproject.
Toen ik hier in augustus begon waren ze druk bezig met de bouw van een prachtig nieuw complex. Ik vond het bijna jammer dat ik al een baan had en niet daar aan de slag mocht. Inmiddels zijn we een paar maanden verder en is het sloopproces hervat. Als gevolg daarvan viel niet zo lang geleden tot twee keer toe de stroom uit. Binnen de universiteit, maar ook in een groot deel van Nijmegen. Mijn laptopje loopt op batterijen en gelukkig was de NS niet getroffen, dus veel last had ik daar niet van.
De laatste tijd is dat wel anders. Ik heb nu vele malen per dag een "Jurassic park ervaring". Ik weet niet of jullie die film kennen, maar er is een scene waarin twee kinderen naar een glas water kijken. Zacht klinkt in de verte een dreun, waarop het water in het glas trilt. Niet lang daarna verschijnt de eerste dinosaurus ten tonele.
In mijn geval is het glas water een kop thee en trilt niet alleen de vloeistof in mijn kopje, maar bibber ik zelf ook regelmatig van mijn stoel. Turende door een microscoop zie ik af en toe hele verrassende dingen als het beeld, door een trilling, plotseling verschuift. Regelmatig verslikt zich iemand als de dreun gelijk komt met het nemen van een slok.
De trillingen blijken veroorzaakt te worden door het grote gevaarte dat zo'n 75 meter verderop grote happen uit een oud gebouw neemt. Maar ik kan het niet helpen, ik tuur regelmatig uit het raam in de verte, op zoek naar die dinosaurus die nu toch ieder moment in beeld zou moeten verschijnen.

Stormachtig nieuws

Omdat er nog steeds geen baby is op de Oisterwijkstraat maar dat kleine beetje stormnieuws vermelden dan....
Puck vond het niet leuk! Bij het ophalen van het kinderdagverblijf (is aan de overkant van de straat) liep ze tussen Bas en mij in aan 2 handen en dat was maar goed ook. met de wind in de rug werd ze echt vooruit geblazen en waaide bijna weg! Dat was dus bijna schade.
De echte schade was 2 verschoven dakpannen en de klimop half van de schutting gewaaid. Dak van de zandbak gewaaid en een scheef gewaaide boog waar een roos tegen aan groeit. Het eerste probleem is zeer vakkundig en met halsbrekende toeren, waar ik overigens niet naar de durfde te kijken, opgelost door de heer des huizes. De klimop is gisteren door de zelfde heer des huizes en zijn vader weer aan de muur, waar op vastgegroeid was, bevestigd. Ik hoop dat het ingenieuze spanwerk het houdt. De klimop is namelijk een van de redenen waarom de muur (die onze tuin scheidt van de brandgang) blijft staan. Als je een beetje hard tegen de muur duwt dan voel je het zaakje heen en weer gaan.
De deksel vanm de zandbak ligt nu onder een grote steen en er moet wel een hele flinke storm komen wil dat gaan wegwaaien.
En dat boogje...... is niet erg. Het is lelijk en gaat in het voorjaar toch weg uit de tuin om plaats te maken voor wat meer speelruimte voor Puck en Flupke! Een ieder die interesse heeft mag zich melden!
Groet
Klaartje

Postzegels

om een nieuwe rubriek te starten:

Gevraagd: postzegels
maakt niet uit van welke waarde, welk jaar of welk land,
ik spaar alle soorten en maten,
Nederland, Singapore, Zuid-Amerika, Engeland, Australië, noem maar op,
nog steeds.

Ooit heb ik de postzegels van Opa gekregen. Die koester ik. En nog steeds probeer ik m'n verzameling langzaam maar zeker steeds groter te maken. En soms hoor ik van mensen ineens "oh, spaar je nog, ik dacht,..." vandaar dus deze advertentie, want ja, al lijkt het een kinderachtig filifilatiliïstisch iets, ik blijf trots op die verzameling niet-meerplakkende plaatjes met gerafeld randje.
Dus mocht iemand post ontvangen anders dan over de e-mail, dan zou ik graag ooit het afgescheurde stukje envelop met de postzegel erop willen hebben, wanneer je die anders toch maar weg zou gooien.
Ook namens Lisa die inmiddels ook spaart en dan weer met mij kan ruilen, bedankt!

