Posts tonen met het label lopenlopenlopen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lopenlopenlopen. Alle posts tonen

donderdag, januari 25, 2024

Aid'en'Elsa dommes

Elsa reads out loud from some pamflet: "Name a few crimes that could be committed in school."
Aiden's eyes light up: "MURDER!"

Elsa knows how to flatter: "Look Papa, that man on the poster looks just like you!" ...

Aiden knows how to not flatter: "Mama, when I grow old, will I also get the lines on my face like you?"

This one is for nerds... I pickup a book from the library. Elsa ask me, "Papa, what is see-hashtag?"
The joke here is that C-sharp (written C#) is a programming language (and I obviously picked up a book about it). Michael may now say that a see-hashtag is also a dee-flat, but we're not talking about deflating our flat... eh? Okay, sometimes they are not so funny...

Katelyn explains the concept of breaking even to Elsa. After a while, Elsa asks, "Mama, can you also break odd?"

Aiden with a grin: "Papa, if I start working for Singapore MRT, then I would be your customer, right? Then you would have to do what I say."
Elsa: "Pfft, by the time you start working, Papa will be 86 years old; he would have retired!"
We're not entirely sure if Elsa's math is bad, or whether she really expects Aiden to take a very long time in school. We hope it is the former.

We're all running to catch a traffic light. Later Elsa says, "Wah, I could run pretty fast, even though I'm wearing my high heels" ...


maandag, september 22, 2014

Elsa: fast-forward

Een paar foto collages gemaakt door Katelyn.

Elsa is acht maanden oud, en ze loopt bijna. Dat is relatief vroeg, maar ik snap wel hoe dat komt: het is een vorm van epigenetics. Ze zeggen dat de zwangerschap enorme invloed heeft, ook op de ontwikkeling van de baby na geboorte. En ik rende (en trainde voor) de 100km race tijdens die zwangerschap! Dus allicht dat ze snel loopt (pun intended).

Verder is onze baby voornamelijk een bolletje blij.


woensdag, maart 06, 2013

runnerds

De Singapore City Race. we schreven ons in voor het lange-afstand-team event. Op vijf plaatsen in Singapore moesten we (samen) een stempel halen. Zodra we alle stempels hadden, mochten we terug naar de start om aldaar te finishen. De vijf checkpoints werden pas 30 minuten voor de wedstrijd bekend gemaakt. Het zou alles bij elkaar ongeveer 40 km zijn.

We schreven in met z'n vieren, maar we liepen uiteindelijk met vijf. We noemden ons team "runnerds", want tijdens het trainen kwamen we erachter dat we wel erg geek waren. Zo werd er gediscussieerd over 10-tot-de-macht-hoeveel het getal van Avogadro is, of er al iemand een Harlem Shake had ge-upload op youtube, en waarom Nokia toch ingosnaam met Microsoft in zee is gegaan.

Met behulp van twee kaarten en google-maps op een mobieltje werd de rit eerst gepland en vervolgens uitgelopen. Met z'n vijven samen een marathon rennen wil zeggen dat je als team zo snel bent als de zwakste schakel. We verwachtten niet dat we serieus mee zouden racen, helemaal al niet toen één van onze nerds kramp kreeg na 32 km, en we in de resterende kilometers hele stukken moesten wandelen. Maar we werden uiteindelijk 9de in het klassement!

Het was een bijzonder leuke ervaring, en we blijven samen trainen op de zaterdag ochtend.

Trouwens, ik heb me ook al ingeschreven voor een 100 km (!) race in Singapore in september 2013. Een vraag bij de registratie was "Why do you want to run 100 km, what is your motivation?" Mijn antwoord: "Because I am an idiot."

woensdag, maart 07, 2012

grrrr

Deze blog is bestemd voor de klantenservice van de NS.

Daar kom je dan uit Bordeaux met de trein aan op station Roosendaal. Een heel snelle reis van acht uur achter de rug. Waarvan zes uur treinen en twee uur 'overstappen' (overstappen is in Parijs een eindje met de metro).

