zaterdag, december 20, 2014
Krijg nou wat!?
Mijn werkplekje bij de computer. De lege stoel, daar lag poes éérst. Ik had haar met stoel en al in de hoek geschoven en ik had een andere stoel gepakt om achter de computer te zitten. Nu kom ik terug van even weggeweest - heb de was even in de droger gedaan - en kijk nou?! Mijn billen ruiken vast heel lekker.
vrijdag, december 19, 2014
BLOOT/VLEES: SAMEN NAAR DE ONDERGANG!
RECENSIE
Wie het boek nog niet gelezen heeft en dat nog wel van plan is, die moet het lezen van deze recensie nog maar even achterwege laten, omdat onthuld wordt hoe het afloopt!
Het
verhaal in Bloot/Vlees, recent verschenen roman van de debutant Jeroen Bevers, speelt
ergens (ver) na het jaar 14.500. En het spreekt dat het leven op aarde in die
tussentijd niet heeft stilgestaan. Sterker: de rol van mens en dier zijn
compleet omgedraaid. De mens is bloot,
hij/zij wordt misbruikt en gegeten. Het dier gaat gekleed en eet, inderdaad,
mensenvlees.
In
‘cyclische doch onregelmatige tijdsspanne’
zijn heerschappijen gekomen en gegaan. Ooit waren het de grote reptielen
die ‘de baas’ waren op de aarde, maar ‘het tij keerde’ en tenslotte kwam de
macht in handen van de mens. ‘Dat was zo’n vijfentwintigduizend jaar geleden.
Jawel, toen hadden wij het voor het zeggen op Aarde.’ (blz.51-52). Maar helaas, ruim 12.500 jaar geleden ‘ging
het mis en verloren we alles wat we hadden opgebouwd. We verloren het aan de
diergroep die het daarna op Aarde voor het zeggen kreeg.’(blz.52)
Van
de hoofdpersonen in dit verhaal, leden van het gezin Ankker, zonder enige
twijfel behorend tot deze machtige diergroep, wordt het uiterlijk niet beschreven,
al is er van meet af aan sprake van lange armen en lange benen. We moeten het
met hun dierennamen doen: Osiris Ankker is
een mannetje, Isis een wijfje, Juveniel is hun tienerjong en hun jongste nakomeling heet Jong.
Mogelijk komt er in dit gezin nóg een
jong, de gewenstheid van deze maar moeizaam tot stand komende nieuwe
zwangerschap is een van de steeds terugkerende gespreksonderwerpen in het boek.
Nog
één ander personage komt ter sprake: Adolescence, een vriendje van Juveniel,
iemand die ‘geen school meer’ volgt (blz.21) of die ‘een paar klassen hoger’
zit (blz.67) en van wie gezegd wordt dat hij begaan is met dieren en actief
voor het Wereld Natuurfonds. Juveniels
ouders hebben het niet zo op die vriendschap, ze vinden hun dochter nog te jong
voor de liefde. Bij het slot speelt Adolescence nog een kleine rol: over hem wordt
gezegd dat hij Osiris heeft geholpen bij het redden van Jong.
Wat
voor dieren deze personages zijn blijft voor de argeloze lezer lang
onduidelijk. We krijgen op blz. 143 en
146-147 ineens een sterk vermoeden dat het misschien om waterdieren gaat, maar
de omgeving waarin ze leven is voor ons mensen te alledaags en te herkenbaar om
de paar aanwijzingen die op een totaal andere habitat wijzen, als lezer meteen
in je op te kunnen nemen.
De
personages leven namelijk geheel zoals wij leven: ze wonen in een huis, zitten
op stoelen aan een tafel, hebben een keuken waar eten uit de koelkast komt en de
spullen - glaasjes, borden, pannen - uit het keukenkastje. Ze eten vlees, zoetwaren,
boter, kaas en stukjes fruit en drinken melk, gebruiken bestek en doen het licht
aan en uit. Het Jong wordt voorgelezen uit boekjes met plaatjes van
knuffelmensjes. Ze slapen in een pyjama in een bed op de eerste verdieping.
Hun
maatschappij is georganiseerd zoals de onze: er is sprake van een overheid, een
ziekenhuis, ziektekostenverzekeringen, men gebruikt medicijnen - of niet, want
sommige zijn ‘stervensduur’- , zaken zijn ‘wetenschappelijk onderbouwd’, er kan
gevaren, gereden en gevlogen worden, er zijn telefoons, er is internet in huis en
er zijn radiosignalen, men kijkt naar een balletvoorstelling op internet, volgt
het nieuws op het journaal, er is nieuws van de Noordpool, Europa en Canada, en
ook in deze wereld zijn er oorlogen tussen Israëli’s en Palestijnen.
