maandag, maart 24, 2008

Een boef en twee vrienden

Langzaam maar zeker burger ik in Maastricht in. Zo af en toe kom ik al bekenden tegen in de stad. En hoewel ik het heel gezellig vind om met Marleen of Edouard door de stad te fietsen en groei van trots als ik door een mij bekend en hun onbekend persoon gegroet word, leek het me niet onverstandig ook eens wat alleen te ondernemen om zo aan de buitenwereld te laten zien dat ik ook heel zelfstandig kan zijn.
Zo sprak ik op een donderdagavond na het werk met wat collega's af in de kroeg. Gezellig even wat drinken en dan om acht uur naar de repetitie van Edouards koor dat ik sinds kort ook het mijne mag noemen. Omdat Edouard de reputatie heeft steevast 5 minuten te laat te komen, zodat hij geen stoelen hoeft klaar te zetten, nam ik me voor de koorleden te laten zien dat dat trucje niet van mij afkomstig was. Ik moest en zou op tijd in de kapel zijn.
Zingen op een lege maag stond me niet aan. Bovendien heeft Brahms bij de stukken die we nu zingen geen slagwerk bedacht en al helemaal geen buikroffel. Dus ik sloot me aan bij twee collega's die de kroeg voortijdig verlieten om nog even wat te eten. Onderweg naar het eettentje tankten we wat geld en met de nieuwverworven rijkdom veilig weggestopt in de tas liepen we een kleine kilometer verder om bij een Surinaamse snackbar van vegetarische lekkernijen te genieten.
Om 10 over half 8 verontschuldigde ik me bij mijn collega's. Ik schoof mijn laatste restjes rijst op hun borden en haastte me naar buiten, naar mijn fiets. De repetitieruimte was hooguit 5 minuten fietsen, maar als je een goede indruk wil maken, moet je het goed doen. Ik hing mijn tas schuin over mijn schouder, precies zoals ik van Marleen had geleerd: "Op die manier kan een langsrennende boef nooit de tas van je schouder trekken, omdat 'ie dan je hoofd mee zal moeten nemen en jij verliest je hoofd niet zo snel." Mij kon niets gebeuren. Bijna niets.
Vanuit een donker hoekje kwam er ineens een man voor me staan. Groot, breed. "Geef me je geld!"
Ik maakte me groter en breder dan hij en dacht: "Mooi niet! Is mijn geld, blijf jij af!"
Hij begon aan mijn tas te trekken. Ik schatte de afstand van mijn knie naar zijn kruis en keek over zijn schouder. Op drie meter afstand stond een politieauto met daarin twee agenten. Ik wuifde, ze liepen rustig op ons af en tikten mijn overvaller op zijn schouder. Zonder tegenstand liet hij zich naar de politieauto leiden. Een van de agenten noteerde mijn verklaring en vroeg waar ik heen moest. Ik legde uit dat ik slechts 5 minuten van mijn doel verwijderd was en dat ik wel alleen durfde. Ik pakte mijn fiets, de agent riep nog dat ik mijn licht aan moest doen.
Ik kwam te laat op de repetitie, maar ik kan nu wel zeggen dat de politie mijn beste vriend is. Gelukkig dat ik ze nog niet kende toen ik naar ze zwaaide. Ze zouden misschien teruggezwaaid hebben…

4 opmerkingen:

A3n zei

Nu heb je alweer een bekend persoon erbij die Marleen en Edouard NIET kennen: "Hoi boef! Hebben ze goed om je zitten lachen op het politiebureau?" Ben toch maar een beetje voorzichtig, Lon!

jeroen zei

klink inderdaad koeltjes en stoer, maar je waarschijnlijk klopte je hart tijdens Brahms nog steeds de maat van... sorry, niet zo goed in componisten... noem er eens een met een heel snel ritme!
Ben blij voor je dat je het (al dan niet koeltjes) kan navertellen!

Michael zei

De vraag van de boef was fout. Het had moeten zijn: "Geef me mijn geld." Tsja, daar had je dan niet omheen gekunnen.

Lootje zei

De Brahms waar ik met mijn neus middenin viel was "Guten abend, guten nacht" (Jeroen: het liedje van de gele uil). Ik moet eerlijk bekennen dat het bij mij de eerste minuten meer klonk als guhut..tt..ten ahahahhhhb..b..bennnnddd.dd gu..gugu..tt.ten nn..nnachtt..t