In Roosendaal heb ik vijf minuten overstaptijd. Maar de trein uit België is altijd vertraagd, dus in de praktijk is dat minder. Geen nood, de sprinter naar Oudenbosch staat aan de andere kant van het perron en wacht meestal. Er is maar één probleem: in Nederland moet ik inchecken met mijn OVkaart. En de incheckpalen staan in de stationshal en die is een heel eind lopen. En dan moet je ook nog eens vier trappen nemen.

Daarom maak ik er in Roosendaal een gewoonte van om eerst de conducteur van de sprinter te zoeken. De afgelopen drie keer dat ik dat deed, was er geen conducteur. Dus ging ik zonder kaartje naar Oudenbosch. Vijf minuten in de trein, want Oudenbosch is het eerstvolgende station.

Maar deze keer was het anders: er was een conductrice. Ik vroeg of ik bij haar een kaartje kon kopen, omdat ik de stationshal niet zou halen. Maar dat kon echt niet en als ik zou instappen kostte me dat € 35. Maar ze vertelde me dat verderop op het perron een incheckpaal stond en dat ik nog drie minuten de tijd had.

Dus rende ik, voor zover mijn koffer dat toeliet, naar het aangewezen punt. Geen paal. Dan toch maar naar de stationshal. Inchecken. Nog twee trappen. Gelukkig ben ik een halve-marathon-loper, dus was ik weer snel terug op het perron. Zodat ik de trein precies voor mijn neus zag wegrijden.

Woedend was ik. Ook een beetje op mezelf, want je kunt wel kaartjes op internet kopen. Maar intussen moest ik een uur wachten. Tijd genoeg om stoom af te blazen bij de kaartverkoopbalie. De NS'ers waren het volmondig met me eens, ze hadden al lang doorgegeven dat er een incheckpaal op dat perron moest komen. Ik kreeg een kaartje met een adres waar ik een klacht kan indienen.

Dat doe ik bij deze, GRRRRRR, een uur in de kou, op een station dat alleen en kebabstalletje heeft en geen enkele warme zitplek.

In het echt belde ik de buren op en die kwamen me met een lekkere warme auto halen. En kebab is best lekker voor een keertje.

zondag, februari 14, 2010

Google Shmoogle

Ik denk, ik zal die Lonneke eens een poepie laten ruiken: ik zet mezelf op Opa's agenda voor de gein, en weetjewat, ik ga op de 24ste, dan zit'ie in de 'gym', kan ik mooi een eindje mee treadmillen en zo heeft Opa nog iets leuks op die dag (aangezien hij daarna Michael over de vloer krijgt, arme knul).
Enfin, waar moet ik die dag eigenlijk precies naartoe? Ah... "Zaal". Dat kan niet moeilijk zijn, er is zelfs een 'kaart' link:



Klik de link en...



Halleluja, Opa zwemt die dag in Saoedi Arabië!

zondag, december 06, 2009

Meer van hetzelfde nieuws...

Vandaag was mijn loopje. Trots: 3 uur en 54 minuten en 15 seconden. Ik heb gisteren gepoogd A3N te bellen via skype, zoals 's Mam, maar dat is niet gelukt. Maakte blijkbaar niet uit: ik rende precies zoals ik het van tevoren hoopte. Rustig tot de halve marathon achter de rug is, en dan een tandje sneller aangezet. Mijn horloge is fout: ik heb dus de vorige keer 2km te weinig gelopen. Dwz dat ik feitelijk 15 minuten sneller ben gegaan.

Behalve de resultaten heb ik ook mijn playlist ge-export (beetje voor de grap -- Petra, Pauwel en Roelof zullen wel lachen). De muziek wordt aanzienlijk sneller na 2 uur. Dat is bewust. Op die manier doe ik rustig aan in het begin en pak ik de snelheid op na het keerpunt. Ging helemaal perfect. De laatste bunch zijn echt hoog-tempo-songs. En ik kan niet naar The Pretender luisteren zonder minstens 13km/uur te lopen. Echt waar.

vrijdag, november 20, 2009

Why race?

