Toen Roelof-jan en zijn zussen nog klein waren, gingen ze elk jaar, samen met hun ouders, op vakantie bij tante Mieke en oom Hans. Die woonden in de Betuwe en hadden daar een appelboomgaard, en oh ja, ook nog drie kinderen, een stel pleegkinderen en een hele hoop andere aanloop. Vier jaar geleden overleed oom Hans. Vorige week tante Mieke. Ik mocht haar graag, immers zij hield van plantjes en van borduren, dan heb je samen heel wat overeenkomsten.
Tante Mieke was jarig op 26 april. Dat is ook de dag dat je gewoonlijk de eerste koekoek in Nederland hoort en dat was in de familie van Roelof een vast gegeven: als je de eerste koekoek hoort, moet je tante Mieke bellen want dan is zij jarig. In Frankrijk hoorden we de koekoek al in maart. En Roelof vertelde over de telefoon dat het zelfs irritant begon te worden, steeds die koekoek. Hij zou tante Mieke maar eens gaan bellen. Hij was te laat.
Vanavond wandelde ik in de tuin, en luid en duidelijk klonk een koekoek. Drie dagen te vroeg. Op 23 april, de dag dat we tante Mieke hebben begraven.
zaterdag, april 23, 2011
vrijdag, april 22, 2011
HET NIEUWE ZIEKENHUIS IN DEN BOSCH
Als iemand met zijn kop tegen een glazen wand of deur oploopt, dan doet zo'n sufferd dat meestal bij de supermarkt, of de bank. Ik ben ook zo'n sufferd, alleen wilde ik niet bij een supermarkt door een glazen wand naar buiten rennen, maar in het spiksplinternieuwe ziekenhuis in Den Bosch. Opap had zijn pasje in Margriet d'r auto laten liggen en ik wilde dat snel gaan halen. KNAL!!! "Niks aan de hand", riep ik nog naar enkele geschrokken mensen, en rende vervolgens door een echte deur (nààst dat verdomde raam!) naar buiten. Het bleek echter toch wel nodig te zijn om een eerste hulp mevrouw naar beneden te halen, en een beveilingsambtenaar om een glaasje water te sturen en een zak met ijs. Dat ijs liet op zich wachten, waarschijnlijk wist niemand waar het nieuwe restaurant zich bevond (het ziekenhuis is nog niet officieel open, de echte verhuizing is pas volgend weekend) dus ik zat daar best een tijdje. Ik was de tweede persoon die door het glas naar buiten wilde lopen, maar wel de eerste patient van de EHBO afdeling! Overigens had ik me helemaal niet hoeven haasten om dat pasje, het bezoek aan opap z'n chirurg (Dr. Lips) liep echt wat uit. Ik heb zelf nog niet in de spiegel durven kijken, maar aan de geschokte blikken zie ik wel dat ik er niet uit zie. Ik moet vannacht om de twee uur gewekt worden, wie belt mij om drie uur en om vijf uur en om zeven uur? Vòòr die tijd zal Nick mij wakker maken, en om zeven uur kom ik er wel uit! Groetjes! A3n p.s. Nick heeft een foto van me gemaakt. Ik zal eens kijken of ik die hieronder kan krijgen. Hoe zou het eigenlijk met Erik z'n kromme vinger zijn?
Labels:
Stom Hè?
donderdag, april 21, 2011
Nieuws uit Taule vanuit Oudenbosch
Eind maart ben ik voor twee weken naar Frankrijk geweest. Voor het eerst helemaal gezond. Dat heb ik bewezen door in de omgeving van Taule, heuvel op heuvel af, te gaan rennen. Heerlijk om er weer bij te horen.
Ik ben nu weer ruim een week thuis, Roelof -jan is daar gebleven. Hij is de laatste tijd vooral bezig geweest met slopen.
We hebben een definitief plan voor het grote huis, dat inhoudt dat we de begane grond ook gaan gebruiken als woonruimte. Daarom moet het bordes worden afgebroken, zodat de ruimte daar achter een raam en openslaande deuren kan krijgen naar de tuin. Dat wordt de keuken. Om hetzelfde sfeertje te behouden dat het bordes aan het huis gaf, vervangen we het door een terras met dezelfde vorm met daarboven een balkon. De foto's:

Inmiddels is het bordes helemaal afgebroken. Na Pasen begint de aannemer met het maken van een nieuw terras en balkon. Dan kan hij meteen aan de gang in de schuur. Dat was het enige deel van het huis waar we nog niets gedaan hadden. En omdat we zo'n mooi plan hebben, past hierin een badkamer en slaapkamer. Maar eerst moest de schuur helemaal gestript worden. De foto's:

Intussen woont Roelof-jan in de annexe. Kijk maar naar de volgende serie:

Sorry, wel veel foto's deze keer. Maar ook een spannend verhaal. Ik heb in de tuin van Taule een eigen 'tuintje' gemaakt, met struiken en bomen uit Oudenbosch. Ik gaf dat tuintje water vanuit de put, op de hoek van het terrein. De put is erg diep, zeker vijf meter tot het water en hoe diep het water is dat weet ik niet. Elke keer een emmertje - aan een touw - erin en hijsen maar. Tot ik eens goed keek wat daar beneden nou zo bewoog. Het was een slang! En geen kleintje ook, polsdik en volgens mij zeker twee meter, RJ dacht anderhalve meter. De put was afgedekt met een zooi oude planken en we denken dat de slang daar onder wilde kruipen. En toen is hij - of zij natuurlijk - pardoes naar beneden gekiepeld. Die slang komt er nooit meer uit, de betonnen wanden zijn te glad en te steil, en hoe hijs je in hemelsnaam een slang op? Ik overwoog eerst om de brandweer te bellen. De brandweer is in Frankrijk zoiets als brandweer+politie hier, ze komen niet alleen bij brand, maar ook bij ongelukken. RJ voorspelde dat die hard zouden lachen. Nu hebben de Fransen een hekel aan slangen, net als ik trouwens, dus ik was bang dat ze hem - of haar natuurlijk - dan wel dood zouden maken. Ik ging zoeken op internet en vond een artikel van de regionale krant, zeg maar het Brabants Dagblad maar dan voor de Gers, een artikel over slangen. Met daarbij de naam en het mailadres van iemand die graag meldingen van het publiek had. Ik mailde hem, Laurent, met mijn verhaal en kreeg 's avonds al antwoord. De slang was een couleuvre, sorry une couleuvre en dus vanaf nu een zij. Adders zijn klein, deze was groot. Een soort ringslang of veldslang. En couleuvres kunnen in bomen klimmen! Laurent adviseerde me een heel lange stok in de put te zetten en dan met een fotocamera te wachten tot zij er uit kwam. De volgende dag voerde we dit uit, al bleek snel dat we twee lange stokken nodig hadden, aan elkaar gebonden natuurlijk suffie, anders ben je de onderste meteen al kwijt.
Ik had al gauw door dat daar gaan zitten met een camera niet echt zinvol zou zijn, onze couleuvre probeerde nog steeds via de betonwand omhoog te komen. Helaas moest ik daarna naar Nederland en toen RJ de volgende avond belde, zat de slang nog steeds in de put. Letterlijk en figuurlijk. Maar een dag later was ze verdwenen. RJ heeft meteen de put een beetje opgeruimd (met een hark aan een touw) en zij was niet verdronken dus is ze eruit geklommen. Ze mag niet de slimste geweest zijn, ze moet toch een knappe klimmer zijn, vijf meter bijna recht omhoog. Maar ik heb nu wel het goede gevoel dat wij haar gered hebben. Misschien ben je nu gemotiveerd om de volgende foto's te bekijken, de laatste twee zijn van de put en de slang.

Tenslotte heb ik nog een paar foto's van het hoofdhuis, waar toch ook nog een en ander gebeurd is. Voor de volhouders:

Dat was het voor nu. Over zes weken de volgende series. Wie moppert op al die foto's mag niet komen logeren!
Margriet
Ik ben nu weer ruim een week thuis, Roelof -jan is daar gebleven. Hij is de laatste tijd vooral bezig geweest met slopen.
We hebben een definitief plan voor het grote huis, dat inhoudt dat we de begane grond ook gaan gebruiken als woonruimte. Daarom moet het bordes worden afgebroken, zodat de ruimte daar achter een raam en openslaande deuren kan krijgen naar de tuin. Dat wordt de keuken. Om hetzelfde sfeertje te behouden dat het bordes aan het huis gaf, vervangen we het door een terras met dezelfde vorm met daarboven een balkon. De foto's:

Inmiddels is het bordes helemaal afgebroken. Na Pasen begint de aannemer met het maken van een nieuw terras en balkon. Dan kan hij meteen aan de gang in de schuur. Dat was het enige deel van het huis waar we nog niets gedaan hadden. En omdat we zo'n mooi plan hebben, past hierin een badkamer en slaapkamer. Maar eerst moest de schuur helemaal gestript worden. De foto's:

Intussen woont Roelof-jan in de annexe. Kijk maar naar de volgende serie:

