Op weg naar de Appie was ik in een poëtische bui.
Met je dikke reet
op je vieze kutbrommert…
gaat toch fietsen lul!
Op weg naar de Appie was ik in een poëtische bui.
Met je dikke reet
op je vieze kutbrommert…
gaat toch fietsen lul!
Yp is wat achter met de vakantie dommes:
Camilo, Matthias, Maren en Sofía hebben samen zoveel plezier in de tuin van hun
twee vakantiehuisjes, dat ze nogal wat lawaai maken. De volgende dag spreekt een oudere
buurvrouw Emma aan op de overlast die zij daarvan heeft gehad. Dit wordt natuurlijk
overgebracht aan de kinderen. Sofía tegen haar moeder: “Die mevrouw heeft me
geraakt met haar tekst! Ik was in mijn vakantiegevoel de oudjes helemaal
vergeten!”
Een dag later zitten moeder en dochter samen bij het meertje achter hun
huisje. Loes: “Hoor je hoe stil het hier is?” Sofía: “Ja, ik denk dat hier
alleen maar oudjes zijn...”
Camilo ziet veel nieuwe vogels tijdens de vakantie: spechten en een Vlaamse Gaai.
Dan wipt er een vinkje op het gras. Milo: “Kijk! Een baby Vlaamse Gaai!”
Sofía: “Ik vind het hier zó leuk. Ik hoop echt dat mijn kinderen het ook nog
kunnen zien!”
Maren en Sofía spelen de godganse dag met hun barbies, maar de jongens willen ook een keer meedoen. Gelukkig is er nog een Spidermanpop en een Black Panterpop. Sofía: “Dan doen we wel dat het oorlog is, dan hebben jullie ook iets te doen.”
Een andere dag maar hetzelfde beeld: Maren en Sofía spelen met barbies. Loes: “Mag Milo straks ook meedoen?” Sofía zucht: “Wij weten soms niet hoe wij aandacht aan hem kunnen besteden.”
Camilo tegen zijn vader: “Soms maak ik mama eerst verdrietig en daarna maak ik mama blij. Dan wacht ik altijd eerst tot mama sip wordt, en dán maak ik haar blij!” Esteban: “Hoe lang wacht je dan?” Milo: “Tien tellen!”
Aan de eettafel in Rijswijk wordt geruzied. Maar Emma heeft toevallig net een stuk in de krant gelezen over het bewaren van de vrede en leest aan tafel het hele artikel voor, ook omdat het tweetal zo aandachtig blijft luisteren. Na het laatste stuk, over het beheersen van verschillende ‘ruziemaakstijlen’, is het eerst een paar seconden lang stil. Dan verzucht Matthias: “Nou daar kunnen Maren en ik nog wel wat van leren.”
Maren (7) is nog steeds in de ban van het popgroepje the Fource. Ze vraagt zich af of het nog tieners zijn. Emma: “Nou, dan zijn het wel oude tieners, want ze zijn toch al 17 en 18?” Maren, ernstig: “Nee hoor, Niels is pas 16. Want dat las ik in een artikel bij de kapper van papa.”
Matthias: “Mama, even een vraag. Als je zo’n jurk aan
hebt, héb je dan een burka, of bén je dan een burka?”
Sofía blijft er maar moeite mee hebben. Ze heeft een
nieuwe poncho, die ze over haar hoofd aan moet trekken. “Kijk! Ik kan er ook Tanibal mee spelen!”
De beelden uit Afghanistan doen Matthias grijpen naar
het speelgoedgeweer waarmee hij zachte patronen kan afschieten. Nu heeft hij
een lijstje gemaakt met wat hem een goede militaire training dunkt.
Het regent, dus er wordt binnen gespeeld. Broertje en zus maken ruzie en broer gebruikt geweld.
Maren: "Milo, niet doen!"
Milo: "Maar Sofía schopte mij met haar póót!"
Maren: "Sofía hééft geen poten!"
Het spel ligt even stil. Ze bespreken gevieren de toestand in Afghanistan.
Matthias: "Kom op jongens, we gaan die Taliban verslaan!"
Sofía: "Wie speelt dan de Talibal?"
Matthias: "Die zijn voor nep onzichtbaar!"
Buiten vooralsnog alles rustig:
Aiden rides with me on the back of my bicycle to school. He suggests we play "mathematics-time". This means I ask him questions, and he calls the answers from behind my back.
