vrijdag, december 22, 2006

Vooroordelen

Advocatenkantoren en advocaten. Hoezo toch altijd geassocieerd met geld, commercie, oppervlakkigheid en mantelpakjes? Wat mijn binnenkort nieuwe werkgever betreft, is niets minder waar.

Tijdens mijn sollicitatiegesprekken bij wat ik voortaan maar enkel “Wybenga Advocaten” zal noemen, want anders is de pagina zo vol, was het me al opgevallen dat ik met een vreemde eend in de bijt te maken had.

Zo was Wybenga het enige kantoor dat mijn Brusselse, behoorlijk theoretische en daardoor voor de meeste juristen volstrekt oninteressante scriptie wilde inzien en zelfs een weekje onder zich wilde houden. Tijdens de tweede sollicitatieronde lag mijn scriptie daar ineens op tafel, met een stuk of 10 post-itts op diverse pagina’s, die kennelijk allerlei vragen van mijn interviewer aanduidden.

Tijdens de derde sollicitatieronde – een lunch - ging het alleen maar over politiek en ontdekte ik dat de meeste advocaten van het kantoor afkomstig waren uit het “advocatenkollektief”, een enorm links bolwerk van juristen dat zich enkele decennia terug met name inzette voor de rechten van de Rotterdamse havenarbeiders. Ook nu nog is Wybenga een van de weinige kantoren dat zich bezig houdt met zeerecht en dat opkomt voor muitende matrozen. Daarnaast heeft het kantoor een enorme “toevoegingspraktijk”: zaken van mensen die zelf geen advocaat kunnen betalen.

Een groot deel van het kantoor bleek te hebben gestudeerd in Nijmegen en zij die dan wel uit Leiden kwamen, hadden toch in ieder geval deelgenomen aan de bestorming van het Maagdenhuis. Op de website las ik dat de jonkies van het kantoor naast hun studie Rechten, ook psychologie, of filosofie hadden gestudeerd.

Ik begon het allemaal steeds leuker te vinden.

Gisteren was ik uitgenodigd voor de kerstborrel en het culinaire kerstbuffet bij Wybenga en Van den Puttelaar (naast zakenpartners ook een echtpaar) thuis in Rotterdam. Hoe kon ik ook een sjieke, dure, kakkineuze bedoening vrezen?

Eenmaal binnen, werd ik verrast door de 1000 decibel aan operamuziek die door de huiskamer schalde. In mijn ogen in eerste instantie wat pretentieus, maar de dame op de CD bleek de echtgenote van mijn patroon – Wildeboer – te zijn!

Hoewel het huis van Wybenga enorm oud, klassiek en groot was en in zoverre voldeed aan mijn verwachting (of misschien: vooroordeel), lag het vol met rommel, zag ik alleen maar beige jaren '70 meubels en stond er in de boekenkast geen boek rechtop. Ik was de enige in paaskleedje gehuld, maar juist daarmee viel ik uit de toon, want om mij heen liepen alleen maar advocaten in kabeltruien en zag ik afgetrapte instappers voorbij komen. Over de enige man die een pak met stropdas aan had, werd mij onmiddellijk verteld dat hij dat slechts eens per jaar deed: met kerst.

Iedereen was erg vriendelijk en geïnteresseerd. Met de voormalig filosofie-studente en thans advocate vreemdelingenrecht sprak ik tussen de gevulde tomaat en het stokbrood door over de ethica van Aristoteles en Hobbes, een onderwerp waarvan ik dacht dat het in mijn juridische, arbeidszame leven nooit meer aan de orde zou komen. Een andere advocaat, ook op Maastrichtse leest geschoeid, wilde graag weten hoe mijn opzegging bij mijn huidige werkgever was verlopen en bood nota bene zijn hulp aan bij de tijdige afronding van mijn nog lopende zaken aldaar, uiteraard kostenloos.

Nadat we het buffet genuttigd hadden - allemaal zelfgemaakte hapjes die op grootmoeders schalen onder gekreukelde aluminiumfolie vandaan kwamen – werd er vervolgens gezamenlijk gemusiceerd! Er werd een cello tevoorschijn gehaald, een van de advocaten speelde een pianostuk en weer een ander zong een smartlap, door zijn echtgenote op de accordeon begeleid. Ondertussen krioelden overal kleine kinderen. Ik wist niet wat ik meemaakte.

Op 1 februari a.s., na mijn beëdiging door de President van de Rechtbank, ga ik er daadwerkelijk aan de slag. Na alle voormelde, totnogtoe uiterst positieve ervaringen, kan ik niet meer wachten!

Groet,
Emma

1 opmerking:

Erik zei

Happy :)

Ik heb ooit geweigerd om een aanbieding te maken voor een Burmese (Myanmar) luchthaven. De enige die dat begreep was toen (gelukkig) mijn baas.