
donderdag, december 20, 2007
woensdag, december 19, 2007
dinsdag, december 18, 2007
Uit in Maastricht

Ook dit jaar zijn weer alle ouwetjes van Termeer, inclusief opa, bijeen geweest. Dit keer bij Marleen en Edouard. We hebben heerlijk gewandeld en nog heerlijker gegeten en gedronken. Bovenstaande foto werd door Lonneke gemaakt met de camera van Rich. En ik had zin om hem op de blog te zetten, Margriet
Labels:
Nieuws
vrijdag, december 14, 2007
Paradise lost
Het landgoed heeft zijn charme verloren. Thuiskomen is niet meer dat lekkere gevoel, thuiskomen is triest. Uit het raam kijken is niet meer genieten, maar is je voorstellen hoe het straks bedorven zal zijn. Straks wanneer de stank van auto’s de bloemengeur bederft, het geluid van auto’s de vogels overstemt.
Vorige week heeft de gemeenteraad van Oudenbosch besloten om een ander tracé te kiezen voor de rondweg. Een tracé aan de zijkant van onze tuin, langs de schuur. De Jan Teunisstraat wordt een ventweg langs die weg, en maakt recht voor ons huis een bocht het landschap in, naast de rondweg. Wanneer we op onze oprit staan, zullen we moeten schreeuwen om verstaanbaar te zijn. De foto heb ik vandaag gemaakt, vanaf 'de overkant' van de rondweg.
We gaan verhuizen. Met heel veel pijn. Het landgoed was niet alleen ons huis, het was onze bestemming. Het doel in ons leven. Natuurlijk willen we niet weg, maar we voelen ons weggejaagd. Het zal nog wel een paar jaar duren voordat de rondweg er ligt, maar alles wat we nu nog doen staat in het teken van weggaan. Waarom zouden we nog een zwemvijver aanleggen? Waarom nog een nieuwe border, kasten in mijn studeerkamer, een serre ….. We planten geen bomen meer en we kappen er geen meer.
Waar moeten we naar toe? Ik heb nog een paar jaar werk in Den Bosch en we zijn dus vrij om ons ergens op de wereld te vestigen. Maar we willen graag in Brabant blijven. We gooien straks wel een pijltje op de kaart.
Margriet
zaterdag, december 08, 2007
En op m'n neus - die ook niet mooi is - staat die pestbril
Een nieuwe baan vraagt natuurlijk altijd even wat omschakeling van de eigenaar. In dit geval kostte het de persoon in kwestie geen enkele moeite zich onmiddellijk thuis te voelen. De pipetten die ik begin november aan de wilgen hing, hangen daar nog steeds prima en de verse studenten die ik in de hoedanigheid van Life Sciences coördinator het vuur aan de schenen leg, heb ik nog geen moment horen klagen. Sterker nog, sinds ze ontdekt hebben dat ik nu ook de verantwoordelijke persoon ben voor de vragen op de toets, zijn de pepernoten en kerstkransjes niet van de lucht. Vooralsnog ben ik onomkoopbaar (uiteraard tot het moment dat ze echt met iets lekkers aankomen).
Waar ik wel even aan moest wennen, was het werken aan de computer. Nou zat ik in Nijmegen en Utrecht ook regelmatig te typen, maar dat deed ik op een laptop waar scherm en toetsenbord zich dichtbij elkaar bevinden en het geheel bij slechter zicht tot aan de buik en de neus tot op het scherm gedrukt kan worden. In Maastricht kreeg ik een gloednieuwe computer voorzien van tft-scherm met een nogal kort electriciteitssnoertje, danwel een te ver afgelegen stopcontact. Er was slechts één plek op het buro waar het scherm zo kon staan dat het voorzien werd van de broodnodige voeding en ik er zonder al teveel draaien op kon kijken. Aan het begin van de dag begon ik dan heel enthousiast met het beantwoorden van zakelijke emails en het invoeren van afspraken in mijn electronische agenda. Maar naarmate de dag vorderde en het werk interessanter maar ook ingewikkelder werd, begonnen mijn ogen het moeilijker te krijgen. Aan het eind van de dag sloeg de hoofdpijn genadeloos toe, voor mij een teken dat het de hoogste tijd was op huis en eten aan te gaan. Maar aangezien de hoofdpijn zich steeds vroeger op de dag begon aan te dienen, leek het me verstandig een structurelere oplossing te bedenken.
Op de site van de arbodienst zocht ik naar de perfecte instelling voor mijn stoel, de voorgeschreven afstand van mijn toetsenbord en scherm, de juiste zithouding. Een volle dag was ik bezig alles in te stellen zoals het hoorde, maar de hoofdpijn bleef. De spanning van de nieuwe baan ervaarde ik niet als stress, ik kon me dan ook niet voorstellen dat dát de oorzaak van alle ellende was.
Gelukkig had Ritchie, de vaste brillenboer van Edouard en Matthijs, uitverkoop en gratis oogmetingen, dus besloot ik daar mijn geluk eens te beproeven. Met mijn kin op een bakje waar velen kinnen voor mij hadden gelegen, met mijn voorhoofd tegen een houdertje waar vele hoofden voor mij hadden gezweet en met mijn ogen voor een piepklein gaatje waar een ellendig fel lichtje doorheen scheen, probeerde ik, zoals de brillenman mij opgedragen had, niet te knipperen. Vervolgens werd ik meegevoerd naar een ruimte vol futuristische oogmeetapparatuur, waar ik lettertjes moest lezen. Eerst met mijn ene oog en daarna hetzelfde rijtje met mijn andere oog. Dat tweede oog ging steeds veel beter, omdat ik het rijtje uit mijn hoofd kende. Vervolgens moest ik uit twee beelden steeds het beste beeld kiezen. "Wat zie je beter, 1 of 2?" Na twintig keer zag ik het echt niet meer. Bovendien brandde nog steeds dat lampje van de eerste meting op mijn netvlies.
