Vorig weekend waren we in Boxtel, om Adrienne te bezoeken én om een kerstboom te kopen, want ik heb een zeer traditiegetrouwe echtgenoot, wat die jaarlijkse aanschaf betreft. Alsof er in ons eigen stadje geen bomen te koop zijn. Maar het kwam mooi uit, sprak A3n, want ook zij had een boom nodig.
We vervoegden ons hiertoe bij twee verschillende kerstboomverkopers, want zuslief bleek er een eigen adres op na te houden: een kennis annex liefhebber die een gering aantal uitsluitend kleine boompjes in de aanbieding had. Ze bespraken de tentoongestelde waren in de sfeer van "hedde gij" en "gade gij" en "zudde gij" tot ze tot een afronding kwamen met "den dieje dan moar?" en na gedane zaken werden wij voorgesteld als haar zus en zwager. Dat verbaasde de kennis helemaal niets, mijn zus en ik leken sprékend "op mekoaren". Toen wilde hij weten waar wij dan wel vandaan kwamen. Uit Gouda? Nou, daar zou deze meneer nog niet dood gevonden willen worden.
Dat vroeg om opheldering. Bleken meneer en zijn echtgenote ooit een vakantie doorgebracht te hebben in het Zuid-Hollandse Oudewater vanwaaruit ze een autotochtje hadden gemaakt naar Gouda, waar ze verdwaald waren in het plaatselijke eenrichtingsverkeer. Enfin, Gouda de hel, daar kwam het wel op neer.
Mm.
Ik moet toegeven dat Gouda vele feilen kent. Zo leven wij sinds jaar en dag op een moeras beneden zeeniveau, de favoriete habitat van zomerse muggen. Staan wij landelijk bekend om kazen, stroopwafels en kaarsen die hier niet meer en Syriëgangers die hier weer wel vandaan komen en hebben wij een overschot aan zwartekousendragers.
Maar. De Karnemelksloot.
Bij ons links de straat uit en dan linksaf, de kortste route naar de binnenstad. Hij staat al in de atlas van Blaeu uit 1652 als "Wech naa Wtrecht" (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gouda#/media/File:Plattegrond_van_de_stad_Gouda_binnen_de_singels,_ca._1650..jpg
zie rechtsboven). Een straatje met een sloot er middenin, boompjes erlangs en kleine, krakkemikkige huisjes aan beide zijden, huisjes waar ooit grote gezinnen gewoond moeten hebben, nu de favoriete stek van vrijgezellen en yuppies die hun sloot elk jaar vol leggen met verlichte kerstboompjes-op-vlotten.
Ja?
Hebben jullie soms zo'n sloot in Boxtel, kerstboommeneertje?
En dat brengt mij tot de vraag van de week: waar zouden jullie niet dood gevonden willen worden? Met het pistool op de borst kies ik voor Nepal, of ieder ander hooggebergte, want ik houd 1. niet van hoge bergen - tenzij vanuit de verte - en 2. niet van klimmen en 3. niet van gladheid en ik zou er nog vele motieven aan kunnen toevoegen.
De hartelijke groeten uit
alwaar we een echte schaatsbaan hebben!
7 opmerkingen:
Ehm... Wil Beppie dus niet dood gevonden worden in de Karnemelksloot? Vanwege de yuppen? Da's kras. Ik wil trouwens überhaupt niet dood gevonden worden, want dat zou ernstig afbreuk doen aan mijn levendigheid.
Wat een lugubere vraag op de maandagmiddag en net voor de feestdagen... Bovendien, ik heb (ook) absoluut nog geen tijd om dood te gaan, teveel nog om te doen!
De karnemelksloot is doodeng. Een grachtje middendoor de straat, zonder enige afzetting. Als je achteruit loopt, kukel je er zo in. Levensgevaarlijk voor buitenlanders en oude boxtelnaars.
ik wil best een keertje dood zijn, als ik maar weer mag leven als doodzijn mij niet echt bevalt.
Kennen jullie de uitdrukking wel?
hahahahaha - sorry Beppie, serieus zijn lukt niet echt in onze familie :-)!!
Mooi gezegd, A3n, serieus, mooi gezegd!
Een reactie posten