Het had net geregend. Het was perfect weer. Ik had er zin in... En dus liep ik (in m'n eentje) een marathon in 4 uur.

Ik ben ingeschreven voor de Singapore marathon, met het waanzinnige 'target' dat ik de 42.2 kilmoter daar in vier uur zou finishen. Mijn tijd in Mei 2009 was 4:28:36, en dat wil zeggen dat ik per kilometer 40 seconden sneller moest gaan. Dat werd moeilijk. Ik trainde me helemaal kaduuk de afgelopen twee maanden.

Katelyn's school zit 10km van mijn office. Daar kom ik twee keer langs om mijn drinkbus te vullen en op 21 km koop ik een flesje water. Op die manier val ik niet om van de dorst. Deze keer voelde ik na tien km al dat het zo goed ging, dat ik een record zou kunnen gaan zetten. Dus Katelyn vulde mijn beker bij, terwijl ik een rondje school deed. Dat scheelt een hoop tijd. Ze bleef op school op me wachten tot na 6 uur om me te helpen op de terug weg. Wat een mazzel heb ik toch...

Tegen het einde werd het (zie de data) steeds moeilijker. En ik moest nog een soortement sprintje grunten om het precies onder de vier rond te krijgen. Zo hoort het. Zo hoort het echt.

Na vandaag hoef ik eigenlijk niet meer mee te doen met die race over 15 dagen. Misschien dat ik hem in klompen ga rennen. Da's wel geinig, dacht ik zo.

dinsdag, oktober 27, 2009

Hopsa: twee uur acht minuten en zeventwintig seconden: nou jij weer!

Samenvatting: Margriet heeft op zondag 25 oktober de halve marathon gelopen in de bovenstaande tijd. Ze is erg trots en daagt Erik uit om haar tijd te evenaren. Nu gaat ze met runnerspensioen en geniet ze van haar rondjes in de polders van Oudenbosch. Dit artikel beschrijft uitgebreid haar ervaring voor, tijdens en na de halve marathon. Je hoeft het niet te lezen want het is onfatsoenlijk lang voor een blog.

21 kilometer en 97 meter hard lopen

Dit weekend kreeg ik de volgende sms van Erik: "Sterkte! Zet hem op! En nou doorrennen! Opschieten! Hup hup! Oleeh! Doorgaan! Niet opgeven!Hardstikke goed! Stop met wandelen! Jawel, zo gaat'ie lekker! Hopsa!"

We bellen zo eens in de twee weken en de helft van ons urenlange gesprek gaat over hardlopen. Nu hij de marathon heeft gelopen, kan ik natuurlijk niet achterblijven. Al heel lang wilde ik de halve marathon in Etten-Leur lopen. Die voldoet aan al mijn eisen: je kunt er met de fiets naartoe, het is eind oktober niet meer zo warm en het is een prachtig parcours. Het gaat vanaf het centrum van Etten-Leur door het boerenland naar het natuurgebied Pannenhoef en weer via een andere route door het boerenland terug naar de markt van Etten-Leur.

Ik heb me stikgoed voorbereid. Twee avonden in de week zware intervaltraining met de club. Dan in elk weekend lopen,lopen,lopen. Ik had eerder al vier keer de halve marathon in een training gelopen, ik kan het dus. Daar heb ik in de laatste maand nog eens twee bijgedaan, eentje op twee uur en 18 minuten. Toen wist ik dat ik mijn streeftijd: twee uur en 15 minuten wel kan halen. De streeftijd is afgeleid van Eriks marathon: als hij in 4½ uur een hele kan, kan ik wel in 2 en een kwart uur een halve. Ik liep in de voorbereiding ook eenmaal de halve op het parcours in Etten, zodat ik precies weet hoe ik de bochten kan afsnijden en waar ik wind tegen heb. En verder elk weekend 16 km of meer. De laatste zes weken ging ik ook nog elke donderdag naar mijn privé masseur David, ook een hardloper, en behalve masseren ouwehoerde hij voortdurend over hardlopen. In de laatste week voor de wedstrijd moet je rustig aan doen, voor mij is dat maar één keertje trainen. Ik vertelde Johan, mijn trainer, dat ik na de halve marathon niet meer kom, ik heb een er een beetje zat van om in die donkere winteravonden te gaan trainen. Ik loop wel overdag. Johan zag het toch al niet zitten dat ik de halve marathon zou gaan lopen: "Dat wordt een ramp, je doet er 2 ½ uur over en je komt totaal gebroken aan."

