zaterdag, augustus 22, 2009

Loosha in America


Het appartement is gehuurd, de kamers zijn ingericht, Esteban kan terug naar Nederland. Nu hard aan het werk om de rekeningen van IKEA te kunnen betalen.....

donderdag, augustus 20, 2009

Eén rat is geen rat

De mijnheer van de gemeente wist het zeker. We hadden geen rat. We kregen een heel college hoe ratten zich gedragen en hoe ze hun aanwezigheid verraden, maar dit, nee, dit was geen rat. Hoogstens een muisje. Eigenwijs gingen we toch met cement en gif aan de slag, want een muis, nee dat was het zeker niet. Daarna kwamen de stank en de vliegen. Uit de kruipruimte haalden we - na een paar dagen uitstel, want dat is wel een vies karweitje - een dooie rat bovengronds. Harrie bleek flink uit de kluiten gewassen: zo'n 25 cm. bruine rat schoon aan de haak. (Schijnt heerlijk te smaken, maar dat hebben we maar niet gedaan.) Weg stank. Maar gek genoeg kwam de stank na een dag weer sterker terug. Nog een rat in de kruipruimte? Toch maar eens even goed de kelder zelf geïnspecteerd. En de meneer van de gemeente kreeg toch gelijk: het was inderdaad geen rat. Het waren er twee. Harriet, wat beter toonbaar, staat op de foto. We houden het erop, dat zij van liefdesverdriet gestorven is toen alle gaten naar de kruipruimte - waar Harrie lag te creperen - waren dichtgesmeerd. Maar misschien had het zakje gif onder de kast er ook iets mee te maken. Hopelijk zijn we er nu een beetje klaar mee. Wie komt er een keer langs om de keldervoorraad mee op te maken?

dinsdag, augustus 18, 2009

Fietsen in Italie

Hierbij de vakantie bijdrage uit Nieuw-Vennep - enigszins verplicht (zie vakantie-stukje van ons mam - nou ja, we zijn ook best trots en vertellen het graag aan iedereen).

Begin juli zijn we met de slaaptrein uit Amsterdam tot Como gereden. Vanuit Como zijn we vervolgens in 13 dagen naar Umbrie gefietst - in totaal ruim 800km afgelegd. Het was een prachtige belevenis: afwisselende natuur, dorpjes, stadjes, mensen, maar ook overal lekker eten, ijsjes, uitstekende hotelletjes, en heel weinig last van zadelpijn (alleen eerste paar dagen).

Het weer was uitstekend. De eerste week hadden we een paar keer een middag bui-tje, en dat was eigenlijk wel verfrissend. Daarna werd het steeds warmer. Toen het echt een hittegolf werd, waren we gelukkig al in Umbrie op plaats van bestemming (met een groot zwembad om af te koelen!!).

Het noorden van Italie is redelijk vlak (Po-vlakte), maar daarna was het klimmen geblazen over de Apennijnen. Ook in Toscane en Umbrie moest het nodige geklommen worden. Dat viel niet altijd mee. Een goede motivatie was de belofte van een ijsje bovenop de berg of in het volgende dorpje. En dan op de top - wat een prachtig uitzicht! De afdaling is nog veel leuker, ook al duurt het wel kort, zeker in vergelijking met de tijd die je aan het klimmen bent geweest.

Je komt zo al fietsend ook regelmatig op plekken waar geen toerist ooit komt. Met onze kennis van de Italiaanse taal betekende dat uitleggen met handen en voeten. Maar altijd behulpzaam en vriendelijk, op een bazige hoteldame na. Die sprak heel snel en dan na elke zin: capito? Nou nee, niet echt, maar daar moesten we het maar mee doen.

Alleen de eerste twee nachten en het verblijf in Umbrie waren vooraf vastgelegd. We hadden een routebeschrijving met vermelding van in de buurt gelegen hotelletjes. Elke avond bekeken we waar we de dag erop naar toe zouden fietsen, en lieten dan het hotel waar we die nacht sliepen naar het volgende hotel bellen om kamers te bespreken. Deze tactiek werkte uitstekend, laat die Italianen het onderling maar regelen! Overigens was de (toeristen)crisis wel zichtbaar: regelmatig zo goed als de enige gasten geweest...

Slechts 2x pech gehad: 2x een lekke band. Een keer bij vertrek uit een B&B, de andere keer toevallig vlakbij een mobile home parkeerplaats (met een waterkraantje). Daar hebben we van een Italiaanse familie nog een teiltje geleend want we konden het gaatje niet gemakkelijk vinden.

