Jeppe en Pien zitten tegen elkaar op te bieden.
Jeppe: "Ik kan pas hard rennen. Ik kan harder rennen dan een auto!"
Pien: "Ik kan harder rennen dan een cheeta!"
Jeppe: "Maar weet je welk dier pas hard kan rennen? Een tijger!"
Pien: "En weet je welk dier helemaal niet hard kan rennen? Een lui-jachtpaard!"
Piens allerbeste vriend is Jip Cobben (want er is ook een Jip Claessens), vanaf de eerste dag dat ze op de kleuterschool zat. Aangezien ze binnenkort alweer zes wordt, mag ze een paar kindjes uitnodigen voor haar verjaardagsfeestje. Ze somt een aantal namen op: Nena, Wes, Catoo (ja, dat schrijf je echt zo), Bent, Tjodun, en Silke. Maar Jip zit er niet bij. Als ik haar om opheldering vraag, antwoordt ze: "Nee, Jip is verliefd op mij. Dus die mag niet komen, want dan moet ik de hele dag kussen!"
Jeppe heeft soms van die momenten: hij geeft honderdduizend knuffels, zegt met een lief stemmetje "ik hou zó veel van jou", en zit met een dromerige glimlach naar mij te staren.
"Ben je een beetje verliefd, Jeppe?"
"Ja,"zucht hij, "op Jip Cobben..."
2 opmerkingen:
Het lui-jachtpaard is cabaretier niveau!
Tch. 't Komt nog maar net boven de tafelrand uit en nu al playing hard-to-get. Arme Jip-Cobben.
Een reactie posten