Osiris
heeft betaald werk - gehad, want hij blijkt te zijn ontslagen - als ambtenaar
in de Ongediertebestrijdingsdienst, op zijn visitekaartje staat de titel van
ingenieur. Zijn wijfje Isis heeft ooit gewerkt
in de jongopvang, elders wordt ze ook beschreven als voedingsdeskundige. Dochter
Juveniel volgt onderwijs via internet en het kleine Jong zit in de box.
De
personages doen de dingen die wij ook doen: ze maken ommetjes door de
‘Oosterstraat’, gaan langs de bakker, de supermarkt en de slager en moeten
uitkijken voor het verkeer. Juveniel ging tot voor kort nog naar school - nu
zou dat, met een verwijzing naar ‘de Grote Voorspelde Verandering’ (blz.20), te
gevaarlijk zijn geworden. Ook maakten ze voorheen boswandelingen, ze gingen
naar het strand en naar de mensentuin waar ‘lilliputters’ en ‘pygmeeën’ te zien
zijn, ‘reuzen, giganten, titanen, cyclopen’, maar ook ‘woestijnmensen,
nachtmensen, vleermensen en zeemensen’.
Er
is sprake van een natuur waarin mensen én dieren leven. Dieren die genoemd
worden zijn: vogels, mieren, termieten, bevers, dolfijnen, zeehonden, vissen en
kwallen. Mensen blijken alom voorkomend op
deze aarde en vooral ook multifunctioneel: ze leven niet alleen in mensentuinen als
bezienswaardigheden, maar ook in het wild. Er zijn gedomesticeerde mensen - ook de Ankkers hebben niet nader beschreven
huismensen - en sommigen begeleiden, vastgebonden aan een riem, brailleboekjes
lezende blinden over straat. Mensen met grote borsten leven als melkvee in
boerderijen, mensen met ‘dikke kwabben’ zijn slachtvee op fokkerijen en er zijn
proefmensen in de laboratoria. De
begeleiders van al deze mensen worden ‘baasjes’ of ‘boeren’ genoemd, het is onduidelijk
of deze baasjes en boeren ook tot de diersoort van Osiris en Isis behoren, de
soort die de Aarde al ‘millennia lang’ (blz.34) overheerst, al lijkt dat wel voor
de hand te liggen.
In
het begin van het boek maken we kennis met het gezin van Osiris en Isis. Alle
hoofdstukken hebben de naam van een van de dagelijkse eet-momenten van de dag, van
‘het middagmaal’ tot ‘het slaapmutsje’ en het gezin zit inderdaad voortdurend aan
tafel of is bezig met tafel dekken of de boel weer afruimen. Intussen babbelt en
ruziet men zoals alledaagse gezinnen babbelen en ruzie maken. De ouders bespreken
de mogelijke en gewenste derde zwangerschap van wijfje Isis, ze tobben met hun dwarse
tiener die vindt dat ze niet genoeg aandacht krijgt van haar ouders, bespreken
de onbehandelde tumor die Osiris onder een arm heeft zitten en nemen de
toestand in de wereld in ogenschouw. Maar jongens, jongens, wat voor een
toestand is dat!
Meteen
in het begin van het verhaal wordt het de lezer duidelijk dat er buiten een
groot gevaar dreigt, waar de vader uit hoofde van zijn voormalige functie meer
van weet dan zijn vrouw en dochter. Het behaagt Osiris zeer die kennis over
zijn gezinsleden uit te spreiden, zoals vaders overal ter wereld nu eenmaal
graag doen. Want er staat de aarde niet zomaar iets te wachten, nee, het is de
Apocalyps zelf die nadert. Het einde der tijden. Oorzaak is de wispelturige zon.