"How much is 1+1?" "2!"
"How much is 2+2?" "4!"
"How much is 3+3?" "6!"
"How much is 4+4?" "8!"
"How much is 5+5?" "10!"
"Then... How much is 6+6?" (short silence) "16!"
"Aw, nice try, but the answer is 12." "Oh, but I was close, right?"
Aiden asks: "What is the government?" Elsa explains: "That, is the person with the most money in all the world."
I clarify a little: "Many governments are quite poor, but the Singapore government is rich, and perhaps the Chinese government too." Aiden concludes: "Then Kong-Kong and Poh-Poh (his grandpa and grandma) is the government, because they speak Chinese."
Aiden and Elsa are playing together. Their game includes score keeping. Elsa shouts: "I have one hundred and thirty two points." Aiden, just as loud: "And I have one hundred and sixty twelve points!"
Petra explained in whatsapp what really happened: Aiden is just very intelligent - he is counting in French!! (72= soixante douze 😎)
That is a photo of Aiden, busy writing out the entire alphabet. Katelyn shares the photo with Petra and 'sMam. Petra keenly observes that Aiden likes the J, it is the biggest of them all! Katelyn notes however, that the J is written in the wrong direction.But I know better. It is not a J, he wrote a Greek letter there. Earlier that week, I had learned how pi (𝝅 = 3.1415) is wrong, and tau (τ = 2𝝅 = 6.2831) is correct! (If you enjoy math, and you have 15 minutes to spare, then you should really check this out or watch one of the videos: https://tauday.com/)
But anyway, clearly, Aiden does not like J, Petra! He wrote no J, he wrote tau! Yay! My son likes tau! Attaboy!
One more -long- story, again not a kiddo quirk, but further exposing my insanity (if you were not yet convinced):
So, Elsa (7, in primary 1) was talking to us about how some numbers can be divided, but some can't. I figured she was ready. I took a deep breath and I told her about prime numbers.
As we went through a few primes together, she truly understood the concept. For example, she contributed quickly that 2 is the only 'even' prime number, which is really rather insightful. And, her eyes opened wide in disbelief: "Really? 17 can not be divided?" She has not yet learned the multiplication tables, so eventually we stopped sequencing and instead she began playing with a little walk-down-the-staircase spring toy.
Shortly after that, she came up to me and asked: "Prime numbers are interesting, but what can I do with this, like, what is the point?"
And that is -of course- a brilliant strike at the heart of fundamental mathematics, so I quickly jumped to the defense: the product of two primes makes for a great encryption key. She tried to follow, and even asked some questions... But she also kept fiddling with her little plastic spring toy.
Then my fall, I thought: "oh what the hell," and told her about Euclid's proof of how there are infinite prime numbers. Elsa followed my reasoning carefully. I multiplied all the previous primes to the "largest prime" and came up with this humongous number... This ultimate number, which was the product all those primes... And then... If I added 1 to that number, it would leave a remainder of 1 to all its divisors, and had to be a prime number itself (or be dividable by another, new prime). And so, there is no end, we just found a new prime! I was breathing heavily at that point, in full awe of the magnificence of 2500 year old reasoning.
Elsa, all the while fiddling with her spring, looked at me and thoughtfully lied: "It is difficult, but I think I understand it." Then, in a span of five seconds, she bent the spring into a circle, connected it together, put it on top of her head, walked to the mirror and said "I am so pretty like this!"
Poor children, having a dad like that...
Encore: later Elsa showed Katelyn her spring-crown as well. This time she was hugging a notebook in one hand, and raising up the other hand with a pencil in it, and asked: "Who do you think I look like?" (hint: New York)
Milo heeft vandaag op de BSO gespeeld met Daan. ’s Avonds in bed zegt hij: “Daan is eigenlijk mijn liefste vriend nu.” Even stil. “Maar dat wil ik eigenlijk niet zeggen, want dan beledig ik Mason (klasgenootje).”
Hij is intussen ook op zijn tweede verjaardagsfeestje geweest. Ze gingen naar
Monkeytown en eenmaal thuis beschrijft hij de hoge klimtorens. Esteban: “Is dat niet
gevaarlijk, zo hoog?” Milo: “Nee, nee, ze hebben” - denkt diep na - “van
die vallige draadjes.” (een net)
De buurjongen roept: “Esteban!”
Camilo: “hé, hij heet papa!”
