Hoe pak je zoiets aan, als je - ver van huis - vóór Essche Heike 3 staat?
1. Je rijdt even een paar meter door de bloedhete zon, constateert dat het écht niet gaat en parkeert de auto in de schaduw op de oprit van de Guus-Unie.
2. Je zegt tegen de toegesnelde A3n: "Ga maar lekker binnen, je kunt hier niets doen." Maar... dat doet ze niet, want daar heeft ze geen zin in. Bovendien kan ze fantastisch in de weg lopen.
3. Je begint aan je grands travaux met... verrek, ik heb een gevarendriehoek!... met plaatsen van een gevarendriehoek achter de auto, hahaha da't ziet er leuk uit joh, láchen. A3n vindt het ook leuk (A3n vindt alles leuk).
4. Je opent een geheim compartiment in de auto alwaar je naast veel hondenhaar (hm) géén cocaïne aantreft (hm). Maar wél een krik en een "thuiskomertje". Klinkt allebei een beetje vies, maar de montere bandenwisselaar kán niet zonder.
5. De krik is dusdanig verroest, dat de hulp van René de Buurman noodzakelijk is. In zijn kelder staat een bankschroef en gelukkig heeft René allerlei smeermiddelen. (Nee, we blijven niet aan de gang!) Je laat A3n even achter bij de auto.
6. "Ben je geen lid van de Wegenwacht?" Verrek, helemaal vergeten! Gewapend met een werkende krik en een nieuw plan - hulp inroepen - verschijn je weer op straat... maar A3n zit intussen niet stil...
7. "Oud mevrouwtje dat wat hulpeloos staat te kijken naast een gevarendriehoek..." Die aanblik is twee passerende jongens teveel, en zo zijn vriendelijke Ahmed en Rachid al druk doende de auto op te tillen met een grote rode hydraulische autokrik. In een vloek en een zucht is de band gewisseld en wordt hij nog even op spanning gebracht, want Rachid blijkt zowaar een mobiele garage bij zich te hebben in zijn Volkswagen sedan. Hij is automonteur van beroep.
8. Je bedankt de jongens hartelijk.
Nou, zó doe je dat dus.