Eindelijk werden alle martelwerktuigen opzij geschoven en keek ik afwachtend in het bebrilde gezicht van meneer Ritchie die er wat moedeloos uitzag. Hij kon niks vinden, alles was in orde. Wanneer had ik ook alweer last van hoofdpijn? Tijdens het werk aan de computer? Ineens begonnen zijn ogen te stralen. "Kom eens mee!" Ik werd achter een computer gezet, kreeg een esthetisch onverantwoord geval op mijn neus gezet. De poten werden aangeschoven, waardoor mijn oren naar voren werden geduwd en ik als een menselijke Dumbo schaapachtig naar het scherm zat te staren. Er werden twee glazen in het apparaat geschoven en ineens ging er een wereld voor me open. Het scherm werd scherp, mijn ogen kwamen tot rust. Grijnzend stond meneer Bril naast me te knikken. "Dat is 'm, he?!" Er hoefde alleen nog maar een montuur uit
gezocht te worden.
gezocht te worden.De eerste werkdag met bril was een ramp. Mijn ogen deden alles behalve door de bril kijken. Ernaast, eroverheen, ertussendoor, onderlangs, ik wist niet dat mijn ogen dat allemaal konden. Pas toen ze ontdekten dat de letters door het glas heen een stuk groter zijn en dus makkelijker te lezen, wilden ze het wel proberen.
Nu ben ik volledig hoofdpijnvrij, zie er een stuk intelligenter uit en bovendien een stuk strenger. Die studenten worden nog wel eens bang voor mij!
Labels:
Werk en School
dinsdag, december 04, 2007
Broodje aap?
Zouden Loesje en Esteban 'm ook gezien hebben?
Chimpansee legt vliegveld Colombia plat
Uitgegeven: 3 december 2007 17:55
PEREIRA - Een uit de dierentuin ontsnapte chimpansee heeft een luchthaven in Colombia op
stelten gezet. De 8-jarige aap was ontvlucht uit het dierenpark Matecaña, dat naast de luchthaven in de stad Pereira ligt. De chimpansee rende door enkele kantoren en zalen heen. De passagiers reageerden verbaasd en namen zonder angst foto's van de gevluchte aap. Toen de chimpansee de landingsbaan op liep om te kijken hoe een vliegtuig opsteeg, besloten de autoriteiten de luchthaventerminal te sluiten. Toen een van de dierenartsen van Matecaña de chimp kwam ophalen, rende de aap naar hem toe om hem te omhelzen.
Uitgegeven: 3 december 2007 17:55
PEREIRA - Een uit de dierentuin ontsnapte chimpansee heeft een luchthaven in Colombia op
stelten gezet. De 8-jarige aap was ontvlucht uit het dierenpark Matecaña, dat naast de luchthaven in de stad Pereira ligt. De chimpansee rende door enkele kantoren en zalen heen. De passagiers reageerden verbaasd en namen zonder angst foto's van de gevluchte aap. Toen de chimpansee de landingsbaan op liep om te kijken hoe een vliegtuig opsteeg, besloten de autoriteiten de luchthaventerminal te sluiten. Toen een van de dierenartsen van Matecaña de chimp kwam ophalen, rende de aap naar hem toe om hem te omhelzen.Goed of Slegt
Gisteren gehoord op mijn EngelseConversatieDamesClubje (geërfd van Mama/Nannan): Er was tot voor kort een winkel in Boxtel die allerlei dump-artikelen verkocht, o.a. boeken. Corrie Dirkx tegen de verkoopster: "Zo! Het lijkt wel De Slegte!" Verkoopster, verschrikt: "O nee! We verkopen alleen maar goede spullen!"
Labels:
Domme Domme
dinsdag, november 27, 2007
Zeger clubkampioen!!
Elk jaar worden de clubkampioenschappen per leeftijdscategorie gezwommen bij Zeger's zwemclub Watervrienden Lisse. Er zijn 5 onderdelen, elk 100m: schoo
lslag, vlinderslag, rugcrawl, vrije slag (borstcrawl) en wisselslag. Zeger kwam wel al elk jaar thuis met medailles voor de individuele onderdelen, maar dit jaar nam hij naast 2 gouden en 3 zilveren medailles ook de felbegeerde Clubkampioen beker (Jongens D) mee naar huis. Zeger was natuurlijk trost, maar eigenlijk ook een beetje nukkig omdat hij goud had gemist op de wisselslag op slechts vier tiende seconde. Gelukkig dat wij, en vooral Merel, wellicht nog trotser zijn dan hijzelf :-). Helaas geen foto van de prijsuitreiking, wel een stoere foto van de kampioen in wording.
lslag, vlinderslag, rugcrawl, vrije slag (borstcrawl) en wisselslag. Zeger kwam wel al elk jaar thuis met medailles voor de individuele onderdelen, maar dit jaar nam hij naast 2 gouden en 3 zilveren medailles ook de felbegeerde Clubkampioen beker (Jongens D) mee naar huis. Zeger was natuurlijk trost, maar eigenlijk ook een beetje nukkig omdat hij goud had gemist op de wisselslag op slechts vier tiende seconde. Gelukkig dat wij, en vooral Merel, wellicht nog trotser zijn dan hijzelf :-). Helaas geen foto van de prijsuitreiking, wel een stoere foto van de kampioen in wording.