Een vriendje uit de straat komt spelen. Hij zegt: “Pak jij even een pijl en boog
uit de verkleedkist?”
Milo: “Je moet hem zelf zoeken. Ik ben geen hónd!”
Sofía: “Mama, kan jij mij een Bobo aangeven (tijdschrift)?”
Milo: “Niet
doen mam, je bent geen hond!”
Milo: “Hoe gaat jouw toekomst eruit zien, denk je?”
De jongensband Fource is enorm in trek bij alle vier de kleinkinderen. De 3 oudsten zijn op Marens verjaardag naar een concert van het zingende viertal in de Rijswijkse schouwburg geweest. Urenlang zingen ze sindsdien de liedjes tot zelfs Milo ze van buiten kent, bij het tekenen, bij het legoën,
Matthias beschrijft een levenloze rat die hij op straat heeft zien liggen,
het beest was nog helemaal gaaf. Maren: “Dus eigenlijk was hij levend, maar dán
dood!”
Op de fiets krijgen ze zomaar voorrang van een automobilist. "Oh, wat aardig!" zegt Emma.
Matthias: "Bin Laden zou zoiets niet doen!"
Matthias krijgt zijn zin niet. "Jullie zijn echt
de stomste ouders die er zijn. Ik ga een rechtszaak tegen jullie beginnen!"
Matthias geeft Maren uitleg over de krant. "Alles wat je in de krant ziet staan, zijn artikelen," zegt hij. "Bijvoorbeeld over Afghanistan of over kaas en zo."
De kleinkinderen komen logeren op onze zolderverdieping, in de voorkamer. Als ze er allemaal in liggen legt Toon nog maar eens uit waar hij zal slapen: "Hiernaast in de achterkamer, niet in het grote bed, maar in het andere bed, dat ernaast staat." Marens ogen worden groot. "Wát?!? Pas jij daarin?" Dat wil ze toch wel eens even zien! Bleek er nóg een bed te staan....
Daar ging ze, mijn meisje. We zetten haar af bij het hek van de fietsenstalling, maar dat was dicht. Ze liep helemaal alleen om en was al binnen voordat ik in de buurt was om haar te helpen. Ze heeft niet eens gemerkt dat ik achter haar aan kwam. Mijn kleine meisje, op de middelbare school.
Een vriendje is verliefd op een klasgenootje. Camilo: “Hem is op zij en haar is op hij!”
Milo: “De beste vriend van een molecuul is God.” Even stil. “Én Allah!”
Camilo is vandaag bijzonder aardig en gul. Hij: “Weet je waarom ik dat
allemaal doe? Nee? Ik wil net zo lief worden als Sofía!” Loes: “Maar dat bén je
al!” Hij: “Dan wil ik liever worden
dan Sofía!”
Hij is dan ook groot aan het worden: in september gaat Milo naar groep 3. Dat werd symbolisch gevierd door uit het raam van de kleuterklas naar buiten te glijden. Hij mocht als eerste:
Elsa(7) is of the age that she likes telling jokes and riddles. Today, we're eating hot dogs. While the whole family is at the table, eating sausages in a bun, Elsa suddenly exclaims: "Ooh I made up a riddle; which dog, is hot, and you can eat it?" All of us stare solemnly at our food. Elsa, jubilant: "It's a HOT DOG, hahaha..."
Aiden(4) blows bubbles at the swimming pool. "For the next bubble, I want to try make it reach the tennis court. You know papa, that's the game where they hit the ball, hit the ball, hit the ball, ..."
And then, he makes an ice cream and paints his nails:
Er staat een foto in de krant van een arend, gedood door een wiek van een windmolen. Milo (5) is daar erg van onder de indruk. “Kan dat ook bij ons gebeuren?” Loes: “Wij kunnen toch niet vliegen?” Hij: “Maar als ik spring?”
Moeder en zoon fietsen naar school, Camilo kiest de route. “Mama, ik wil de
volgende niet bocht om.” Hij beseft dat hij niet erg duidelijk is, wijst naar
de zijstraat en zegt dan: “dus niet dát gat in!”
Er is een reclame van Center Parcs op TV, en omdat de eerste vaccinatie tegen Corona intussen in haar arm zit, zegt Loes: “Wij kunnen nu weer op vakantie, Milo. Zou je het leuk vinden om zo’n huisje te huren?” Hij antwoordt: “Gaan we dan dít huis verlaten?”
