Milo ziet mij de Duplodoos pakken, roept: “Oma, ik kom eraan, dan ga ik jou meehelpen. Dat betekent: samenwerken.” Loes en opa zitten aan tafel en moeten een beetje lachen. Camilo: “Wat is er? Ik hoorde gegiechel.”
Vier jaar worden en dan ineens hele dagen naar school moeten tussen onbekende kinderen vraagt bepaalde talenten. Milo: “Oma, er zat een jongen bij mij aan de tafel en die vraagde mij hoe oud ben jij? En toen zei ik 5, want ik dacht dat hij mij anders ging uitlachen.”
En: na aan het eind van de dag de juf bij de deur keurig de hand geschud te hebben, loopt hij met mij naar de uitgang van de school. Daar roept-ie ineens: “Oh nee, ik heb mijn juf nog geen knuffel gegeven.” Waarop hij zich terug haast naar het lokaal, waar een verbouwereerde juffrouw alsnog een innige omhelzing in ontvangst neemt.
Sofia en T bespreken de krant van de dag. Het gaat over banen en beroepen. Hij: “En wat wil jij eigenlijk worden?"Zij: “Ik wil president worden. Ik wil mensen helpen.”
"En Milo wat wens jij?" Hij: “Dat ik ridder ben. En die ridder had dan toen hij een klein jongetje was een tèbelèt (tablet) en een raceauto met vuur.”
Maren blijft maar geboeid door bepaalde woorden. Als Emma haar op een ochtend komt wekken, is dit haar eerste conversatie van de dag: “Goedemorgen mama. Kak, drol, schijt, pies. Mama, weet je wat mijn favoriete vieze woorden zijn? Kak en schijt. Maar schijt, die vind ik het allermooiste. Ja, schijt....”