Labels:
Nieuws,
Sport en Ontspanning
Speedy & Spikkels
Na heeeeeeeeeeeeeel lang vragen, zeuren, lief zijn, vervelend zijn, etc door Merel en veel getwijfel en diverse grapjes van onze kant, is onze familie dan toch uitgebreid met maar liefst twee konijntjes. We vonden het al heel wat dat we ja zeiden tegen één konijn, maar toen bleek dat de eigenaar liever de twee broertjes samen wilde weggeven. En zo kwamen Speedy & Spikkels in ons leven. Toegegeven, ze zijn schattig, wollig en lief. Kijk zelf maar:



Speedy heeft een zwart neusje, Spikkels is een beetje verlegen.
Speedy heeft een zwart neusje, Spikkels is een beetje verlegen.
zaterdag, november 24, 2007
In memoriam
Elmer de poes is dood
Elmer was een rode poes die tien jaar geleden in Waalwijk bij ons kwam omdat zijn baasjes een baby kregen. Ik herinner me dat Roelof-jan wat verontwaardigd was dat mensen daarvoor hun poes wegdeden. Elmer was een heel dikke kater, die in Tilburg gewend was alle poesjes uit de buurt te terroriseren en verder had hij een voorkeur voor het liggen op auto’s. Hij was binnen twee dagen gewend bij ons, ondanks het dieet dat hem door RJ meteen na aankomst werd toegevoegd. Daar werd hij alleen maar mean and lean van. Ook toen we verhuisden naar ’s Gravendeel, van ’s Gravendeel naar Oudenbosch en van het ene huis naar het andere op het landgoed, was Elmer degene die het eerste gewend was. Hij wist meteen welke plekjes het warmst en zonnigst waren en naarmate hij ouder werd joeg hij minder op andere poezen en deed gewoon alsof hij ze niet zag. Elmer werd in totaal 18 jaar oud, het laatste jaar met vele ongemakken. Hij ging eens per maand naar de dierenarts omdat hij weer eens verstopt was. Die loste de verstopping op (Merel ging een keer mee en zij wil nu geen dierenarts meer worden, is het toch ergens goed voor geweest). Elke keer vroeg RJ of dit wel zo door moest gaan, maar de dierenarts vond dat het best kon (zolang RJ betaalde ….). De laatste maanden was hij zo zwak dat wij hem op moesten tillen om hem op een tuinstoel te leggen, die was al te hoog voor hem. Tot er van de week een vervangende dierenarts was die kordaat besloot: zo kan het niet langer. Elmer heeft een laatste rustplaats op het warmste plekje van de tuin.
In januari gaan we twee weken op vakantie. Als we daarvan terugkomen nemen we een nieuwe poes. Ja natuurlijk eentje uit het asiel (of twee?). Of heeft iemand een leuke poes over?
Elmer was een rode poes die tien jaar geleden in Waalwijk bij ons kwam omdat zijn baasjes een baby kregen. Ik herinner me dat Roelof-jan wat verontwaardigd was dat mensen daarvoor hun poes wegdeden. Elmer was een heel dikke kater, die in Tilburg gewend was alle poesjes uit de buurt te terroriseren en verder had hij een voorkeur voor het liggen op auto’s. Hij was binnen twee dagen gewend bij ons, ondanks het dieet dat hem door RJ meteen na aankomst werd toegevoegd. Daar werd hij alleen maar mean and lean van. Ook toen we verhuisden naar ’s Gravendeel, van ’s Gravendeel naar Oudenbosch en van het ene huis naar het andere op het landgoed, was Elmer degene die het eerste gewend was. Hij wist meteen welke plekjes het warmst en zonnigst waren en naarmate hij ouder werd joeg hij minder op andere poezen en deed gewoon alsof hij ze niet zag. Elmer werd in totaal 18 jaar oud, het laatste jaar met vele ongemakken. Hij ging eens per maand naar de dierenarts omdat hij weer eens verstopt was. Die loste de verstopping op (Merel ging een keer mee en zij wil nu geen dierenarts meer worden, is het toch ergens goed voor geweest). Elke keer vroeg RJ of dit wel zo door moest gaan, maar de dierenarts vond dat het best kon (zolang RJ betaalde ….). De laatste maanden was hij zo zwak dat wij hem op moesten tillen om hem op een tuinstoel te leggen, die was al te hoog voor hem. Tot er van de week een vervangende dierenarts was die kordaat besloot: zo kan het niet langer. Elmer heeft een laatste rustplaats op het warmste plekje van de tuin.
In januari gaan we twee weken op vakantie. Als we daarvan terugkomen nemen we een nieuwe poes. Ja natuurlijk eentje uit het asiel (of twee?). Of heeft iemand een leuke poes over?
Labels:
life
Puck zingt...
Dat Puck van zingen houdt weet je zodra je haar leert kennen. Ze zingt namelijk de hele dag door. Alle kinderliedjes passeren dagelijks de revue. K3 staat ook hoog op de favorieten lijst. Remixen lukt ook al heel aardig. Ze gaat tijdens het ene lied zo over op het andere en weer terug naar het eerste.