De beloning na 800km fietsen was een week met vrienden op een grote Agriturismo met zwembad: 9 families in een groot huis, 23 kinderen, 18 volwassenen.
We gaan al verschillende jaren zo samen op vakantie: de kinderen vermaken elkaar en dus hebben de ouders ook echt vakantie. Iedere dag gaat een aantal boodschappen doen (elke dag 2 volle winkelkarren!), anderen helpen bij het snijden van groente, koken of afwassen - maar eigenlijk is het elke keer weer zo gepiept. Het is vooral een week relaxen, bijkletsen, lezen, lekker eten en drinken (je kunt de hele dag aperitieven als je wilt...).

En toen gingen we vanuit Umbrie met de trein terug naar Milaan. Het Italiaanse treinsysteem is uitstekend geregeld, ook voor de fietsen. Een aantal treinen heeft airco - dat is echt zalig, want we hebben er ook eentje zonder airco gehad. Dat was HEET!
Vanuit Milaan vervolgens weer de slaaptrein naar Amsterdam en tenslotte fietsend naar Nieuw-Vennep.

Samengevat: een supervakantie.

Snoek!

Ik was helemaal ontdaan van het nu hiernavolgend verhaal van Loesje. En ik aarzelde een beetje om er een gewoon stom Hollands verhaal voor te zetten. Maar iemand moet het doen.
Dit verhaal gaat over een snoek. Ik heb het al aan de grote visser opa verteld en hij vond het een mooi verhaal. Dus dan toch maar.

Zoals jullie weten hebben we een prachtige droomvijver in het bos liggen. Het is ook mijn zorgenkindje, want er is altijd wat mee. Soms overstroomt hij en soms is alle water bijna weg. Dan weer dood ik alle vissen met een zuurstoftekort en dan weer vinden we zonder enige reden twee dode palingen. Elke zomer is de hele vijver dicht met eendenkroos, die ik dan (met een waadpak aan of vanuit de boot) zorgvuldig eruit vis met twee visnetjes. Alleen al het eendenkroos is goed voor avonden vol plezier, rustig eendenkroos vissen en denken dat het nuttig is. En dat is het, voor mezelf, want als er ergens een plek eendenkroos weg is, kan ik uren in het water staren naar de visjes. Allemaal voorntjes, zo'n 20 cm op zijn hoogst, een zilveren visje met rode vinnen.

We hadden altijd veel vis in de vijver. De reiger kwam regelmatig lunchen en dat vonden we goed want er was vis genoeg. Daarbij kwam dat we er niks aan konden doen! Sinds vorig jaar waren er twee snoeken zichtbaar in de vijver. Je kunt ze goed zien, want ze liggen stil, soms bij elkaar, en loeren dan dreigend in het rond (dat laatste verzin ik). Als er dan vis voorbij komt dan maken ze een gigantische juist ja snoekduik. Het geeft een hoop kabaal en de vissen springen boven het water uit van de schrik.

Iedereen vraagt hoe zulke vissen in de vijver komen en dat weten we dus niet. Men zegt dat eenden aan hun poten vaak visseneitjes meenemen, dus dat geloven we dan maar.
Ik vroeg ons pap of dat kwaad kon, die snoeken, maar hij vond dat dat heel goed was voor de vijver: het houdt de visstand gezond. Dus lieten we het maar zo. Ook weer omdat we niet zoveel keus hadden.

Maar dit jaar is het eendenkroos vissen helemaal niet leuk. Als ik een wak had gemaakt en begon te staren, kwam er helemaal geen voorntje meer. En hoe verder ik de vijver vrijmaakte, hoe meer ik zag dat het grootste deel van de vis weg is. Weg! Van de honderden redelijk grote voorntjes waren er nog een stuk of twintig over. Beestjes die niet lekker in zonnige plekjes kwamen luieren, maar alerte beestjes die bij elk zuchtje wind in paniek verdwenen. Ik weet zeker dat het komt van die twee alsmaar groter en dikker wordende snoeken.