‘De zon zal meer hitte en straling naar de Aarde sturen,’ legt de vader uit. ‘De
Aarde reageert hierop met aardverschuivingen, vulkaanuitbarstingen en allemaal
van dat soort rampen.’ (blz.24)
De
moeder kan zich er niet bijzonder druk om maken, ‘allemaal Toeval’, ze heeft
andere dingen aan het hoofd. De dochter is nieuwsgierig en wil graag oplossingen
bedenken. Maar ook de alleswetende vader
gedraagt zich niet naar de dreigende beelden die hij zijn familieleden
voorschotelt. Osiris wekt op de lezer de indruk dat hij liever over de
verwachte veranderingen praat, en met zijn grote kennis snoeft dan dat hij zich
werkelijk zorgen maakt. Zo oreert hij wat af over ‘andere soorten die het
stokje van ons zullen overnemen’(blz.34) en dat het gezin zich zal ‘moeten aanpassen aan het leven dat past
bij de onderworpenen. We zullen gaan afzien van onze luxe (...) en voortaan
verder door het leven gaan met het meest minimale dat we maar nodig hebben.’
(blz.63)
Intussen
blijft hij onbekommerd tafels dekken en afruimen, als hij al niet rustig zit te
eten, een heerlijk mensenhaasje met fruit-de-terre bijvoorbeeld (blz.110),
en dan is er ook nog eens die mogelijke zwangerschap van zijn vrouw die speelt,
en haar periodieke misselijkheid, en de nog onbekende uitslag van het onderzoek
naar zijn tumor. En waar is zijn dochter zo ineens heen gegaan? Nog wel mét medeneming
van het... waterpak?
Nee,
de wereld mag dan binnenkort vergaan, sterker: de eerste verschijnselen zijn er
al en hun huis verliest in een reuzenstorm alvast het dak en de bovenste
verdieping, er zijn waarachtig nog wel andere zaken waar deze heer des huizes zich
op dat moment mee bezig wenst te houden.
Beschouwingen over al dan niet vlees eten bijvoorbeeld en de rol van smaakversterkers
in de ‘humanaham’, over het aanstootgevende gedrag van de machoman in de mensentuin of het ruime gebruik van zoetstof met E-nummers
door de tienerdochter.
Eén
ding wil Osiris wel doen: halverwege het
boek kleedt hij zich uit, niet alleen om alvast te oefenen hoe het zal zijn om
een wild en door anderen overheerst dier te zijn, maar ook om tijdens de Grote
Omwenteling niet op te vallen als intelligent wezen - de andere dieren én alle mensen zijn immers bloot. En hij bekwaamt
zich in het eten zonder bestek, ‘terug naar de basis, net als in het wild.’ (blz.124)
Maar
Osiris is niet de enige in het boek die de grootse veranderingen met meer praat
dan daad tegemoet treedt. De passages over de Ankkers worden afgewisseld met cursief
gezette passages waarin - anonieme - mensen aan het woord komen, zoals een proefmens
die de toestand in de wereld in beschouwingen overziet en tot de conclusie komt
dat er werkelijk niets deugt aan hoe het allemaal geregeld is in 14.500: de behandeling
van proefdieren/mensen, de jacht, de omgang met de natuur, het doorfokken van
dieren, leegvissen van oceanen en kappen van regenwouden, het plastic afval in
de zeeën, hoe alles draait om geld enzovoort. Nee, als de mensen maar weer eens aan de macht
zouden komen, wat zouden zij alles niet veel beter doen!
Meer
mensen komen in steeds meer cursieve passages aan het woord. Allen zijn, ondanks
hun reeds eeuwen geleden kwijtgeraakte suprematie, duidelijk nog altijd voorzien
van een complexe intelligentie en zij beschouwen om beurten hun verschillende manieren
van leven. De huismens is duidelijk tevreden onder de hoede van zijn baasje, maar
de vernederde fok- en melkmensen zoeken hulp bij een opperwezen, zij verlangen naar
een ‘verlosser’ of minstens naar een boot zoals die van ‘Boa’ om hen te redden
in de naderende zondvloed. Zij refereren
aan de geloven van hun baasjes, die boeken hebben over de Almachtige, de Heer,
Allah, Brahman en Jahweh.
Het
moge duidelijk zijn: Bloot/Vlees is een boek van het AL: geen splinter in het huidige tijdsgewricht die in iemands oog
prikt, ontkomt eraan genoemd en aan de kaak gesteld te worden. En
dat is meteen de zwakste plek in dit verder zo originele boek.
Niet
het enthousiasme waarmee de auteur de lezer die spiegel voorhoudt: wat als wij mensen dieren waren, en het dier een
mens, zou dat ons niet vreselijk schokken? Ja, dat schokt ons, maar zeg nu zelf,
doen die dieren het op hun beurt zoveel beter dan wij? Dat beest met zijn pyjamaatje
en zijn internet. Met zijn terrarium met een mens erin en zijn eetkamer,
kommetjes, borden en bestek. Die dieren zijn gewoon net zo gek als wij!