Verjaardagsliedjes zijn deze week weer gezongen toen mama jarig was. Uit volle borst klink het dan door de kamer: "Lam tamme leven, lam tamme leven, lam tamme leven in de gloria hiephiep hiep hoera!!!!" En daarna door met: "hepje bursdee toe joe!!!"
Puck leert van alles bij Opa (Rich) op de fiets.
Als het een beetje fris is buiten dan moet je jezelf goed aan kleden op de fiets. Maar de neus moet vrij blijven want dan kun je je neus in de wind steken. De wind gaat dan door je neus naar binnen en door je oren naar weer buiten!
Verjaardagsliedjes zijn deze week weer gezongen toen mama jarig was. Uit volle borst klink het dan door de kamer: "Lam tamme leven, lam tamme leven, lam tamme leven in de gloria hiephiep hiep hoera!!!!" En daarna door met: "hepje bursdee toe joe!!!"
Puck leert van alles bij Opa (Rich) op de fiets.
Als het een beetje fris is buiten dan moet je jezelf goed aan kleden op de fiets. Maar de neus moet vrij blijven want dan kun je je neus in de wind steken. De wind gaat dan door je neus naar binnen en door je oren naar weer buiten!
woensdag, november 14, 2007
Een jaar verdr
Exact een jaar geleden stond ik om kwart over 4 's middags te knikken op mijn knietjes bij de deur van de senaatszaal in het academiegebouw. De hele morgen was ik bezig geweest met aantekeningen maken in mijn proefschrift en rode papiertjes plakken op bladzijdes waarvan ik dacht dat er informatie op stond die van belang zou kunnen zijn bij het beantwoorden van de vragen. Ik had het niet voor niks gedaan, om kwart over 5 verloor ik mijn s en werd ik gepromoveerd tot dr.
Nu, een jaar later, een jaar dr, is er een hoop veranderd. Ik sta aan de vooravond van mijn nieuwe carriere. Een van mijn eerste taken is het begeleiden van de cursus Metabolism and Activity. Na het eten, onder het genot van een kopje koffie, bereid ik alvast wat casussen voor. Het sluit mooi aan bij datgene waar ik me tijdens mijn promotieonderzoek mee bezig hield. Wie had dat ooit gedacht, dat ik een jaar na dato nog eens door mijn proefschrift zou bladeren!
Labels:
Werk en School
Laos (dat is tussen Vietnam en Thailand)
Jullie weten toch dat wij een week geleden naar Laos zijn gegaan? Een uitgebreid verslag, met plaatjes is te vinden op katelyn's blog.
Labels:
Vakantie
maandag, november 12, 2007
Maastricht
Jullie weten toch dat ik een baan had in Nijmegen? Had, ja, want hoewel ik officieel nog tot 15 december in dienst ben, geniet ik vanaf vandaag van al die vakantiedagen die ik nog over heb. Zo komt die zuinige Termeerkant toch nog van pas.
Binnenkort begin ik met mijn nieuwe baan als studiecoördinator bij het University College in Maastricht. Daar ga ik 3 dagen per week studenten tutoren, lopende cursussen lopend houden en nieuwe cursussen opzetten. Ik mag daarvoor naar een prachtige lokatie in de binnenstad, slechts 15 minuten fietsen vanaf de Padualaan. Dat is weer eens iets anders dan iedere ochtend om kwart over 6 in de auto.
Omdat deze parttime baan mij niet fulltime van de straat houdt, heb ik er nog maar iets bij genomen. Twee dagen per week ga ik een onderzoek doen bij de afdeling Onderwijsontwikkeling en Onderwijs research, kortweg O&O. Tien minuutjes fietsen van de Padualaan en op een steenworp afstand van Edouards werkkamer. Naast huisgenoten worden wij nu dus ook buren.
Voorlopig heb ik mijn intrek genomen in het ouderlijk huis. Ik slaap weer in mijn eigen tienerbedje en studeer weer op mijn tienerkamertje. Wat mij betreft mag deze situatie nog wel een tijdje standhouden, al is het de vraag hoe lang Marleen en Edouard het volhouden met een 32-jarige tienerdochter op zolder!
Labels:
Werk en School
vrijdag, november 09, 2007
Cor
Jullie weten toch dat wij al jaren gebruik maken van Cor (onlangs 75 geworden) voor timmer- en onderhoudsklussen in ons huis? Nu moest-ie nieuwe spijltjes maken voor een bovenraam, waar voorheen een ventilator in had gezeten. Probleem was: de andere spijltjes waren allemaal rond. Cor was al een uur aan het piekeren. Hoe kwam-ie aan rond hout? 's Middags zat het raampje en de nieuwe spijltjes er picobello in. Wat-ie had gedaan? Een bezemsteel gekocht, gespleten en geschilderd. Geen verschil te zien!
Engelse les
Jullie weten toch dat ik sinds september ook Engels geef op mijn school? Hoe dan ook, ik geniet met volle teugen. Zoals van Yaneth (afkomstig uit Bolivia), die een ander woord meende te kennen voor to leave. Wat dan? Ze piepte iets, maar niemand verstond haar. Dus liet ik het haar spellen. BEAT IT, spelde ze.
zondag, oktober 28, 2007
4 dagen in Berlijn
Het was al lang geleden afgesproken, in de herfstvakantie zouden Marleen en ik een paar dagen weg gaan. Edouard kon niet mee, die had studenten om voor te zorgen en, naar later bleek, ook nog een Amerikaan om voor te koken. Ons avontuur begon met de vraag waar gaan we heen. Barcelona ben ik nog nooit geweest, maar we gunden Petra een rustige verjaardag, dus dat viel af. Parijs, Londen, Wenen, Venetië, been there, done that. Berlijn, daar was ik ooit met school geweest, net na de val van de muur. Marleen was nooit eerder in Berlijn en Edouard had al aangegeven er niet heel graag heen te willen. Toen was de beslissing snel genomen. Ik wilde wel eens zien of er in de afgelopen 17 jaar iets veranderd was en Marleen stelde een persoonlijke gids wel op prijs. Het werd Berlijn.
