Maar toch.
Haïti heeft alle pech van de wereld gehad. Het land is gevormd door de opstand van de slaven tegen hun Franse overheerser, ze maakten zichzelf vrij en besturen sinds 200 jaar hun eigen land. Maar ze kregen vanaf het begin alle mogelijke tegenwerking, vooral van de Verenigde Staten, die een vrije slavenrepubliek in hun achtertuin niet gewenst vonden. En de Amerikanen blijven een belangrijke vinger in de Haïtiaanse pap houden. Ook in de nasleep van de gruwelijke aardbeving, nu zes jaar geleden. Het rare is, dat het land heel erg Frans aandoet. De taal is Kreyol, maar dat is gebaseerd op Frans, wij spraken met iedereen Frans. Baguettes, om 12 uur warm eten, demonstreren, trots en eigenwijs en daardoor dom, ik herkende het.
Haïti hoort bij de armste landen ter wereld (veel Afrikaanse landen zijn overigens nog armer). Dat is vooral schrijnend omdat er zoveel stinkrijke mensen wonen. Haïtianen die - vaak via corruptie - rijk geworden zijn. Heel rijk, zelfs in onze ogen. En veel, relatief rijke, buitenlanders. Een middenklasse bestaat eigenlijk niet, al vrees ik dat er nog wel een onderklasse bestaat. Delen van Haïti heb ik niet gezien, te gevaarlijk.
We werden rondgereden door de chauffeurs/beveiligers van Heineken. We mochten meestal niet uit de auto, zelfs het raam mocht niet open. Ik moest filmen door de zwart-gestreepte ruit van de auto.
Gelukkig kreeg ik op het einde van mijn vakantie nog een opkikkertje van een vriendin van Petra. Ze was nu drie jaar in Haïti. Ik vroeg haar of het in die tijd veranderd was. "Zeker, het is veel beter geworden", was haar antwoord. Ik hoop voor de Haïtianen dat dat zo doorgaat.
3 opmerkingen:
Jonge jonge. Ziet er toch niet anders uit dan onze markt. Heel gewone mensen op straat. Als iedereen die nu rond rijdt in auto's nou gewoon eens boodschappen ging doen op die markt. Zou dat niet veel beter zijn?
Ik schat ongeveer 5 minuten, Beppie
Aan de hoge kant Erik.
Een reactie posten