Hoe
loopt het af met de familie Ankker? Helemaal aan het eind, als al eerder
beschreven kwallen inderdaad ‘het stokje’ blijken te hebben overgenomen, geeft
de auteur de informatie vrij dat vader Osiris over meerdere armen beschikt, en zijn
door kwallensteken verlamde dochter uit haar gevangenis bevrijdt met behulp van
zijn zuignappen. Het is niet duidelijk
waarheen de familie vlucht, al heeft Osiris op blz. 202 een mogelijke
schuilplek bedacht: ‘de diepste krochten van de oceaan. Zouden die nog vrij zijn?’
Ik
hoop het voor hem. Maar zal hij het daar wel redden, zonder zijn geliefde
borrel, algencrackers, melk, zeewiersalade en eko-vlees?
Wij,
de lezers, zien vader en dochter in de verte verdwijnen, maar niet lang meer, want onze
zuurstof raakt op.... Hoe moeten we nu te weten komen of de Israelische en
Palestijnse kwallen eindelijk vrede zullen sluiten?
December 2014
E.Th.Termeer
woensdag, december 17, 2014
O denneboom
Wat is het moeilijk voor zo'n klein jochie om die alomtegenwoordige Sinterklaasliedjes weer van het repertoire af te moeten halen. Hoorden we hem één dag tevoren nog vanuit zijn bed Hoor de wind waait dohoor de bomen zingen, vandaag heeft hij met behulp van een CD met kerstliedjes eindelijk weer wat andere input. En zie, er wordt al druk geoefend, op zang én op de fijne begeleiding!
En voor Er is een kindeke... wordt al weer flink uitgepakt!
dinsdag, december 16, 2014
Weer wat muziek
“A New Joy” - Kerstconcerten Vocaal Ensemble Lingua-e-Musica op 20 en 21 december 2014
Het Vocaal Ensemble Lingua-e-Musica brengt een afwisselend kerstprogramma met liederen uit Nederland, Vlaanderen en Oost-Europa. Op het programma staat muziek van J.P. Sweelinck, volksmelodieën die bewerkt zijn tot koorwerken uit Oekraïne en Rusland, van Stetsenko, Yatsynevich en Leontovich en de Russische componisten Rachmaninoff en Kastalsky. Als een rode draad door het programma klinken uit de Gouden Eeuw de ‘cantiones natalitiae’, meer of minder bekende meerstemmige kerstliederen.Lingua-e-Musica werkt in dit kerstconcert samen met Hilde Cortese (sopraan), Nick Pouls (Viola da Gamba), Sjef Streukens (orgel) en Goedele Moons (blokfluit). De concerten vinden plaats op zaterdag 20 december om 20.30 uur in de St. Gerlachuskerk in Houthem-St Gerlach en op zondag 21 december om 16 uur in de kerk van Sint Pieter-Boven in Maastricht.
Labels:
Muziek
Betoog vóór de hemel
De volgende tekst heeft Lisa zelf geschreven in opdracht van het schoolvak Drama. De volgende opdracht is dat ze dit samen met twee vriendinnen ten tonele brengt. Ze gaan dat binnenkort doen, voorzien van muziek, waarbij ze zelf de begeleiding (gitaar) op zich neemt. Hiervan zal geen beeldmateriaal verschijnen (laat staan op internet!), maar ik mocht wel deze tekst hier op de blog plaatsen. Dankjewel, Lisa!
Betoog vóór de hemel
Lisa Bevers, A4A, 23-10-14, Drama.
De volgende scène speelt zich af bij de hemelpoort. De
advocaat Hendrick van Rijn is verongelukt, doordat er een vloedgolf over de
kust scheerde, en bevindt zich in het midden van het toneel. Van Rijn was een
erg goede advocaat, daar was hij zich dan ook wel van bewust. Hij vond zichzelf
een erg eerlijk, positief en knap mens. Naast hem staat Petrus de wacht te
houden, die hier nog niet op moet vallen. Petrus heeft een bijrol, hij is enkel
de poortwachter.
Van Rijn; wordt wakker
Petrus; Beste, U
staat hier voor de poort naar de hemel. Ik zal U oordelen om te kijken of U
geschikt bent toegang te krijgen tot de hemel.
Van Rijn; kijkt verward
Staat
op; Hoe ben ik hier gekomen, ben ik dood?