We vertrokken op maandagochtend met mijn autootje naar Herzogenrath waar we de trein naar Düsseldorf zouden nemen om daar over te stappen op de ICE naar Berlijn. Edouard zweette peentjes bij ons vertrek, want we waren wat aan de late kant. Maar 5 minuten voor de planmäßige abfahrt stonden we te kleumen op het onbeschutte stationnetje. De trein had 15 minuten vertraging. Ik begon op dat moment eveneens peentjes te zweten omdat we in Düsseldorf maar 20 minuten overstaptijd hadden. Bij het tweede omroepbericht had ons boemeltje inmiddels evenzoveel minuten vertraging. We troostten elkaar door te zeggen dat we dan wel een volgende ICE zouden nemen, we hadden tenslotte vakantie. Maar 21 minuten na dienstregeling begon ook Marleen nerveus heen en weer te banjeren. Door en door koud, verwelkomden we de binnenrijdende trein een minuut later met een zucht van verlichting.
Stationnetje na stationnetje sukkelden we richting Düsseldorf. Toen we Mönchengladbach voorbij waren en we nog langs Neuss moesten, stonden wij al bij de deur, met onze jassen aan en het koffertje van A3n in de hand. De trein had intussen wat minuutjes ingehaald en als perron 7 en 17 niet té ver uit elkaar lagen, moesten we het net kunnen halen, verzekerden we elkaar.
Nog voor de trein goed en wel stilstond, sprongen wij er al uit en liepen met gezwinde spoed naar het ICE-perron. Daar hadden we 5 minuten de tijd om te bestuderen bij welke letter onze coupé terecht zou komen. Vanuit de meer dan luxe ICE (Marleen ging op zoek naar de veiligheidsriem want het was alsof we in een vliegtuig zaten) smste ik Edouard dat alles goed was gegaan. We waren op weg naar Berlijn.
Vijf uur later klonk onze purser voor de laatste keer: “Vie ar nau errajving at Burlien Hauptbaanhoof. Vie hoop joe het u plessunt zjurnie ent senk joe vor trevveling wis die Deutsje baan.” We waanden ons werkelijk in een aflevering van ‘Allo ‘Allo.
We hadden een lijstje gemaakt van alle bezienswaardigheden in Berlijn die we niet mochten missen. Checkpoint Charlie deden we meteen op de eerste avond, de Brandenburger Tor en de Reichstag stonden voor dag twee op de planning, evenals een lange wandeling over Unter den Linden naar de Alexanderplatz. Ook de laatste overgebleven stukjes muur mochten natuurlijk niet ontbreken op onze ontdekkingstocht door deze voormalig gespleten stad. Een bezoek aan de binnenkant van de Reichstag werd, ondanks vooraf reserveren, ter plekke afgeblazen vanwege de overgrote belangstelling (zie filmpje). Wij voelden er, in tegenstelling tot enorme hoeveelheden herfstvakantie vierende Nederlanders, niks voor om onze tijd te staan verdoen in een lange rij. We zijn om het gebouw heen gelopen en botsten aan de achterkant op een indrukwekkende delegatie Saudi Arabiërs die met zijden hoofddoeken vastgezet met gouden hoofbanden zaken kwamen doen met Angela. Dat hebben al die mensen in de rij dan weer gemist.
Staande voor de Branderburger Tor tuurden we de Straße des 17. Juni af en zagen in de verte de trotse Siegessäule staan. Omdat onze wandeling ons de andere kant op stuurde, maakte ik een snelle foto en beloofden we elkaar dat die overwinningszuil in de komende drie dagen nog wel de onze zou worden.
Aangezien ons bezoek aan de koepel van de Reichstag ons door wachtende toeristen door de neus was geboord, besloten we ons te wreken door de koepel van de Berlijnse Dom te beklimmen. Dat stelde ons uithoudingsvermogen en vooral Malreens knieën danig op de proef. Maar het resultaat mocht er wezen. Een prachtig uitzicht over een zonnig Berlijn vol oude gebouwen, hijskranen en bouwputten en in de verte, gevangen door een zonnestraal, de Siegessäule. Wacht maar, jou krijgen we nog wel, mompelden mijn gedachten.
Om vijf uur ’s middags, na een dag vol oude en moderne gebouwen en een bordje currywurst mit pommes frites, zaten we uitgeput tussen de Französischer en de Deutsche Dom op een bankje. Die Siegessäule kwam wel, we hadden tenslotte nog anderhalve dag.
