Ik
kijk met een zieke Maren naar de Disneyfilm over het indianenmeisje Pocahontas.
We zien John Smith zijn geweer richten. Maren: “Ik wil soms ook wel eens niet
doodgaan...”
Als
Matthias de tram verlaat, stappen er net een paar militairen in. “Opa, zagde jij die soldaten?”
“Ja
natuurlijk, jongen.”
“Maar
opa, waar kun je zo’n soldatenpak kópen?”
“Dat
kun je niet kopen, Matthias, als jij zo’n pak wil hebben dan moet je in het leger
gaan.”
“Oh!
Nou, maar ik ga niet in het leger hoor, dat lijkt me heel saai.”
“Hoezo saai?”
“Nou,
soldaten doen alleen maar twee dingen, mensen doodschieten én bewaken!”
Milo
is laat opgestaan en heeft zijn boterham nog niet op als-ie al mee moet naar de
crèche. Hij zegt: “Een, twee, drie Milo brood mee,” en grijpt met allebei zijn handen de stukjes van
het bord.
Matthias
vertelt hoe hij op school luncht. “We zitten in de kring en schuiven
ons brooddoosje eerst nog even onder de stoel. Dan zingen we samen en dan pas
mogen we eten. Althans, op míjn school dan hè?”
Sofía
heeft van de Sint niet de cadeaus gekregen die ze eigenlijk gewild had, vertelt ze opa Toon bij het slapen gaan. Ze
is wel blij hoor, met haar cadeautjes, maar eigenlijk wilde ze een roze Barbie met een wit poesje.
“Tja,”
antwoordt Toon. “Maar je had toch ook geen verlanglijstje gemaakt? En hoe kan
de Sint het dan weten?”
“Maar
Sinterklaas kan toch mijn gedachten lezen?”