Toon kan het ook nog. Ik vraag hem of hij voor mij de dop van een nieuw flesje
oogdruppels wil opendraaien, ik krijg er geen beweging in. Hij roept verheugd uit:
“Oh ja! Ik ben altijd héél blij als ik iets kan wat jij niet kunt!”
Ik temper zijn enthousiasme een beetje: “Jij kunt wel meer hoor, wat ik niet kan.”
Hij: “Maar het omgekeerde komt ook voor! Al moet ik daar wel een hele tijd over nadenken!”
Milo: “Papa, is de zonnebrand weg bij mijn voornek?” (hals)
Op vrijdag 11 juni waren L & E precies 12 jaar getrouwd. Dat werd gevierd met een etentje voor 2 op een van de pas geopende terrassen in Delft.
Opa en oma koken en eten intussen thuis met de kinderen. Zegt Sofía: “Ik hoop
dat het goed gaat met mam en pap. En dat ze een heel romantisch etentje hebben
samen!”
Maren (bijna 7) en vriendin E. mochten mee met vriendin P. en diens oma, met de auto naar een kinderboerderij in Zoetermeer. Maren had van Emma een portemonneetje met geld meegekregen om te trakteren op een ijsje. Bij thuiskomst vroeg Emma of ze dat ook had gedaan. Jazeker had ze dat. En? Had ze het spannend gevonden de traktatie voor te stellen? Maren: “Ik heb het tegen P. gezegd en P. zei het tegen haar oma. Want zij is van ons drieën de heldin tegen vreemde mensen.”
De oma deed zelf ook verslag: “Maren trakteerde op ijsjes. Erg lief. Ze vroeg mij vervolgens: “Mogen we één, twee of drie bolletjes?”
Matthias speelt bij een vriendje in de tuin als Emma en Maren passeren. “Hallo Maren!” roept hij. Maren: “Hallo Matthias!” Dan zegt ze tegen Emma: “Mama, ik houd heel veel van jou en van papa. Maar het meeste hou ik van Matthias.”
We zijn tenslotte de kerstman (niet). Sterk verhaal van die uitlaat, dus dat laten we even factchecken door Bellingcat.
OK, Yass bestaat en ligt aan de weg ven Melbourne naar Brisbane, de M31. Die heet inderdaad The Hume Highway. Je kunt hoogstens zeggen: da's wel een hééééél eind rijden op een gammele motor (1776km, 18 uur en 40 minuten!), maar vooruit, 1994, jeugdige overmoed, klopt. Erik moet hier ergens zijn uitlaat verloren hebben:
Ja hoor, meerdere zelfs (!), maar deze is de eerste:
Ziet die zaak eruit alsof daar een aardige man in staat die niet graag een slaatje slaat uit een naïef jong studentje dat geen kant op kan?
Nou... dat zou best wel eens kunnen. De garagedeur staat uitnodigend open, weinig poespas, het onkruid weelt tierig. Die bijzondere auto verraadt ook wel een liefhebber van lekker knutselen.
Hoe pak je zoiets aan, als je - ver van huis - vóór Essche Heike 3 staat?
1. Je rijdt even een paar meter door de bloedhete zon, constateert dat het écht niet gaat en parkeert de auto in de schaduw op de oprit van de Guus-Unie.
2. Je zegt tegen de toegesnelde A3n: "Ga maar lekker binnen, je kunt hier niets doen." Maar... dat doet ze niet, want daar heeft ze geen zin in. Bovendien kan ze fantastisch in de weg lopen.
3. Je begint aan je grands travaux met... verrek, ik heb een gevarendriehoek!... met plaatsen van een gevarendriehoek achter de auto, hahaha da't ziet er leuk uit joh, láchen. A3n vindt het ook leuk (A3n vindt alles leuk).
4. Je opent een geheim compartiment in de auto alwaar je naast veel hondenhaar (hm) géén cocaïne aantreft (hm). Maar wél een krik en een "thuiskomertje". Klinkt allebei een beetje vies, maar de montere bandenwisselaar kán niet zonder.
5. De krik is dusdanig verroest, dat de hulp van René de Buurman noodzakelijk is. In zijn kelder staat een bankschroef en gelukkig heeft René allerlei smeermiddelen. (Nee, we blijven niet aan de gang!) Je laat A3n even achter bij de auto.