Maar op dag drie leek de Siegessäule ons uit te dagen. Op iedere foto op de fototentoonstelling over de tweede wereldoorlog en het optrekken van de Berlijnse muur was de statige zuil te zien. Het gouden beeld bovenop leek steeds valser te grijnzen. De S-bahn die we die dag namen, maakte een omtrekkende beweging rond de binnenstad, steeds wegen kruisend die uitkwamen op de Großen Stern met midden daarop die onoverwinnelijke Siegessäule. Het was alsof de gouden Victoria bovenop in haar vuistje stond te gniffelen. Vanaf de menukaarten tijdens de lunch leek ze zelfs haar tong uit te steken. En wij raakten alsmaar vermoeider. Onze voeten gaven duidelijk aan meer dan genoeg Berlijn te hebben gehad en ook onze ruggen en knieën wilden niet meer vol overgave meewerken. We moesten en zouden die Siegessäule eronder krijgen, maar het was duidelijk dat het op onze eigen manier niet meer ging lukken. Het werd tijd voor
datgene waar we drie dagen lang allebei angstig voor gewaakt hadden: de bus vol toeristen. Gelukkig konden we de afschuwelijke sightseeingbussen links laten liggen. We hadden namelijk ontdekt dat de route van lijnbus 100 dwars over de Großen Stern liep. Als dat geen prachtig uitzicht op onze kwelgeest zou opleveren, dan wisten we het ook niet meer. Dus we stelden ons op bij een overvolle bushalte. Blijkbaar waren er meer toeristen die ons trucje doorzien hadden. Vastberaden wrongen we ons door de aarzelende bejaarden en jengelende kinderen heen en wisten zelfs een plekje bij het raam te veroveren, achterin, rechts ten opzichte van de chauffeur. Met de plattegrond van het openbaar vervoer op schoot, zagen we ons doel op papier dichter en dichterbij komen. Zeker van onze overwinning hield ik het fototoestel vast in de aanslag. Daar was de Großen Stern, een rotonde. De bus zette de bocht in. Bovenop haar sokkel gierde Victoria het uit. Vanaf onze zitplaatsen beschreven wij de
buitenbocht. We konden, voorovergebogen, met onze hoofden bijna op de bodem van het gangpad, slechts van haar voetstuk genieten.
Uit het veld geslagen lieten we het er voor de rest van de dag bij zitten. We hadden nog één kans. De laatste dag hoefden we pas om kwart voor twee op het Hauptbahnhof in de ICE te stappen. Dat gaf ons precies genoeg tijd om met lijn 100 de stad te doorkruisen. Met het gevecht om een zitplaats van een dag eerder nog helder voor de geest, gaven we het koffertje van A3n bij het hotel in bewaring en stelden we ons op bij de bushalte, vooraan. Toen de bus verscheen, maakten onze harten een sprongetje van blijdschap. Een dubbeldekker, nog nagenoeg leeg. Vandaag ging het lukken. En inderdaad, na een rondrit van drie kwartier bewonderden wij in de 15 seconden dat de bus over de Großen Stern scheurde Victoria van dichtbij. Ze zag er wat verslagen uit. Nu konden we met een gerust hart Berlijn verlaten. Wir haben gesiegt.
We vertrokken op maandagochtend met mijn autootje naar Herzogenrath waar we de trein naar Düsseldorf zouden nemen om daar over te stappen op de ICE naar Berlijn. Edouard zweette peentjes bij ons vertrek, want we waren wat aan de late kant. Maar 5 minuten voor de planmäßige abfahrt stonden we te kleumen op het onbeschutte stationnetje. De trein had 15 minuten vertraging. Ik begon op dat moment eveneens peentjes te zweten omdat we in Düsseldorf maar 20 minuten overstaptijd hadden. Bij het tweede omroepbericht had ons boemeltje inmiddels evenzoveel minuten vertraging. We troostten elkaar door te zeggen dat we dan wel een volgende ICE zouden nemen, we hadden tenslotte vakantie. Maar 21 minuten na dienstregeling begon ook Marleen nerveus heen en weer te banjeren. Door en door koud, verwelkomden we de binnenrijdende trein een minuut later met een zucht van verlichting.
Stationnetje na stationnetje sukkelden we richting Düsseldorf. Toen we Mönchengladbach voorbij waren en we nog langs Neuss moesten, stonden wij al bij de deur, met onze jassen aan en het koffertje van A3n in de hand. De trein had intussen wat minuutjes ingehaald en als perron 7 en 17 niet té ver uit elkaar lagen, moesten we het net kunnen halen, verzekerden we elkaar.
Nog voor de trein goed en wel stilstond, sprongen wij er al uit en liepen met gezwinde spoed naar het ICE-perron. Daar hadden we 5 minuten de tijd om te bestuderen bij welke letter onze coupé terecht zou komen. Vanuit de meer dan luxe ICE (Marleen ging op zoek naar de veiligheidsriem want het was alsof we in een vliegtuig zaten) smste ik Edouard dat alles goed was gegaan. We waren op weg naar Berlijn.
Vijf uur later klonk onze purser voor de laatste keer: “Vie ar nau errajving at Burlien Hauptbaanhoof. Vie hoop joe het u plessunt zjurnie ent senk joe vor trevveling wis die Deutsje baan.” We waanden ons werkelijk in een aflevering van ‘Allo ‘Allo.
We hadden een lijstje gemaakt van alle bezienswaardigheden in Berlijn die we niet mochten missen. Checkpoint Charlie deden we meteen op de eerste avond, de Brandenburger Tor en de Reichstag stonden voor dag twee op de planning, evenals een lange wandeling over Unter den Linden naar de Alexanderplatz. Ook de laatste overgebleven stukjes muur mochten natuurlijk niet ontbreken op onze ontdekkingstocht door deze voormalig gespleten stad. Een bezoek aan de binnenkant van de Reichstag werd, ondanks vooraf reserveren, ter plekke afgeblazen vanwege de overgrote belangstelling (zie filmpje). Wij voelden er, in tegenstelling tot enorme hoeveelheden herfstvakantie vierende Nederlanders, niks voor om onze tijd te staan verdoen in een lange rij. We zijn om het gebouw heen gelopen en botsten aan de achterkant op een indrukwekkende delegatie Saudi Arabiërs die met zijden hoofddoeken vastgezet met gouden hoofbanden zaken kwamen doen met Angela. Dat hebben al die mensen in de rij dan weer gemist.
Staande voor de Branderburger Tor tuurden we de Straße des 17. Juni af en zagen in de verte de trotse Siegessäule staan. Omdat onze wandeling ons de andere kant op stuurde, maakte ik een snelle foto en beloofden we elkaar dat die overwinningszuil in de komende drie dagen nog wel de onze zou worden.

Aangezien ons bezoek aan de koepel van de Reichstag ons door wachtende toeristen door de neus was geboord, besloten we ons te wreken door de koepel van de Berlijnse Dom te beklimmen. Dat stelde ons uithoudingsvermogen en vooral Malreens knieën danig op de proef. Maar het resultaat mocht er wezen. Een prachtig uitzicht over een zonnig Berlijn vol oude gebouwen, hijskranen en bouwputten en in de verte, gevangen door een zonnestraal, de Siegessäule. Wacht maar, jou krijgen we nog wel, mompelden mijn gedachten.
Om vijf uur ’s middags, na een dag vol oude en moderne gebouwen en een bordje currywurst mit pommes frites, zaten we uitgeput tussen de Französischer en de Deutsche Dom op een bankje. Die Siegessäule kwam wel, we hadden tenslotte nog anderhalve dag.
Maar op dag drie leek de Siegessäule ons uit te dagen. Op iedere foto op de fototentoonstelling over de tweede wereldoorlog en het optrekken van de Berlijnse muur was de statige zuil te zien. Het gouden beeld bovenop leek steeds valser te grijnzen. De S-bahn die we die dag namen, maakte een omtrekkende beweging rond de binnenstad, steeds wegen kruisend die uitkwamen op de Großen Stern met midden daarop die onoverwinnelijke Siegessäule. Het was alsof de gouden Victoria bovenop in haar vuistje stond te gniffelen. Vanaf de menukaarten tijdens de lunch leek ze zelfs haar tong uit te steken. En wij raakten alsmaar vermoeider. Onze voeten gaven duidelijk aan meer dan genoeg Berlijn te hebben gehad en ook onze ruggen en knieën wilden niet meer vol overgave meewerken. We moesten en zouden die Siegessäule eronder krijgen, maar het was duidelijk dat het op onze eigen manier niet meer ging lukken. Het werd tijd voor
datgene waar we drie dagen lang allebei angstig voor gewaakt hadden: de bus vol toeristen. Gelukkig konden we de afschuwelijke sightseeingbussen links laten liggen. We hadden namelijk ontdekt dat de route van lijnbus 100 dwars over de Großen Stern liep. Als dat geen prachtig uitzicht op onze kwelgeest zou opleveren, dan wisten we het ook niet meer. Dus we stelden ons op bij een overvolle bushalte. Blijkbaar waren er meer toeristen die ons trucje doorzien hadden. Vastberaden wrongen we ons door de aarzelende bejaarden en jengelende kinderen heen en wisten zelfs een plekje bij het raam te veroveren, achterin, rechts ten opzichte van de chauffeur. Met de plattegrond van het openbaar vervoer op schoot, zagen we ons doel op papier dichter en dichterbij komen. Zeker van onze overwinning hield ik het fototoestel vast in de aanslag. Daar was de Großen Stern, een rotonde. De bus zette de bocht in. Bovenop haar sokkel gierde Victoria het uit. Vanaf onze zitplaatsen beschreven wij de
buitenbocht. We konden, voorovergebogen, met onze hoofden bijna op de bodem van het gangpad, slechts van haar voetstuk genieten. Uit het veld geslagen lieten we het er voor de rest van de dag bij zitten. We hadden nog één kans. De laatste dag hoefden we pas om kwart voor twee op het Hauptbahnhof in de ICE te stappen. Dat gaf ons precies genoeg tijd om met lijn 100 de stad te doorkruisen. Met het gevecht om een zitplaats van een dag eerder nog helder voor de geest, gaven we het koffertje van A3n bij het hotel in bewaring en stelden we ons op bij de bushalte, vooraan. Toen de bus verscheen, maakten onze harten een sprongetje van blijdschap. Een dubbeldekker, nog nagenoeg leeg. Vandaag ging het lukken. En inderdaad, na een rondrit van drie kwartier bewonderden wij in de 15 seconden dat de bus over de Großen Stern scheurde Victoria van dichtbij. Ze zag er wat verslagen uit. Nu konden we met een gerust hart Berlijn verlaten. Wir haben gesiegt.
Moe maar voldaan genoten we op het Hauptbahnhof van een gratis kopje koffie, vanwege de Streik van de Deutsche Bahn. Onze trein kwam, in tegenstelling tot de heenreis, precies op tijd het station binnen rijden. Victoria, gratis koffie, geen last van de staking en straks lekker thuis, onze dag kon niet meer stuk. Exact volgens de dienstregeling reden we het station van Düsseldorf binnen. Twintig minuten om over te stappen op de trein naar Herzogenrath. Op het moment van de planmäßige abfahrt flipte het bordje om: ‘Zug fällt aus’.