Petrus; Het spijt me
om te zeggen, maar U bent overleden in een watersnood ramp, meneer van Rijn. Ik
zal god er even bij vragen, U hebt een ingewikkeld verleden.
Van Rijn; verontwaardigd; Is er twijfel over mijn lot? Ik
heb me mijn leven keurig gedragen en dat had ik nog langer kunnen doen als..
God
komt tussen beiden en Petrus stapt naar achteren
God; Sjiek, maar met een glimlach; Van Rijn, ik had je al
verwacht..
Stilte,
god lacht, Van Rijn kijkt serieus en gespannen
God; Ben je blij als
je terug kijkt op je leven? Heb je veel bereikt, en heb je je voorbeeldig
gedragen?
Van Rijn; snel; Jawel, meneer
God; rustig kijkend, neemt de tijd; Zo.. Dat heb je snel
bedacht..
Plots
stem verheffend; Kwamen de zaken nooit voor familie?ja? En heb je onderdak
geboden aan die zwerver die je gister nog op de hoek zag liggen? Nee, nee. U
heeft zich meerdere malen laten gaan, ’s avonds als U een drankje op had, nu is
dat geen schande, maar voor de daden totaal geen berouw.
Van Rijn schuifelt zenuwachtig heen en weer, maar herpakt
zich en raapt moed bij een.
Van Rijn; zelfverzekerd; Ik heb altijd mijn best gedaan,
zoals de meeste van mijn stand. Zelfs ik heb wel eens wat uitschieters gemaakt,
maar ik heb ze recht gezet. Geen berouw, dat lost niet veel op, maar daden, en
zo heb ik mijn hele leven geleefd, keurig netjes, en dan krijg ik daar longen
vol water voor terug? Beloont u zo uw wel denkende mens?
God verbaast zich over dit oordeel
Van Rijn; En alle oorlog en milieu problemen die u
veroorzaakt heeft, kon u daar niet wat aan doen, of had u toen even geen tijd
meer om op uw kroost te passen? Wie a zegt, moet ook b zeggen, u kan niet
zomaar de aarde scheppen en er vervolgens niet meer naar omkijken.
God begint te lachen (als Mwoehaha) en kijkt Petrus aan die
snel verlegen mee lacht.
God; plots boos
en serieus; Hoe durf jij zou tegen mij te praten!
Van Rijn; duidelijk
bedaard; Als U als enige tegenargument alleen kunt opbrengen dat U nou
eenmaal god bent, denk ik niet dat U
deze zaak zal winnen. Zou ik als advocaat mogen weten wat precies Uw bedoeling
was van die vloedgolf van daarnet, misschien zou ik dan uw stand punt beter
begrijpen, Waarom ik niet thuis hoor in de hemel snapt U wel?
God; verbaasd;
Nou, als ik de wereld niet een beetje zijn gang laat gaan rijst de
wereldbevolking zo snel.. Ik weet dat het misschien niet het beste
tegenargument is, maar het is zo omdat het zo is. Dat U in die vloedgolf
terecht bent gekomen is niet mijn volledige keuze geweest zie je..
Van Rijn; Ik begrijp het, maar ik ben het er totaal niet mee
eens. Petrus, ik klaag god aan wegens roekeloos besturingsgedrag.
Petrus; staat
er verbaasd naar te kijken;
Ik zal
het wetboek halen en kijken of er iets in staat over het aanklagen van god.
Stil spel; wisselende boze, arrogante en
uitdagende blikken tussen God en Van Rijn op het toneel.
Petrus komt terug met
een dik boek
Petrus;
neutraal; Hier staat het in. God mag, onder toestemming van de hoogste
raad, god zelf, aangeklaagd worden. Mijn vraag is dus nu aan U, bent U bereid
om van deze kwestie een officiële zaak te maken, of laat U deze jurist terug
keren naar de aarde, om meer levens ervaring op te doen om in te zien, dat zijn
commentaren misschien niet allemaal terecht zijn?
God; schamper; Humpf,
nou goed dan, omdat deze dergelijk vurige betogen af kan vuren, ben ik ook niet
overtuigd van zijn doodheid. Van Rijn, ik denk dat ik je over een paar jaren
wel weer tegen kom, gegroet.
Van Rijn loopt vol
trots zonder iets te zeggen het podium af
God; zacht en
geniepig tegen Petrus; Die jongen is het waard de hemel in te komen, maar
nu zijn we absoluut nog niet toe aan hem! Beide
zuchten.
Abonneren op:
Posts (Atom)