Op zondag 25 oktober is het dan zover. Na veel dubben besluit ik mijn zomerspullen aan te doen, het is 16 graden en de zon schijnt. Ik drink 's morgens een pepmiddel: een kop koffie (ik drink verder uitsluitend thee). Ik bel A3n om te zeggen dat ik ga rennen, want ik ben bijgelovig en dat zij aan me denk, helpt. RJ gaat mee, als personal coach en als chauffeur, want met de fiets gaan durf ik niet, ik weet niet of ik de acht kilmeter nog terug kan fietsen. RJ gooit zijn fiets achterin de auto, als coach moet hij flexibel zijn. Hij is volledig geïnstrueerd, kent alle belangrijke plaatsen, de start, de finish, zijn taak bij de 3 km (jasje aanpakken, gaat het zo goed?) en de 17 km (wil je je jasje weer aan, heb je een zakdoek nodig?). Nu blijkt het zo warm dat ik bij het startvak mijn jasje al aan RJ afgeef. Alles is perfect, ik ben topfit en het waait alleen een beetje hard.

Ik sta vrijwel achterin het startvak. Er zijn heel veel lopers van mijn club, wel gezellig. Maar ze gaan allemaal veel harder dan ik. Hardlopen is een leuke sport, want je loopt tegen niemand anders dan tegen jezelf. Winnen is er toch niet bij voor 980 van de 1000 lopers die met mij vertrekken. Iedereen vind het dus gewoon leuk dat ik meedoe, zelfs al komen ze zelf twintig minuten voor mij aan.

Ik heb niet eens een startschot gehoord, ik ben te ver van de startlijn. Dat geeft niet, ik je nummer zit een chip en die registreert je tijd. Het duurt dus ruim twee minuten voordat ik echt start. En dan kun je niet eens hard gaan, want het is vreselijk druk. Ik loop dus een beetje mee, heb het gevoel dat het niet hard gaat. Ik passeer Johan in het publiek die roept "Je kan het" maar dat wist ik al. Als ik op mijn horloge kijk zie ik tot mijn schrik dat ik veel te snel gestart ben. Als je het 21,1 km wilt volhouden, moet je vooral de eerste kilometer rustig aandoen, je spieren warm laten worden en je hart op gang krijgen. Ik heb een fantastisch horloge waarop ik ter plekke en naderhand op de computer kan zien hoe lang ik loop, hoeveel km ik afleg, mijn actuele hartslag en mijn tempo. Dat laatste heb ik misschien al eens uitgelegd. Wij lopers meten niet echt in kilometer per uur, maar in minuten per kilometer. Als je tien km/h loopt, dan is dat 6 minuten per km. Om 2 uur 15 te lopen moet ik over elke kilometer ongeveer 6 minuten en 20 seconde doen. En ik start al met 5 minuur 30! Helemaal fout en ik doe het dus meteen langzamer aan.
Na een kilometer (5.45) zoek ik naar een geschikte partner om me aan vast te klampen. Ik zie een jonge vrouw die mooi loopt (rechtop, armen naast je, schouders naar beneden) en het juiste tempo heeft: ietsje sneller dan ik. Ik loop eerst een paar honderd meter naast haar, ze is een prima maatje voor mij. Dan vraag ik hoe lang ze erover gaat doen. Ze hoopt dat ze hetzelfde loopt als vorig jaar: twee uur en zeven minuten, maar ze heeft dit jaar bijna niet getraind. Zie je wel: perfect. Ze vindt het leuk dat ik met haar mee wil lopen en ze heet Marloes. Marloes zet er flink de sokken in en de eerste paar kilometer doen we net onder de zes minuten. Bij de drie kan ik nog net naar RJ zwaaien en laten weten dat ik toch weer te snel was gestart. Hij gaat hierna een uurtje fietsen.

Marloes en ik lopen als een trein. Ik voel dat het me weinig moeite kost en ik weet dat ik op dit tempo best nog wel tien km kan doorlopen en daarna zie ik wel. We halen heel wat lopers in. Veel daarvan zijn bezig met de hele marathon, ze lopen helemaal krom van ellende. Bij de drinkpost op 5 km blijkt Marlous te kunnen drinken en tegelijk hard door te kunnen lopen. Ik moet even wandelen met mijn bekertje water anders word ik helemaal nat. Maar ik haal haar makkelijk weer in, dat geeft de burger moed. Op de tien km staat een tijdaanduiding, ik schrik ervan, een uur en twee minuten? Is mijn horloge dan fout? Maar het is echt pas één uur lopen geweest, dat komt omdat ik zo laat over de start ging. We gaan door het bos op een smal fietspad en inhalen is soms moeilijk. Maar het voelt nog steeds prima. Als we het bos uitkomen zien we donkere wolken en regen in de verte. Regen is overigens niet erg als je hard loopt, het koelt lekker af en geeft je veel zuurstof (dat laatste is volgens mij onzin, maar och we ouwehoeren wat af onderweg). We krijgen een stukje met wind tegen, maar Marloes houdt goed vol en ik dus ook: 6.13. En dan gaat het bij de 15 km ineens mis. Ze loopt van me weg. Ik probeer bij te blijven, maar ze is echt aan het versnellen en dat lukt me niet. Dan volgt een drankpost en is ze ineens twintig meter voor me. Ik moet het nu zelf doen, al zie ik nog steeds haar blauwe jack en haar paardenstaart. Ik probeer aan te haken bij mensen die mij inhalen, maar het lukt niet. Dan maar op eigen kracht.

Ik zie tot mijn verbazing dat ik het tempo goed volhoud, De volgende kilometer gaat in 6.04. Achteraf zie ik dat ik de zestien km in 1 uur 36 heb gelopen, mijn beste tijd ooit was 1 uur 42. Maar ik wist al dat ik sneller dan ooit tevoren ben. Bij de 17 km staat RJ te juichen dat ik 14 minuten voor ben op mijn schema. Dat is niet waar, maar het klinkt wel leuk. Ik probeer het tempo erin te houden en haal ineens veel wandelaars in. Toch mensen die zich wat overschat hebben, en natuurlijk veel lopers van de hele marathon. Maar ik heb het ook niet makkelijk, we steken een viaduct over en klimmen is nu echt niet leuk. Steeds meer wandelaars. De negentiende en twintigste kilometer gaan op 6.20. Maar dat is de tijd die ik zou moeten lopen, dus wat maakt het uit. De winst is allang binnen.

De laatste kilometer gaat door het dorp. Met mensen langs de kant die klappen en dat helpt. Ook Johan staat in het publiek. Hij gaat zowat uit zijn dak voor mij: "Ja Margriet geweldig, dit is je sport, je mag niet ophouden ik zie je deze week op de training". Niet dus, maar ik heb te weinig adem om hem tegen te spreken. Ik zie Marloes niet ver voor me en zet een beetje aan, misschien kan ik samen met haar finishen. En dan die laatste meters. Elvina, een clubgenote loopt vlak voor me. En zij is zoveel sneller dan ik. Ik spurt om in elk geval als eerste over de streep te komen, maar zij wordt daardoor geïnspireerd en finisht gelijk met mij. En dan ben ik er!

Eerst naar Marloes om haar te bedanken. Dan een cape om van zilverpapier, tegen de kou. Heel veel water drinken en bananen en sinaasappelen eten. Alle clubgenoten feliciteren en naar tijden informeren (eentje 1 uur 47 de rest rond 1uur 57 minuten). Elvina troosten, ze zat er helemaal doorheen. Medaille uitzoeken. En dan naar de afgesproken plek waar RJ staat te wachten. Ik loop zelfs hard het finishvak uit, anders moet hij zo lang wachten. En pas dan begin ik te begrijpen dat ik het gehaald heb: zeven minuten sneller dan ik met mezelf had afgesproken. En ik ben niet eens moe! Niks doet pijn. Zelfs nu, twee dagen later, alleen mijn bovenbenen en alleen als ik van de trap loop. RJ pakt zijn fiets en ik mijn spullen uit de kleedkamer. Ik kleed me warm aan. We wandelen naar de auto, zodat ik al meteen het hele verhaal kan vertellen. Hij is ook wel een pietsie trots op mij.

Thuis duik ik in een warm bad. Ik bel Erik vanuit het bad, maar ik was vergeten dat het net wintertijd is geworden en ik bel hem uit bed. Maar hij doet niet moeilijk en luistert een half uurtje mee. En dan mijn gegevens op de computer en lekker nagenieten. Ik blijk sneller te zijn geweest dan Marloes en Elvina, omdat ik later gestart was.

Vanaf nu ga ik elke week twee keer ontspannen 'voor mezelf' lopen. Ik koop een i-pod, de weggetjes rond Oudenbosch worden saai. Op zaterdagmorgen ga ik naar een algemene training om nog wat te intervallen. En volgend jaar doe ik misschien voor de gein nog wel een wedstrijdje.

Oh ja Erik, ik vergat te zeggen dat vanaf nu de te kloppen tijd is: 4 uur, 16 minuten en 54 seconden. Op de hele marathon wel te verstaan. Want je oude moeder op de halve marathon inpakken, dat is aso.

Margriet

zondag, mei 31, 2009

Marathon

Ik had nog nooit een race gelopen. We begonnen middernacht (dat is minder heet).

De eerste 25km waren vlak en gingen mooi zoals gepland (de 21km deed ik in precies 2 uur). Daarna waren er glooiende-heuvels. Heuvels zijn niet leuk.

Uiteindelijk in net iets onder 4 uur en 30 minuten aangekomen. Dat was ook precies mijn "target". Katelyn en Pek Boon en Sock Siong stonden bij de finish op mij te wachtten (dat was erg motiverend gedurende de laatste 8 kilometers).

In de photo's: finish en Katelyn helpt met de balans terwijl ik stretch.


dinsdag, oktober 23, 2007

Lopenlopenlopen deel 2

Verslaafd. Aan hardlopen. Als je me dat een jaar geleden had gezegd, had ik het niet geloofd. Sinds Kerst 2006 loop ik ‘hard’. Tussen aanhalingstekens, want ik loop ongeveer 8 km per uur, en dat is meer joggen dan hard lopen. De snelheid mag dan niet bijzonder zijn, de tijd en de afstand worden wel groter. Steeds meer per keer en steeds meer keer per week.(17 e’s in één zinnetje) Ik loop nu drie keer in de week ruim tien kilometer, voor mij is dat dus een uur een kwartier lopen. Als je daarbij het inlopen en het rekken en strekken telt, ben ik zo’n zes uur per week aan het lopen.

Heb ik jullie al verteld dat ik zelfs een wedstrijd heb gelopen? Zes kilometer, een fluitje van een cent voor mij (37 minuten en 7 seconde). Ik was wel de laatste, maar gelukkig viel dat niet op want gelijktijdig was er ook een 10 km race. De winnaar van de 10 km, finishte vóór mij. Volgend jaar wil ik een keer de tien kilometer doen. En dan ga ik trainen voor de halve marathon. Niet dat ik de wedstrijd leuk vond, maar je moet iets hebben om je te motiveren.

Ik heb namelijk nooit zin om te vertrekken. Bij mijn hardlopen, hoort een riedeltje aan spullen. Om te beginnen moet ik elke keer besluiten wat ik aantrek, en dat is een lastig besluit. Als ik begin met lopen dan heb ik het hartstikke koud en als ik eindig zweet ik me rot, vooral als de zon schijnt. Vanmorgen was het zo koud dat ik mijn handen in het trainingsjack verstopte. “Doe dan handschoenen aan”, zegt RJ. Maar dan moet ik die meedragen! En alles is gericht op zo min mogelijk gewicht. Dan maar kou lijden in het begin. Verder heb ik twee papieren zakdoekjes bij me, een voor gebruik en een voor reserve. En een telefoon en een stappenteller. Als ik geen trainingsjack aan heb, stop ik de telefoon onderin mijn beha. Ik durf niet te lopen zonder, als ik mijn enkel verzwik vinden ze mij pas na drie dagen. Diep in het bos. Doodgevroren.

Tenslotte heb ik ook nog een alarm bij me. Die lijkt op een vreselijk groot horloge en is ook nog knaloranje. Omdat ik me daarvoor heel erg schaam, maak ik die helemaal bovenaan mijn arm vast, onder de mouw van mijn shirtje. Ik hoef er maar een klap op te geven en het ding begint te gieren en lichtsignalen te geven. Dat is niet voor verzwikte enkels, maar voor aanrandende mannen. Niet dat ik die tegenkom, gewoonlijk kom ik vrijwel niemand tegen, maar je weet maar nooit. Met dat ding om durf ik in mijn eentje werkelijk overal te lopen, op elke tijd van de dag en nacht.

Als ik volledig gekleed ben ga ik eerst rekken en strekken en inlopen in de tuin. Dan start ik vanaf de voorkant van de oprit, de stappenteller op nul en gaan. Het eerste kwartier is niet leuk. Er is altijd wel iets dat ik voel, een teen die niet goed zit, een spiertje in een bovenbeen dat pijn doet. Ik neem elke dag een ander parcours, keuze genoeg. Maar een route vind ik het aller-fijnst en dat is lopen in de polder. Ten noorden van Oudenbosch begint een kleigebied, met allemaal lange rechte straten en heel weinig boerderijen. Als ik daar loop dan krijg ik de ‘flow’. Het is me al een paar keer overkomen dat ik een afslag miste, gewoon omdat ik helemaal niet meer oplet. Dat is dus het verslavende. Je vergeet dat je loopt en je gedachten doen iets zelfstandigs (wat dat weet ik niet). Daarna voel je je geweldig. Ik word er niet eens echt moe van, het hijgen is ook voorbij en zweten doe ik – vooral nu het echt koud wordt – ook niet meer. Ik krijg alleen nog een roje kop, maar dat is een termeer-ding.

Tja, het is duidelijk een domme afwijking. Al heeft Lonneke verteld dat zij – wel heel leuk met een podcast gedownload op een i-pod met een stem die zegt wat ze moet doen – ook begonnen is. En zij lijkt me verder toch best verstandig. Misschien moet ik haar maar adviseren om te stoppen nu ze nog kan. Want ik ben erg oud, en langer dan een paar jaar zit er voor mij niet in, dan begint de rollator-periode. Dan houd zo’n verslaving vanzelf wel op. Maar als je nog jong bent: niet mee beginnen! Anders krijg je afkickklinieken en verdrietige ouders ….