6. "Ben je geen lid van de Wegenwacht?" Verrek, helemaal vergeten! Gewapend met een werkende krik en een nieuw plan - hulp inroepen - verschijn je weer op straat... maar A3n zit intussen niet stil...
7. "Oud mevrouwtje dat wat hulpeloos staat te kijken naast een gevarendriehoek..." Die aanblik is twee passerende jongens teveel, en zo zijn vriendelijke Ahmed en Rachid al druk doende de auto op te tillen met een grote rode hydraulische autokrik. In een vloek en een zucht is de band gewisseld en wordt hij nog even op spanning gebracht, want Rachid blijkt zowaar een mobiele garage bij zich te hebben in zijn Volkswagen sedan. Hij is automonteur van beroep.
8. Je bedankt de jongens hartelijk.
Nou, zó doe je dat dus.
.... ditmaal vanwege de Corona-besmetting van de juf van de BSO. Maar dat verhindert Sofia en haar vriendin niet om met de klas mee te doen...
Sofía (8): “Het duurt nog twee jaar voor ik op het tienerpad ben!”
Camilo (5) tegen zijn vader: “Hoe oud was jij toen je basketbal had gemerkt?”
Milo heeft samen met papa de Lord of the Rings-film gezien. Als de hobbit Sam zijn vriend Frodo
het laatste stukje bergopwaarts draagt, zegt zijn vader: “Zie je Camilo, hoe
belangrijk het is om sterke vrienden te hebben!”
Milo: "Mason in mijn klas heeft ook een sterke vriend!”
"Oh ja? Wie dan?”
Milo: “Ik!”
Camilo: “Dat was toch een lieg?”
Ze praten over de verschillende smaken die er zijn. Loes: “En dan is er ook
bitter, ja, hoe leg ik dát nou uit...”Sofía
roept: “Witlof!” Loes, verbaasd: “Hoe weet jij dat?” Sofía: “Oh gewoon, van
taal!”
Moeder en zoon passeren een Smart-garage. Loes: “Kijk Milo, wil jij later
ook zo’n leuk autootje?”
Hij: “Ja, maar niet als ik 42 ben. Dan heb ik kinderen en die willen ook wel
eens in de auto.”
Loes: “Ah, leuk! Hoeveel kinderen wil jij dan?” Hij: “Twee.” “En als jouw vrouw
drie kinderen wil?” “Dan ga ik scheiden!”
Loes bukt om iets op te rapen als Sofía net een la opentrekt. Een botsing. “Jij
moet uitkijken,” zegt Loes. “Maar ik
keek wél uit!” Loes: “Maar je moet er bij nádenken!” Zegt Sofía: “Ja zeg, ik ben
geen junior Einstein!”
Op weg naar het Efteling-huisje, passeren ze de Python. Milo: “Ik ga deze keer ook in de achtbaan!” Loes: “Nou, dat is wél spannend hoor... Hij: “Ja, maar ik ga tóch!” Hij is even stil en vraagt dan: “Maakt hij ook koprols?” “Ja!” Milo: “Oh, dán ga ik niet!”
Gelukkig was er een alternatief:
Terwijl Emma met Maren achterop over de brug van een riviertje fietst, blijkt er zojuist een vrachtwagen vol puinafval gekanteld te zijn, op het fietspad nota bene. Er is een hele toestand van zwaailichten en hulpverleners, maar gelukkig geen menselijk leed. Een agent leidt haar juist om de chaos heen, als ze achter zich het stemmetje van Maren hoort: “Kijk mama, twee zwanen in het water!”
Matthias heeft vragen over de situatie dat zijn ouders er niet meer zouden zijn. Maren: “Ik zou het heel erg vinden als jullie er niet meer waren. Want wij kunnen niet koken!”
Emma zingt bescheiden mee met een liedje op de autoradio. Zegt Matthias: “Nou
mama, jij moet maar geen zanger worden!"
Maren: “Mama, ik heb vandaag iets heel ergs aardigs gedaan. Ik heb Luka één
van mijn aardbeien gegeven.”
De Rijswijkers gaan een paar dagen in het huis van Michael in Nijmegen logeren. Maren vraagt: “Is Michael écht familie?” Emma: “Ja, Michael is de broer van oma Beppie.”
Matthias corrigeert: “Broertje!”
Hier een van de foto's uit het prachtige Berg- en Dalseland: