zaterdag, april 11, 2020

Coronadommes uit Ypenburg


Camilo en Sofía maken zich zorgen of Loesjes verjaardag echt wel een feest zal worden.
Ze mogen immers geen bezoek uitnodigen. Dan heeft Sofía een idee: “Ik wéét het! Je zet het gewoon op Feestboek!”

Loesje vertelt over tante P., die ziek is ze en ze legt uit dat zij geen man en kinderen heeft gehad. Zegt Sofía: “Oh, ze wilde het rustig houden...”

Camilo zegt steeds: “Weet ik veel!” Loes praat met hem en zegt dat dat niet zo beleefd is en dat je beter: “Dat weet ik niet” kunt zeggen. Zegt hij: Maar ik vind weet ik veel zo lekker stoer!” Als hij even later toch weer “Weet ik veel!” roept, kijkt ze hem streng aan. Zegt ie: “Weet ik een beetje!”

Tijdens het eten zegt Sofía: “Lekker hoor!” Loes: “Oh! Vind je het eten lekker?” Sofía: “Ik zie dat Camilo ervan geniet, dus daarom zeg ik maar lekker hoor!”

Papa zal haar vandaag naar bed brengen, daar is Sofía het niet mee eens, ze heeft liever haar moeder. Loes: “Maar papa doet het net zo goed als ik.” Sofía denkt er even over na en zegt dan: “Ik heb gewoon liever een meisje...”

Het tweetal zit in bad als Loesje hen vertelt dat het bijna Pasen is. Zucht Sofía tegen haar broertje: “Ik mis opa. Hij zou er écht wat leuks van maken.”

maandag, april 06, 2020

Thuiswerkweken

Er wordt door iedereen hard gewerkt. Stapels thuiswerk krijgen ze iedere week toegestuurd. Voor Pien is dat allemaal niet genoeg; zij wil meer. Dus schreef ze een verhaal:



Valk en Olifant
Het mysterie van rat.
Op een ochtend werd Valk wakker door een hevig trompetgeschal. Hij ging naar buiten om te kijken wat er gaande was. Olifant stond pal voor de deur te tetteren. “Wat doet dat hier voor mijn deur?” riep Valk naar  Olifant. Oefenen, was het antwoord van Olifant. “En van wie mocht dat dan?!” vroeg Valk. “Van degene die dit geschreven heeft,” antwoordde Olifant. En hij liet een briefje zien met een sierlijk handschrift erop.
Olifant krijgt van mij toestemming om te oefenen met zijn toeter waar hij maar wil.
Het hing op mijn deur,” zei Olifant. “Kom mee, Olifant,” zei Valk, Die ineens snapte wie dat briefje op Olifant zijn deur had geplakt. En zo liepen de twee vrienden naar het huis van Wasbeer. Wasbeer was net thee aan het drinken toen de twee aanbelden. Wasbeer deed open en Valk stormde naar binnen. “Kom, Olifant,” zei Valk - die al aan tafel was gaan zitten – en drink een kopje mee! Toen Olifant er ook bij zat begon de ondervraging. “Wasbeer,” begon Valk “heb jij toevallig dit briefje op de deur geplakt,”? vroeg Valk. En hij liet het briefje zien. “N…n…nee,” stotterde Wasbeer, want Valk klonk heel streng. “En nu de waarheid,” zei Valk. “Ja,” moest Wasbeer toegeven. Maar het was niet mijn idee! Het was het idee van Rat. Olifant schrok wakker, want die was ondertussen al in slaap gedommeld. “Dé Rat?” vroeg hij doodsbenauwd. “Ja, dé Rat,” antwoordde Wasbeer. Valk riep: “Maar dat is onmogelijk, die was toch dood?!”  “Nee hoor,” zei Wasbeer “dan is wat ze zeggen niet waar,”. “Wat is er dan gebeurd dat hij nog leeft?” vroeg Valk terwijl hij Olifant probeerde tot rust te maken.  “Heel lang geleden - toen zelfs jullie er nog niet waren – leefde hij wel al en hij had een liefhebbende moeder die niet wilde dat haar jongen ooit zal sterven, dus zorgde ze daar ook voor. Ze ging naar een bijzondere rivier met water dat ervoor zorgde dat je nooit zult sterven. Ze gooide hem erin en ving hem een eindje verder op,” Begon Wasbeer. “Hé dat is bijna hetzelfde verhaal als dat van Achilles!” riep Olifant. “Dat is ook zo,” zei Wasbeer “En zo gaat het ook verder,” “Dus er is hier een oorlog geweest?” vroeg Valk. “Yep,” antwoordde Wasbeer. “Wie tegen wie?” vroeg Olifant die er erg in geïnteresseerd was. Wasbeer antwoordde: “Adelaren tegen valken, olifanten neushoorns, ratten tegen muizen enzovoorts.”  Terwijl Wasbeer aan het vertellen was, merkten ze niet dat er iemand hen aan het bespioneren was. Plotseling hoorde ze een takje breken… “wat was dat!” riep Wasbeer geschrokken. “Kom mee, Olifant,” zei Valk “wij gaan dit uitzoeken!” “O nee, niet weer, Valk!” zei Olifant. “O jawel, jij komt mee!” riep een onbekende stem. “En wat was dat dan!?” riep Olifant doodsbenauwd. “Dat was ik,” zei Rat, die net uit het duister  liep. Hij zag er heel eng uit. Hij had grote klauwen en heel veel haar zoals je weleens in films ziet. “Nou Wasbeer, stel me eens voor, want dit is echt heel onbeleefd, zo horen broers zich niet te gedragen,” zei Rat. “Broers!?” riepen Valk en Olifant tegelijk. “Ja, heeft hij jullie dat nog niet verteld?” “Nou, nee,” zei Wasbeer beschaamd. “Hoezo niet, je kan ons vertrouwen!” riep Valk. “Ja, dat weet ik wel, maar ik dacht dat jullie me dan superveel vragen zouden stellen.” “Denken,, denken , denken.” Murmelde Valk. “Wij zouden dat nooit doen, toch Olifant?” vroeg valk aan Olifant. “Nee hoor,” antwoordde Olifant. “Maar eh, mysterie opgelost, toch?” zei Olifant, die het behoorlijk eng begon te vinden. “Nou, in principe wel, maar ik wil hier iets meer over weten,” zei Valk. “Hoeft niet, je weet alles al,” zei Rat. “O ja?” vroeg Valk. “Ja,” zei Wasbeer zenuwachtig en hij duwde ze het huis uit. “Nou ja zeg,” zei Valk. En hij liep weer naar zijn huis. “Toch wil ik hier iets meer over weten,” zei hij tegen niemand in het bijzonder.