maandag, januari 22, 2007

Be prepared

Voor de zekerheid nam ik de bus naar het station nadat ik vorige week tijdens de eerste storm, die volledig in het niet valt bij die van afgelopen donderdag, bijna vanaf de brug de IJssel in waaide. Zonder problemen meldde ik mij op de gewenste tijd op mijn werk. De dag kabbelde voort en zoals iedere dag, wierp ik in mijn pauze een snelle blik op de NS site. Inmiddels ben ik een geoefend reiziger en kan ik al 's middags van de site aflezen of ik 's avonds een voorspoedige reis zal hebben. Alle vetgedrukte, roodgekleurde waarschuwingen kwamen me tegemoet gesprongen. Veel vertragingen en uitval van treinen door de storm. Met name in het westen leek het goed mis. Een aantal van mijn collega's moet naar Utrecht. Ik voelde me een echte held, zoals ik de een na de ander waarschuwde op tijd naar huis te gaan, terwijl ik zelf op mijn post bleef. Ook Ton, die vanuit Utrecht met de trein naar Zwolle moet, riep ik rond het middaguur al op de reis naar huis te aanvaarden. Nadat de waarschuwingen ook op de radio ernstige vormen aan begonnen te nemen, besloot ik om kwart voor vier mijn spullen te pakken. Met slechts een verwaaid kapsel bereikte ik zonder enige problemen het station. Daar was de trein naar Zwolle van twee minuten voor vier nét weg. Toevallig kwam ik twee collega's tegen die beiden naar Utrecht moesten. We bespraken onze kansen vandaag nog thuis te komen en we waren het er alledrie over eens dat het voor hen moeilijk ging worden, maar dat het mij nog wel zou lukken. Ondanks dat er in Nijmegen gewaarschuwd werd dat er geen treinverkeer meer mogelijk was tussen Arnhem en Utrecht, besloten zij toch een kans te wagen en hun geluk in Arnhem te beproeven. Terwijl ze in een gereedstaande trein stapten, begaf ik me naar het perron voor de trein naar Zwolle. Ik kroop weg achter een reclamebord en zag regenvlagen en wegwaaiende mensen aan mij voorbij gaan. Maar ik stond uit de wind.
Ik zag hoe de trein naar Arnhem, waar mijn collega's in zaten, bleef staan, ik zag hoe, na 20 minuten, alle inzittenden hun spullen bij elkaar zochten en de trein weer verlieten, ik zag de reizigers met bedrukte gezichten de trap op slenteren en al die tijd stond ik, met een steeds groter aantal wachtenden om mij heen gelaten op de trein te wachten die nooit zou komen. Na een uur werd het de mensen om mij heen teveel. Er werd gemopperd, gescholden, gevloekt. Een man was verstandig genoeg om naar de vertrekhal te lopen om daar te informeren of er nog een trein naar Zwolle zou gaan. Verder durfde niemand zijn post te verlaten uit angst dat het veilige plekje uit de wind door een ander ingenomen zou worden of uit angst de trein te missen die, volgens de uitgesproken hoop van velen, door een wonder alsnog binnen zou rijden. Maar de hoop bleek ijdel. De man die dapper genoeg was te informeren naar de stand van zaken, kwam terug om zijn collega-wachtenden van zijn bevindingen op de hoogte te brengen. Het contact met het station in Utrecht, waar alle omroepberichten vandaan komen, was verloren gegaan. Al ruim een uur deed de verkeersleiding verwoede pogingen aan de wachtenden in Nijmegen door te geven dar er ook tussen Nijmegen en Arnhem geen treinverkeer meer mogelijk was. Toen wij druppelsgewijs het perron begonnen te verlaten, werd de verbinding eindelijk hersteld en pakten ook diegenen die nog steeds hoop hadden, hun tassen van de grond en begaven zich naar de overvolle stationshal.
