(uit een versje van Annie M.G. Schmidt)
Iemand heeft Astra de kat bang gemaakt en dat bevalt Matthias niet. Hij zegt tegen zijn moeder: “Ik zal Astra nooit laten schrikken. Net zo als jij nooit mijn kop eraf zaagt!”
Iemand heeft Astra de kat bang gemaakt en dat bevalt Matthias niet. Hij zegt tegen zijn moeder: “Ik zal Astra nooit laten schrikken. Net zo als jij nooit mijn kop eraf zaagt!”
“Opa moet straks even weg, Milo.”
“Gaat ie naar Amsterdam?”
Maren heeft originele manieren van
verleden-tijdsvorming:
- Toen viel ikde op de grond.
- Maar dat wil ikde graag!
- Deze tandenborstel miste ikde!
- Ja, die bedoel ikde!
“Opa gaat nou even weg, Milo.”
“Gaat ie naar Spanje?”
Ze passeren de stadsmolen midden in
Delft. Toon: “Deze molen is al 400 jaar oud! Moet je nagaan , en ik ben pas 70!”
Matthias, verbijsterd: “Is die molen
dan nóg ouder dan jij?”
3 opmerkingen:
Leuk die Marentaal!
Iris blijft werkwoorden achteraan plakken, het belangrijkste vooraan:
- Ik toen op de grond vallen.
- Ik dat graag willen!
- Ik deze tandenborstel missen!
- Ik die bedoelen ja!
Het komt over als Engelse zinconstructie zoals bij Witte Veder (van Arendsoog!) (behalve die laatste, dat is typisch Gronings-ja).
Dat is wel heel bijzonder Jeroen!
Flinn doet alles gewoon dubbelop, zodat 'ie zeker weet dat het voor iedereen duidelijk is dat iets in het verleden heeft plaatsgevonden: zag je hoe hard ik liepdede?!
Een reactie posten