Er klonk een holle lach.
Ook de volgende trein viel uit. Anderhalf uur na onze aankomst in Düsseldorf, koudgekleumd en uitgeput, zaten we eindelijk in een trein naar Mönchengladbach. Er was ons beloofd dat daar een half uur later een trein richting Herzogenrath zou vertrekken. Nog voordat ik naar het bord keek, hoorde ik die victoriaanse lach weer. ‘Zug fällt aus’
Uiteindelijk belden we Edouard die er ruim een uur over deed om bij het station van Mönchengladbach te komen. We waren even bang dat hij zou bellen: “Ik sta nu in München, maar ik kan Gladbach nergens vinden.” Maar zover kwam het gelukkig niet. Terwijl wij wachtten op onze Nederlandse taxichauffeur die er op zijn vrije avond op uit moest om de ellende die de Duitse stakers veroorzaakt hadden te herstellen, vertrok er een trein richting Herzogenrath. Na een reis van tien uur, met vier uur vertraging, zetten we het koffertje van A3n eindelijk in de gang in Maastricht. Nooit geweten dat Victoria, de godin van de overwinning, zo slecht tegen haar verlies kon.
Er klonk een holle lach.Ook de volgende trein viel uit. Anderhalf uur na onze aankomst in Düsseldorf, koudgekleumd en uitgeput, zaten we eindelijk in een trein naar Mönchengladbach. Er was ons beloofd dat daar een half uur later een trein richting Herzogenrath zou vertrekken. Nog voordat ik naar het bord keek, hoorde ik die victoriaanse lach weer. ‘Zug fällt aus’
Uiteindelijk belden we Edouard die er ruim een uur over deed om bij het station van Mönchengladbach te komen. We waren even bang dat hij zou bellen: “Ik sta nu in München, maar ik kan Gladbach nergens vinden.” Maar zover kwam het gelukkig niet. Terwijl wij wachtten op onze Nederlandse taxichauffeur die er op zijn vrije avond op uit moest om de ellende die de Duitse stakers veroorzaakt hadden te herstellen, vertrok er een trein richting Herzogenrath. Na een reis van tien uur, met vier uur vertraging, zetten we het koffertje van A3n eindelijk in de gang in Maastricht. Nooit geweten dat Victoria, de godin van de overwinning, zo slecht tegen haar verlies kon.
Labels:
Vakantie
vrijdag, oktober 26, 2007
40 in Barcelona
Blijkbaar is 40 iets dat gevierd moet worden. Tenminste, vele vrienden gaven allemaal feestjes de afgelopen tijd. Maar ik had geen zin in een feestje. Tegen de tijd dat je iedereen verwelkomd hebt en iets te drinken hebt aangeboden, gaat de eerste al weer weg en spendeer je de rest van de avond aan afscheid nemen. Daar begin ik niet aan. Ik wilde iets persoonlijkers, iets echts gezelligs.
Allerlei ideeen gehad, maar tijdens de zomervakantie wist ik wat ik echt leuk vind: met z'n vieren op vakantie, op stap. Na wat googlen was de bestemming ook gekozen: Barcelona.
Daar was ik 16 jaar geleden geweest, maar toen was het een grote teleurstelling: met de naderende Olympische Spelen (1992) was Barcelona een groot bouwwerf. En verder was het er vies en heet. Tijd voor een 2de poging.
Zo vertrokken we woensdagavond 17 oktober. Het weer was prachtig (20-25 graden), niet overdreven druk, zo wat alles bewonderd en bekeken (we hebben echt de toerist uitgehangen, dat gaat heel makkelijk want er is een toeristen-bus die continue rondjes rijdt langs alle bezienswaardigheden), verder ook heerlijk gegeten, en ons hotelletje was midden in het centrum, zodat we ook 's avonds genoten. Ook de kids trouwens, het was gewoon een super geslaagde trip.



(en natuurlijk ook het olympisch stadion bezocht!)
En o ja, intussen ben ik 40 geworden. Daar werd ik vooral door verschillende familieleden aan herinnerd (dank overigens voor de felicitaties), maar 39 of 40, het maakt mij allemaal niets uit :-)!
Allerlei ideeen gehad, maar tijdens de zomervakantie wist ik wat ik echt leuk vind: met z'n vieren op vakantie, op stap. Na wat googlen was de bestemming ook gekozen: Barcelona.
Daar was ik 16 jaar geleden geweest, maar toen was het een grote teleurstelling: met de naderende Olympische Spelen (1992) was Barcelona een groot bouwwerf. En verder was het er vies en heet. Tijd voor een 2de poging.Zo vertrokken we woensdagavond 17 oktober. Het weer was prachtig (20-25 graden), niet overdreven druk, zo wat alles bewonderd en bekeken (we hebben echt de toerist uitgehangen, dat gaat heel makkelijk want er is een toeristen-bus die continue rondjes rijdt langs alle bezienswaardigheden), verder ook heerlijk gegeten, en ons hotelletje was midden in het centrum, zodat we ook 's avonds genoten. Ook de kids trouwens, het was gewoon een super geslaagde trip.



(en natuurlijk ook het olympisch stadion bezocht!)
En o ja, intussen ben ik 40 geworden. Daar werd ik vooral door verschillende familieleden aan herinnerd (dank overigens voor de felicitaties), maar 39 of 40, het maakt mij allemaal niets uit :-)!
Abonneren op:
Posts (Atom)












