Moeder en dochter praten over Sofía’s angsten. Zo wil ze niet met de klas op kamp, omdat ze daar niet durft te slapen. Loes wil haar geruststellen. “Ik ben ook wel eens bang, dat weet je, maar dan voor iets anders.” Sofía: “Ja, maar wat jij hebt, zijn heel normale angsten. Wat ík heb, is een psychisch probleem!”
Voor het eerst zijn moeder en dochter in de grote Amsterdamse opera: Die Zauberflöte!
Sofía: “Staan de boxen niet te hard?” (In de bioscoop nemen ze soms oordopjes mee...)
Loes: “Nee, er zijn geen boxen. Gewoon hard zingen
met een orkest.”
Sofía: “Ach, we duiken inderdaad in de tijd van Mozart!”
Loes heeft keelpijn. Sofía: “Ik heb eerder ook een tijdperk keelpijn gehad.” (2 dagen)
Twee hockeyers voeren een gesprek.
Maren: “Speel jij al
op een half veld?”
Camilo: “Ja.”
Maren: “Met jouw lengte?”
Milo: “Jouw hockeystick komt tot mijn borst kast.”
Sofía heeft weer eens ruzie in haar vriendinnenkring. Ze zegt: “We willen met z’n drieën tegen R. zeggen dat we geen vriendinnen meer met haar willen zijn. We hebben met A.I. opgezocht hoe je dat aardig kunt zeggen...”
Camilo: “Sofía..., hoe
schrijf je ei?”
“Ei?”
Milo: “Ei, van ei love
you.”
Milo vraagt: “mama,
hoe lang heb je die broek al?”
Loes: “Ik heb hem in
Amerika gekocht in 2010.”
Hij denkt na: “Dus 5 jaar voor ik geboren werd... Dus als die broek een kind
was, was hij nu 13!”
Matthias en Sofía bespreken het eten van opa en oma. Matthias: “De aardappels van opa (uit de oven) zijn superlekker!” Sofía: “Ja, inderdaad, maar ik vind wél dat ze nog aan hun boontjes kunnen werken.”
De familie rijdt in
België. Loes: “Jeetje, wat rijdt die auto hard!”
Sofía: “Ja, wat dénk je! Het zijn Belgen en die willen ook snel van de
Belgische wegen af zijn!”
En een heleboel Milo's:
Milo (8) bekijkt oude fotoboeken: “Toen ik klein was heb ik écht veel aandacht gehad..”
“Maleachai uit mijn klas is eigenlijk een jongen met niet zoveel gezichtsuitdrukkingen.”
Milo is in paniek vanwege een sneetje op zijn neus: “Mam, lijkt het op een horrorsnee?”
“Het is best wel leuk om ziek te zijn. Dan lijkt het of je een lievelingetje bent!”
“Ik ben bang dat mijn vrienden later drugs gaan gebruiken en mij overhalen om het ook te doen...” Denkt even na en dan: “Ik denk dat ik begin met roken als ik 80 ben. De kans dat ik 110 wordt is toch heel klein.”
Hij bekijkt ook oude dommedommeboeken: “Mama, weet jij
waarom het Dommedommes heten?
Loes: “Nee.”
“Vroeger, toen oma en opa 40 waren, bleef er vaak een Petra bij hun logeren.
Niet Petra van de BSO, maar een andere Petra. Deze Petra was een baby en die
zei altijd in bed: domme domme, daarom heet het domme domme. Die Petra is nu al
lang dood.”