De albert heijn to go, broodjeszaak, snackbar, free record shop en bruna deden goeie zaken, maar de beste zaken werden gedaan door de mobiele telefoon companies. Overal stonden mensen met hun telefoon aan hun oor. Geirriteerde blikken als de verbinding niet snel genoeg tot stand kwam, boos gegrom als, door overbelasting van het netwerk, het gesprek halverwege werd afgebroken. Ondanks de ontmoedigende aanblik, besloot ik ook een poging te doen met mijn mobiele telefoon een dak en bij voorkeur bed voor de nacht te regelen. Met Dirkje in Zuid-Amerika, bleef er één goede optie over: Michael en Ineke. De eerste blik op mijn mobiel leerde mij dat ik niet goed was voorbereid op deze ramp. Nog maar één streepje batterij, misschien net genoeg voor een snel gesprek. Ik zapte door mijn telefoonlijst op zoek naar de M. Maastricht, Matthijs, Meike, Muziekschool... Geen Michael. Ook de I, de T, de J, de E of de A leverden niks op. Ik was bang te weinig reserve te hebben om via Maastricht of Boxtel achter het goede nummer te komen, dus ik besloot voor de tweede beste oplossing te kiezen. Ik belde mijn "schoonvader" in Arnhem-Zuid. Die sprong, ondanks het weeralarm, onmiddellijk in zijn busje om mij op te halen. Terwijl ik in de stationshal op zijn aankomst stond te wachten, kwam ik beide collega's tegen die een poging hadden gedaan naar Arnhem te reizen. Dat was duidelijk niet gelukt. Taxi's waren eveneens niet meer te krijgen en de bussen reden nog slechts sporadisch. Ik moest ze teleurstellen wat betreft het busje dat mij op kwam halen, dat bevat slechts plaats voor een chauffeur en één passagier. Ze besloten nog een poging te wagen met de bus naar Arnhem te komen en lieten mij weer alleen.
In de verte zag ik de zilvergrijze bus mijn kant op komen. Ik wilde naar buiten lopen om hem tegemoet te gaan, maar ik werd tegen gehouden door beveiligingspersoneel. Niemand mocht het stationsplein op: rondvliegend puin. Inderdaad had ik af en toe wat voorbij zien komen, maar het leek niet levensbedreigend. Na wat soebatten mocht ik het plein op, op eigen risico. Als een ware Mario Brother rende ik, obstakels ontwijkend, dwars het stationsplein over, op weg naar mijn persoonlijke taxi. De man die dacht dat de vriendelijke chauffeur van deze bus voor hem stopte, was ik gelukkig net voor.
Op weg naar Arhnem-Zuid vertrouwde ik volledig op de stuurmanskunsten van mijn schoonvader. Met een jarenlange ervaring als vrachtwagenchauffeur leek hij mij de aangewezen persoon mij veilig thuis te brengen. Vakkundig ontweek hij vallende bomen, stuurde hij dwars door windvlagen en leek hij totaal geen last te hebben van de verblindende regen. Aangekomen bij het huis, haalde hij zelfs nog een paraplu tevoorschijn om mij droog binnen te krijgen. Vervolgens stapte hij opnieuw in zijn auto om voor ons drieën pizza te gaan halen, aangezien de pizza-jongens niet meer bezorgden. Nadat we gegeten hadden, ging hij naar buiten om de schotel vast te zetten met zandzakken, zodat wij knus televisie konden kijken.
Na een winderige nacht, waarbij de wind vooral buiten woedde, kwam ik om half 7 naar beneden. Normaal gesproken heb ik dan een reis van twee uur voor de boeg, maar in dit geval zat schoonvader al te wachten met de autosleutels in de hand. De treinen tussen Arnhem en Nijmegen zouden om 7 uur weer gaan rijden, maar hij zou me wel even naar mijn werk brengen. Twee uur eerder dan normaal kwam ik het lab in en kon ik mijn stormavonturen vertellen aan collega's die op hun fietsje naar hun huis in Nijmegen geploeterd waren en kon ik opbieden tegen de collega's die net als ik de trein hadden proberen te nemen. De twee lotgenoten op het station hadden eveneens de nacht doorgebracht bij hun schoonouders die in Bemmel en Duiven woonden.
Aangezien Ton in Utrecht gestrand was en ons nieuwe huis alleen de storm had moeten doorstaan, besloot ik bijtijds naar huis te gaan om de schade op te nemen. Die bleek reuze mee te vallen. Slechts een omgevallen kliko en een uit het netje gewaaid vetbolletje. Geen onoverkomelijke schade, aangezien de kliko leeg was en er nog geen enkele vogel in onze tuin gesignaleerd is.
Mijn les in deze? Zorg dat de batterij van je mobiel altijd opgeladen is. Zorg dat het telefoonnummer van je dichtstbijzijnde familielid in je telefoon geprogrammeerd staat. En bovenal, zorg voor voldoende afval, zodat de kliko niet om kan waaien.

Een kort gesprekje met de buurman leerde ons dat onze stormschade toch iets groter was dan gedacht. Toen hij op vrijdagochtend uit de nachtdienst kwam, werd zijn weg door het achteromgangetje versperd door een kliko, onze kliko.