Sorry, wel veel foto's deze keer. Maar ook een spannend verhaal. Ik heb in de tuin van Taule een eigen 'tuintje' gemaakt, met struiken en bomen uit Oudenbosch. Ik gaf dat tuintje water vanuit de put, op de hoek van het terrein. De put is erg diep, zeker vijf meter tot het water en hoe diep het water is dat weet ik niet. Elke keer een emmertje - aan een touw - erin en hijsen maar. Tot ik eens goed keek wat daar beneden nou zo bewoog. Het was een slang! En geen kleintje ook, polsdik en volgens mij zeker twee meter, RJ dacht anderhalve meter. De put was afgedekt met een zooi oude planken en we denken dat de slang daar onder wilde kruipen. En toen is hij - of zij natuurlijk - pardoes naar beneden gekiepeld. Die slang komt er nooit meer uit, de betonnen wanden zijn te glad en te steil, en hoe hijs je in hemelsnaam een slang op? Ik overwoog eerst om de brandweer te bellen. De brandweer is in Frankrijk zoiets als brandweer+politie hier, ze komen niet alleen bij brand, maar ook bij ongelukken. RJ voorspelde dat die hard zouden lachen. Nu hebben de Fransen een hekel aan slangen, net als ik trouwens, dus ik was bang dat ze hem - of haar natuurlijk - dan wel dood zouden maken. Ik ging zoeken op internet en vond een artikel van de regionale krant, zeg maar het Brabants Dagblad maar dan voor de Gers, een artikel over slangen. Met daarbij de naam en het mailadres van iemand die graag meldingen van het publiek had. Ik mailde hem, Laurent, met mijn verhaal en kreeg 's avonds al antwoord. De slang was een couleuvre, sorry une couleuvre en dus vanaf nu een zij. Adders zijn klein, deze was groot. Een soort ringslang of veldslang. En couleuvres kunnen in bomen klimmen! Laurent adviseerde me een heel lange stok in de put te zetten en dan met een fotocamera te wachten tot zij er uit kwam. De volgende dag voerde we dit uit, al bleek snel dat we twee lange stokken nodig hadden, aan elkaar gebonden natuurlijk suffie, anders ben je de onderste meteen al kwijt.
Ik had al gauw door dat daar gaan zitten met een camera niet echt zinvol zou zijn, onze couleuvre probeerde nog steeds via de betonwand omhoog te komen. Helaas moest ik daarna naar Nederland en toen RJ de volgende avond belde, zat de slang nog steeds in de put. Letterlijk en figuurlijk. Maar een dag later was ze verdwenen. RJ heeft meteen de put een beetje opgeruimd (met een hark aan een touw) en zij was niet verdronken dus is ze eruit geklommen. Ze mag niet de slimste geweest zijn, ze moet toch een knappe klimmer zijn, vijf meter bijna recht omhoog. Maar ik heb nu wel het goede gevoel dat wij haar gered hebben. Misschien ben je nu gemotiveerd om de volgende foto's te bekijken, de laatste twee zijn van de put en de slang.

Tenslotte heb ik nog een paar foto's van het hoofdhuis, waar toch ook nog een en ander gebeurd is. Voor de volhouders:

Dat was het voor nu. Over zes weken de volgende series. Wie moppert op al die foto's mag niet komen logeren!
Margriet
zondag, april 17, 2011
Little toad
Mooi! Na Josjes bericht is het hier al helemaal geen dooie boel meer. Dan ik weer. Mary (van Brian) (nou ja...ván Brian) (maar je weet nu wie) noemde me een "little toad" en dat deed me denken aan het Engelse kinderversje:
I am a little toad,
Hopping down the road,
Just listen to my song,
I sleep all winter long,
When spring comes I peep out,
And then I jump about,
And now I catch a fly,
And now I wink my eye,
And now and then I hop,
And now and then I stop!
Hopping down the road,
Just listen to my song,
I sleep all winter long,
When spring comes I peep out,
And then I jump about,
And now I catch a fly,
And now I wink my eye,
And now and then I hop,
And now and then I stop!
Het moet natuurlijk een beetje hortend worden gelezen, vanwege het onderwerp. Een hele mooie, lekker cynische metafoor voor het leven, vandaar dat ik er maar een liedje van gemaakt heb voor mijn bandje. Om mijn maatjes een beetje uit te leggen wat het idee is, heb ik er een voorbeeldje van gemaakt (muziek nog wat slordig). Van internet heb ik wat beelden geplukt, dus ik weet nu ook meteen dat er verbazend weinig beelden van de paddentrek op YouTube staan. A3n, volgende keer filmen als je weer met je emmertje aan de slag gaat!
Abonneren op:
Posts (Atom)