Milo heeft vandaag op de BSO gespeeld met Daan. ’s Avonds in bed zegt hij: “Daan is eigenlijk mijn liefste vriend nu.” Even stil. “Maar dat wil ik eigenlijk niet zeggen, want dan beledig ik Mason (klasgenootje).”
Hij is intussen ook op zijn tweede verjaardagsfeestje geweest. Ze gingen naar
Monkeytown en eenmaal thuis beschrijft hij de hoge klimtorens. Esteban: “Is dat niet
gevaarlijk, zo hoog?” Milo: “Nee, nee, ze hebben” - denkt diep na - “van
die vallige draadjes.” (een net)
De buurjongen roept: “Esteban!”
Camilo: “hé, hij heet papa!”
Een vriendje uit de straat komt spelen. Hij zegt: “Pak jij even een pijl en boog
uit de verkleedkist?”
Milo: “Je moet hem zelf zoeken. Ik ben geen hónd!”
Sofía: “Mama, kan jij mij een Bobo aangeven (tijdschrift)?”
Milo: “Niet
doen mam, je bent geen hond!”
Milo: “Hoe gaat jouw toekomst eruit zien, denk je?”
De jongensband Fource is enorm in trek bij alle vier de kleinkinderen. De 3 oudsten zijn op Marens verjaardag naar een concert van het zingende viertal in de Rijswijkse schouwburg geweest. Urenlang zingen ze sindsdien de liedjes tot zelfs Milo ze van buiten kent, bij het tekenen, bij het legoën,
én al logerend op de sportkamer in Gouda: