Camilo: “Ik heb honger, mijn maagje knabbelt!”
Sofía praat achterop de fiets over de kinderen in haar klas: “En dan heb je
nog het vervelende jongenstroepje D., T. en N.” Loes: “Troepje?”
Sofía: “Ja, troepje. Ik wil ze opvegen en naar een andere school gooien!”
Sofía doet een beetje gek. Loes: “Doe je dat op school ook?”
“Nee, dan moet ik mijn gekheid inhouden!”
“Nee, dan moet ik mijn gekheid inhouden!”
Sofía heeft de laatste tijd veel ‘vriendinnen’ gemaakt: meisjes bij de
zwemplas, maar ook dochters van kennissen van mama en papa. Ze heeft het er vaak over, ze vindt ze heel interessant. En dan
herinnert ze zich ineens een vriendin van een vakantie van twee jaar geleden. “Ik heb
eerder een vakantievriendin gehad hè, mam? Dat was wel heel spannend, want het was
een Duitser en ja..... dus ook van Hitler. Ja, Duitsers wil ik liever niet
aanspreken.”
Camilo in gesprek met een grote jongen: “Ik ken gewoon een
jongen die niet tot tien kan tellen, Casper!” Vraagt de jongen: "Tot hoever kan hij dan
tellen?” Milo: “Gewoon, tot nul!”
Op bezoek in Zeeland. Emma: “Kijk eens wat een grote boot!”
Maren: “Dat is een schip mama!”
Maren: “Dat is een schip mama!”
Maren: “Mama, soms denk ik heel rare dingen. Zo denk ik altijd dat het
meisje dat in het badje naast mij zwemt, een boef is. Dat haar hele familie
boeven zijn. Want haar vader heeft allemaal tatoeages en haar moeder een gouden
tasje. Maar ik heb ze nooit wat zien stolen.”
