We lezen een boekje. De hoofdpersoon eet een pizza, ziet een bus aan de verkeerde kant van de weg rijden, en staat onder een grote, stalen toren. Ik vraag Neeltje of ze weet in welke landen de man is, maar dat is nog wat lastig, dus ik help een handje. Iet... Itaal... "Italië!" Eng... Engel... "Engeland!" Fr... Frank... "Frankrika!"
Neeltje houdt ook niet zo van prakrika.
Neeltje zit bij Peter achterop de fiets als de versnelling het begeeft. Hij trapt zich het snot voor de ogen, maar komt niet meer vooruit. Thuis doet Neeltje uitgebreid verslag: "En toen ging papa's versnellerding kapot!"
Ik fiets met Flinn naar school. Links naast de weg zit een ekster, even verderop rechts zit er ook een.
Flinn: "Eén... twee... ja, zomer!"
We fietsen terug naar huis. Op het net omgeploegde weiland zit een grote groep kraaien. Ze vliegen op en vlak over de weg op het moment dat wij voorbij fietsen.
Flinn: "Wow! Dat was niet cool; dat was spectaculair!!"
Jeppe leest voor. De hoofdpersoon constateert dat er een deur open staat. Ik vraag hem of hij weet wat constateren betekent. Nee, dat weet hij niet. Maar Flinn wel: "Zoeken! Nee? Oh, dan is het illustreren!"
Flinn en Jeppe hebben ontdekt dat de vier kinderen van de achterburen helemaal niet zo eng zijn en dat ze vet coole skelters hebben, dus tegenwoordig brengen de beide mannen grote delen van hun weekend daar door. Flinn voelt zich er zo thuis dat hij zijn jas en zijn geluksketting heeft laten liggen. Gelukkig heeft hij nog een andere jas, maar die ketting wil hij toch wel graag terug. Dus op een woensdag, een half uurtje voordat we gaan eten, suggereer ik dat hij toch maar even zijn jas en ketting gaat halen. Ophalen en terugkomen, is de boodschap, want we gaan zo eten.
"Ja, maar mama, dat durf ik eigenlijk niet zo goed."
"Hoezo niet? Jullie zijn toch nieuwe beste vrienden?"
"Ja, dat is wel het geval. Maar ik ken mezelf, als ik daar eenmaal ben, blijf ik er plakken."
Nu we weer iedere dag naar school fietsen, leren we de ochtendwandelaars goed kennen. Meestal hondenuitlaters. Als we de meneer van de border collie tegenkomen, vraag ik in het voorbijgaan of de hond z'n bal inmiddels teruggevonden heeft. Het baasje antwoordt positief.
Flinn: "Goh, die man was eigenlijk best aardig. Ik weet zeker dat die nog nooit meegedaan heeft aan een rel!"