Twee werkmannen drinken koffie in de huiskamer. Intussen doet Milo een
spelletje met zijn moeder. Dan kijkt hij ineens op en zegt: “Hé, waarom
gaan jullie niet aan het werk?”
“Ik kan op de crèche iedereen optillen, want ik ben de grootste. Als
je groter bent, dan kan je iemand optillen.” Hij kijkt naar zijn moeder. “Papa
kan jou denk ik óók optillen!”
Op de crèche zetten ze hem met zijn vriendin Lizzy op de foto. Thuis zegt hij: “Mama, ik wil weer een stropjas.”
Milo, na afloop van een familiedag op het strand met 39 graden op de thermometer: “Ik vind opa zó lief, ik wil dat hij elke dag blijft, ook als het sneeuwt...”
Ook Matthias heeft een heerlijke dag aan zee gehad. Maar wat zei opa Toon
ook al weer over het zeewater?
Matthias: “Opa, wat zei je nou van het zeewater, is dat zout? Of peper?”
Toon: “Nee, zeewater is zout.”
Matthias: “Dus géén peper?”
Matthias: “Opa, wat zei je nou van het zeewater, is dat zout? Of peper?”
Toon: “Nee, zeewater is zout.”
Matthias: “Dus géén peper?”
Sofía: “Mama, gotten bestaan toch niet echt?”