maandag, februari 12, 2007

lopenlopenlopen

Ik ben aangetast door het loopvirus. Dat komt omdat ik tegenwoordig zoveel zit voor mij werk. Op school liep ik rond, trappen op en af, en daardoor kreeg ik overdag voldoende lichaamsbeweging. Nu zit ik achter de computer of bij een vergadering.
Ik heb geen zin meer om op vaste avonden naar een volleybalclub of gymclub te gaan. En hardlopen kan ik alleen, in de tuin en wanneer mij dat uitkomt.
Ik heb een schema gedownload van internet. Ik moet drie keer in de week lopen en dan een afgepaste hoeveelheid minuten hardlopen en gewoon lopen. De eerste keer een minuut hard, een minuut gewoon en dat tien keer. Het aantal minuten hardlopen gaat steeds omhoog.
Een rondje rond de buitenkant van de vijver achter in het bos is precies in één minuut hard of in twee minuten gewoon lopen te doen. Dat scheelt een stopwatch.
Als ik meer dan drie rondejs moet lopen, raak ik de tel kwijt. Daar heb ik het volgende op gevonden: ik neem een dunne tak en breek daar evenveel stokjes af als ik rondjes moet lopen. Elk rondje gooi ik dan een stokje weg.
Ik begin stiekum een beetje te genieten van het lopen. 's Morgens zingen de vogels met me mee en 's avonds ren ik door het pikkedonker. Beetje spannend.
En ik ben supertrots op mezelf. Ik heb gisteren 3x10 minuten hard gelopen en 2x5 minuten gewoon. Ik hijg me dan suf en zweet me kapot. Ik moet nog een paar keer 3x10 lopen, dan 20+10 en tenslotte 30 minuten. Ik weet nog niet precies hoe ik dat moet doen met de tel bijhouden, 30 stokjes is lastig vasthouden.
Mijn ultieme doel is een rondje te kunnen hardlopen vanaf ons huis. Het kortste rondje is naar schatting 30 minuten hardlopen. Ik durf echter pas de weg op, als ik niet meer zo hard hijg en zweet. Dus dat is nog even trainen.

vrijdag, november 24, 2006

Cogito ergo curso (ik denk dus ik ren)

Op de treadmill in de gym kijk ik twee keer per week, één uur lang neer op het hectische voet-verkeer van Orchard Road zeven verdiepingen lager. Ik ren samen met de good looking gay muscle men en de spierige sportieve dames die naast de treadmill zich ook bezig houden met home trainers, roei machines, gewichten, en ander gym-spul. Daar doe ik niet aan mee. Ik ren alleen.

Ik maak me geen illusies. Ik zag laatst een marathon op TV waarin een dame de 42 klicks deed in minder dan drie uur. Omgerekend had ze gemiddeld 16 km/uur gelopen. Ik kan dat nog altijd niet geloven. Als ik mijn ratten-radje richting 16 km/uur breng, dan val ik er bijna vanaf. Dat iemand dat meer dan twee en een half uur volhoud lijkt me niet menselijk. Misschien is die treadmill gewoon fout en loop ik feitelijk veel sneller (en dus verder) dan het LCD schermpje aangeeft.

In eerste instantie ben ik erop uit om mijn hersens te rebooten. Ik ben dag en nacht bezig met het oplossen van ingewikkelde wiskundige vraagstukken (lees: ik schrijf software), en dan is het prettig om zo nu en dan je verstand op nul en blik op oneindig te zetten.

In het begin deed ik puffend en steunend een half uur tegen 8 km/uur. Maar vorig jaar deed ik al een halve marathon (21 km) in net iets meer dan twee uur. Dat is ongeveer 10.5 kilometer per uur. Maanden lang kwam ik wel steeds verder maar ik kon niet sneller. Zodra ik de mill op 10.7 km/uur zette, werd het binnen 5 minuten opeens slap in mijn benen.

Recentelijk is het me gelukt 10 kilometer tegen 12 km/uur te doen. Dat wil zeggen, ik liep 10 kilometer in 50 minuten. De truc: “System of a Down”. Dat is een punk bandje uit de VS (of was het de Oekraïne?). De muziek raast door mijn i-Pod met een snelheid van 165 beats per minute, wellicht op maat met mijn hart. Maar het werkt wel! De herrie houdt me op hoge snelheid: “Banana, Terracotta, Pie!”. Blij. Ik vind steeds meer gelijksoortige muziek die me op tempo houdt. De muziek van “Lard” doet het ook erg goed (vooral het liedje “Forkboy”). Ik ben aan het afdwalen, maar ik vindt die titels zo geinig.

Wat me nou opvalt, is dat ik tijdens het rennen de hele tijd mijn hoofd breek met de wiskunde van de loop zelf. Hoe ver moet ik nog in percentages, hoe lang is dat omgezet naar tijd; wat als ik nu switch naar een snelheid van 0.2 kilometer per uur sneller, hoe lang dan nog; en als ik nu nog één kilometer verder ren, op welke snelheid zit ik dan gemiddeld, etc.

Verstand op nul blijkt net zo onmogelijk als een marathon in 3 uur.