Het was al lang geleden afgesproken, in de herfstvakantie zouden Marleen en ik een paar dagen weg gaan. Edouard kon niet mee, die had studenten om voor te zorgen en, naar later bleek, ook nog een Amerikaan om voor te koken. Ons avontuur begon met de vraag waar gaan we heen. Barcelona ben ik nog nooit geweest, maar we gunden Petra een rustige verjaardag, dus dat viel af. Parijs, Londen, Wenen, Venetië, been there, done that. Berlijn, daar was ik ooit met school geweest, net na de val van de muur. Marleen was nooit eerder in Berlijn en Edouard had al aangegeven er niet heel graag heen te willen. Toen was de beslissing snel genomen. Ik wilde wel eens zien of er in de afgelopen 17 jaar iets veranderd was en Marleen stelde een persoonlijke gids wel op prijs. Het werd Berlijn.
We vertrokken op maandagochtend met mijn autootje naar Herzogenrath waar we de trein naar Düsseldorf zouden nemen om daar over te stappen op de ICE naar Berlijn. Edouard zweette peentjes bij ons vertrek, want we waren wat aan de late kant. Maar 5 minuten voor de planmäßige abfahrt stonden we te kleumen op het onbeschutte stationnetje. De trein had 15 minuten vertraging. Ik begon op dat moment eveneens peentjes te zweten omdat we in Düsseldorf maar 20 minuten overstaptijd hadden. Bij het tweede omroepbericht had ons boemeltje inmiddels evenzoveel minuten vertraging. We troostten elkaar door te zeggen dat we dan wel een volgende ICE zouden nemen, we hadden tenslotte vakantie. Maar 21 minuten na dienstregeling begon ook Marleen nerveus heen en weer te banjeren. Door en door koud, verwelkomden we de binnenrijdende trein een minuut later met een zucht van verlichting.
Stationnetje na stationnetje sukkelden we richting Düsseldorf. Toen we Mönchengladbach voorbij waren en we nog langs Neuss moesten, stonden wij al bij de deur, met onze jassen aan en het koffertje van A3n in de hand. De trein had intussen wat minuutjes ingehaald en als perron 7 en 17 niet té ver uit elkaar lagen, moesten we het net kunnen halen, verzekerden we elkaar.
Nog voor de trein goed en wel stilstond, sprongen wij er al uit en liepen met gezwinde spoed naar het ICE-perron. Daar hadden we 5 minuten de tijd om te bestuderen bij welke letter onze coupé terecht zou komen. Vanuit de meer dan luxe ICE (Marleen ging op zoek naar de veiligheidsriem want het was alsof we in een vliegtuig zaten) smste ik Edouard dat alles goed was gegaan. We waren op weg naar Berlijn.
Vijf uur later klonk onze purser voor de laatste keer: “Vie ar nau errajving at Burlien Hauptbaanhoof. Vie hoop joe het u plessunt zjurnie ent senk joe vor trevveling wis die Deutsje baan.” We waanden ons werkelijk in een aflevering van ‘Allo ‘Allo.
We hadden een lijstje gemaakt van alle bezienswaardigheden in Berlijn die we niet mochten missen. Checkpoint Charlie deden we meteen op de eerste avond, de Brandenburger Tor en de Reichstag stonden voor dag twee op de planning, evenals een lange wandeling over Unter den Linden naar de Alexanderplatz. Ook de laatste overgebleven stukjes muur mochten natuurlijk niet ontbreken op onze ontdekkingstocht door deze voormalig gespleten stad. Een bezoek aan de binnenkant van de Reichstag werd, ondanks vooraf reserveren, ter plekke afgeblazen vanwege de overgrote belangstelling (zie filmpje). Wij voelden er, in tegenstelling tot enorme hoeveelheden herfstvakantie vierende Nederlanders, niks voor om onze tijd te staan verdoen in een lange rij. We zijn om het gebouw heen gelopen en botsten aan de achterkant op een indrukwekkende delegatie Saudi Arabiërs die met zijden hoofddoeken vastgezet met gouden hoofbanden zaken kwamen doen met Angela. Dat hebben al die mensen in de rij dan weer gemist.
Staande voor de Branderburger Tor tuurden we de Straße des 17. Juni af en zagen in de verte de trotse Siegessäule staan. Omdat onze wandeling ons de andere kant op stuurde, maakte ik een snelle foto en beloofden we elkaar dat die overwinningszuil in de komende drie dagen nog wel de onze zou worden.

