In de kerstvakantie zijn de Ypers een weekje naar Madrid geweest, om daar de
familie uit Colombia te ontmoeten. Ze nemen een taxi van het vliegveld naar het
hotel, Sofía kijkt door het raampje. “Mam, is hier ook ergens een Hema?”
In het hotel, Loes: “Milo, niet met je handen op de vloer.”
“Maar de vloer is hier schoon, het is vier sterren!”
Sofía mist Nederland. “De volgende keer ga ik op mijn klompen met een
boerenjurk aan, met tulpen en een stuk kaas in mijn hand op vakantie. Dan hoef
ik Nederland niet te missen!”
Milo’s Colombiaanse abuelo heet Samuel, een naam die uitgesproken wordt als Sam-wél,
accent op de tweede lettergreep. Milo maakt daar Sjamél van. Dat leidt tot een helemaal zelfbedachte woordgrap: “Als opa Toon abuelo ziet, dan rent hij snel weg, want hij ziet Sjamelk!”
Sofía speelt schooltje met haar poppen: “Jullie krijgen extra uitleg, omdat
jullie slechte cijfers hadden! Door deze uitleg gaan jullie zevens, achten,
negens en tienes halen!”
Camilo: “Ik word later denk ik net zo lang als papa. Dat vind ik een leuke
maat!”
Sofía: “Is …. slim? Echt? Hij leek me een beetje een Hollandse domoor. Je
weet wel, van de kaas-en-bier-emo...”
Sofía praat met mama over de vele ruzies in haar klas de laatste tijd. Nu
niet alleen tussen de jongens, maar ook de meisjes.
Loes: “Misschien heeft
onzekerheid er ook wel iets mee te maken.
Sofía: “Jazeker, iedereen is onzeker,
dat komt door de inflatie!”
Milo zit op hockey, maar dat is nog goed uitkijken! “Ik heb iemand geslogen met mijn stick!”
Sofía - een moeilijke eter - maakt zich zorgen over een kinderfeestje waarvoor ze is uitgenodigd. “Het feestje is bingo spelen en pizza’s bakken, dus ik denk dat die pizza’s wel een grote rol gaan spelen...”
Camilo bekijkt zijn klassefoto en wijst dan twee kinderen aan: “Dat zijn
mondsnoteters!”
Sofía: ”Ik ben gewoon een kind die...”
Loes: “dat....”
Sofía: ”Ik ben gewoon dat kind die...”
Camilo speelt het spel Roblox op zijn I-pad met twee tegenstanders die ergens op
een andere I-Pad spelen. Loes vraagt wie de anderen zijn. Hij: “Eentje ken ik
helemaal niet en de andere ken ik wel.” Loes: “Wie is dat dan?” “Sofía.”
Een lang sluimerende kwestie wordt kordaat opgelost. Sofía: ”Ik heb besloten dat ik nog geen gaatjes neem, omdat ik de
verantwoordelijkheid te veel vind!”