En toen bedacht ik de oplossing: vissen! Ik belde neef Roel van RJ. Hij zou toch bij ons komen logeren en vroeg hem of hij op snoek kon vissen. Ja graag, was het antwoord. Hij kwam met drie andere neven en twee hengels. Enthousiast begonnen ze te werpen en in te halen, schattige blinkertjes zwommen pijlsnel door het water en ik wist zeker dat een snoek die niet zou kunnen weerstaan. Helaas deden de neven in het begin alles fout: met de boot in het water gaan en schreeuwen. Ik als dochter van een visser – zelfs ooit koning visser – wist dat het zo niet moest.

Maar 's avonds na het eten begonnen ze opnieuw, en binnen enkele minuten klonk er gekrijs van de vijver. Van alle kanten kwamen we aangerend, nichtjes, tantes, neven op zoek naar een mes, RJ en ik. Roel had een snoek gevangen. Hij had de tegenwoordigheid van geest gehad om meteen zijn voet erop te zetten toen hij hem inhaalde, want het beest ging hevig tekeer. In de algemene paniek was een haakje van het blinkertje in zijn schoenveter terechtgekomen en ging er niet meer uit (RJ heeft hem er later rustig uitgepeuterd). Maar de eerste zorg was die snoek doodmaken, vandaar dat mes. En op de foto zie je de trotse Roel met zijn vangst, een vervaarlijke snoek. Enorme driehoekige vinnen geven hem het aanzien van een oorlogswerktuig. Zijn kop meet zeker tien centimeter. In de algehele consternatie zijn we vergeten de hele vis op te meten.

Een andere neef, die niet eens saus op zijn pasta lust, stelde voor om de vis te roosteren en op te eten. Ik heb geleerd dat zo'n vis naar grond smaakt, dus ik vond dat onzin. Maar ze zetten door en de vis werd keurig geprepareerd en met een stok boven het vuur gehouden, zie foto. En hij smaakte uitstekend! Wel veel graatjes, en dan moet ik altijd even aan Lonneke denken.

Helaas wisten de heren de volgende ochtend beide hengels onklaar te maken, dus de tweede snoek zit nog altijd in de vijver. Zijn er nog liefhebbers die willen komen vissen? Gegarandeerd spanning en sensatie. En je mag meteen verse vis blijven eten.

Margriet

maandag, augustus 17, 2009

Standplaats Emeryville: het Amerikaanse systeem

Ik heb begrepen dat bijna niemand van de PI's (professors, assistant professors) 100% salaris krijgen. Vaak krijgen ze maar 40% (voor het onderwijs van september tot mei) en moeten ze de rest van het geld (voor onderzoek en vakantie) zelf bijverdienen door het krijgen van grants (beurzen). Nu met de crisis is dat heel moeilijk en vliegen er dus veel mensen uit. Ik heb al voorbeelden gehoord van hoogleraren met echt een goede reputatie, die hun EIGEN geld in het lab hebben moeten steken, omdat ze geen geld hadden voor chemicaliën. Geen chemicaliën betekent geen experimenten, dus geen resultaten en zonder resultaten ook geen nieuwe grant. Kortom, je MOET wel eigen geld inbrengen, anders verlies je je baan. Vergelijk dat eens met ons systeem, waar een vaste positie gewoon betekent dat je tot je 65ste kunt blijven zitten zonder dat je presteert (even zwart-wit gezien).
En nog zoiets, vanochtend kregen we een mailtje van P&O met de volgende strekking:
Diane, een collega, heeft alvleesklierkanker en kan door heftige chemo een aantal weken, misschien maanden niet werken. Haar vrije dagen zijn op en daardoor kan ze niet langer in het ziekenhuis blijven en MOET ze komen werken. Want als ze niet komt werken, vervalt haar ziektekostenverzekering, en moet ze de kankerbehandeling zelf betalen, wat natuurlijk niet mogelijk is.
De vraag was of wij allemaal een vrije dag, of een aantal uur willen inleveren om Diane te helpen. Diane is de assistent/secretaresse van Liz en werkt al meer dan 15 jaar bij haar. Dat geloof je toch niet!!! Ze is opgenomen in het ziekenhuis en heeft zware chemo, dus dat ze moet komen werken is gewoon onmogelijk. Ik weet niet of mensen vakantiedagen gaan inleveren. Moet je voorstellen, je krijgt er hier maar 10 per jaar!!!!!! Per jaar!!! Dan ga je niet zo snel een dag doneren aan een zieke collega, toch?
Een land van uitersten! Je kunt hier in een dag je huis verliezen en in een week miljonair worden. Maar geef mij maar ons systeem.