Aangezien ons bezoek aan de koepel van de Reichstag ons door wachtende toeristen door de neus was geboord, besloten we ons te wreken door de koepel van de Berlijnse Dom te beklimmen. Dat stelde ons uithoudingsvermogen en vooral Malreens knieën danig op de proef. Maar het resultaat mocht er wezen. Een prachtig uitzicht over een zonnig Berlijn vol oude gebouwen, hijskranen en bouwputten en in de verte, gevangen door een zonnestraal, de Siegessäule. Wacht maar, jou krijgen we nog wel, mompelden mijn gedachten.
Om vijf uur ’s middags, na een dag vol oude en moderne gebouwen en een bordje currywurst mit pommes frites, zaten we uitgeput tussen de Französischer en de Deutsche Dom op een bankje. Die Siegessäule kwam wel, we hadden tenslotte nog anderhalve dag.
Maar op dag drie leek de Siegessäule ons uit te dagen. Op iedere foto op de fototentoonstelling over de tweede wereldoorlog en het optrekken van de Berlijnse muur was de statige zuil te zien. Het gouden beeld bovenop leek steeds valser te grijnzen. De S-bahn die we die dag namen, maakte een omtrekkende beweging rond de binnenstad, steeds wegen kruisend die uitkwamen op de Großen Stern met midden daarop die onoverwinnelijke Siegessäule. Het was alsof de gouden Victoria bovenop in haar vuistje stond te gniffelen. Vanaf de menukaarten tijdens de lunch leek ze zelfs haar tong uit te steken. En wij raakten alsmaar vermoeider. Onze voeten gaven duidelijk aan meer dan genoeg Berlijn te hebben gehad en ook onze ruggen en knieën wilden niet meer vol overgave meewerken. We moesten en zouden die Siegessäule eronder krijgen, maar het was duidelijk da
t het op onze eigen manier niet meer ging lukken. Het werd tijd voor

datgene waar we drie dagen lang allebei angstig voor gewaakt hadden: de bus vol toeristen. Gelukkig konden we de afschuwelijke sightseeingbussen links laten liggen. We hadden namelijk ontdekt dat de route van lijnbus 100 dwars over de Großen Stern liep. Als dat geen prachtig uitzicht op onze kwelgeest zou opleveren, dan wisten we het ook niet meer. Dus we stelden ons op bij een overvolle bushalte. Blijkbaar waren er meer toeristen die ons trucje doorzien hadden. Vastberaden wrongen we ons door de aarzelende bejaarden en jengelende kinderen heen en wisten zelfs een plekje bij het raam te veroveren, achterin, rechts ten opzichte van de chauffeur. Met de plattegrond van het openbaar vervoer op schoot, zagen we ons doel op papier dichter en dichterbij komen. Zeker van onze overwinning hield ik het fototoestel vast in de aanslag. Daar was de Großen Stern, een rotonde. De bus zette de bocht in. Bovenop haar sokkel gierde Victoria het uit. Vanaf onze zitplaatsen beschreven wij de

buitenbocht. We konden, voorovergebogen, met onze hoofden bijna op de bodem van het gangpad, slechts van haar voetstuk genieten.
Uit het veld geslagen lieten we het er voor de rest van de dag bij zitten. We hadden nog één kans. De laatste dag hoefden we pas om kwart voor twee op het Hauptbahnhof in de ICE te stappen. Dat gaf ons precies genoeg tijd om met lijn 100 de stad te doorkruisen. Met het gevecht om een zitplaats van een dag eerder nog helder voor de geest, gaven we het koffertje van A3n bij het hotel in bewaring en stelden we ons op bij de bushalte, vooraan. Toen de bus verscheen, maakten onze harten een sprongetje van blijdschap. Een dubbeldekker, nog nagenoeg leeg. Vandaag ging het lukken. En inderdaad, na een rondrit van drie kwartier bewonderden wij in de 15 seconden dat de bus over de Großen Stern scheurde Victoria van dichtbij. Ze zag er wat verslagen uit. Nu konden we met een gerust hart Berlijn verlaten. Wir haben gesiegt.
Moe maar voldaan genoten we op het Hauptbahnhof van een gratis kopje koffie, vanwege de Streik van de Deutsche Bahn. Onze trein kwam, in tegenstelling tot de heenreis, precies op tijd het station binnen rijden. Victoria, gratis koffie, geen last van de staking en straks lekker thuis, onze dag kon niet meer stuk. Exact volgens de dienstregeling reden we het station van Düsseldorf binnen. Twintig minuten om over te stappen op de trein naar Herzogenrath. Op het moment van de planmäßige abfahrt flipte het bordje om: ‘Zug fällt aus’.

Er klonk een holle lach.
Ook de volgende trein viel uit. Anderhalf uur na onze aankomst in Düsseldorf, koudgekleumd en uitgeput, zaten we eindelijk in een trein naar Mönchengladbach. Er was ons beloofd dat daar een half uur later een trein richting Herzogenrath zou vertrekken. Nog voordat ik naar het bord keek, hoorde ik die victoriaanse lach weer. ‘Zug fällt aus’
Uiteindelijk belden we Edouard die er ruim een uur over deed om bij het station van Mönchengladbach te komen. We waren even bang dat hij zou bellen: “Ik sta nu in München, maar ik kan Gladbach nergens vinden.” Maar zover kwam het gelukkig niet. Terwijl wij wachtten op onze Nederlandse taxichauffeur die er op zijn vrije avond op uit moest om de ellende die de Duitse stakers veroorzaakt hadden te herstellen, vertrok er een trein richting Herzogenrath. Na een reis van tien uur, met vier uur vertraging, zetten we het koffertje van A3n eindelijk in de gang in Maastricht. Nooit geweten dat Victoria, de godin van de overwinning, zo slecht tegen haar verlies kon.