zaterdag, januari 26, 2019

Dommes en poëzie in tijden van sneeuw


 Milo schept graag op over zijn spieren. Loes: “Kijk, ik heb ook sterke spieren!” Hij: “Nee, jij hebt lieve spieretjes.”

We zwaaien T uit die door de regen wegfietst. Ik: “Arme opa, hij wordt helemaal nat.” Milo:  “Mm, lekker regen, water op mijn tong!” “Oh ja?” zeg ik, “Zullen we samen in de regen gaan lopen? Of wacht, we kunnen niet naar buiten. Opa heeft de sleutel meegenomen!” Milo roept: “Oh nee! We zitten gevangen!”  

Sofía bestudeert een pijnlijke schram op haar pols. “Mam, ben ik hier verkeerd gemaakt?”

Sofía in een spel: “Ik ben verliefd op de hemel! Want daar woont God en hij heeft alles gemaakt. Anders was Nederland een grasveldje!”
 
Sofía: “Mam, weet je nog dat ik die knutsel-spin had gewonnen bij de kleuters? Waar is die eigenlijk?” Loes: “Ik denk dat ik die heb weggegooid...” Sofía: “Oh nee, ik wilde hem ophangen in mijn kamer. Ik wil mijn kamer wat moderner maken.”

Matthias heeft zijn eerste gedicht geschreven:
"De leeuw is mooi en de gans zijn prooi,
De gans doet "waat"
en de leeuw wordt kwaad."