Milo, aan tafel: “Mama, ben ik aan het smikkelen?”
Matthias, tegen de kapper: “Mijn vader heeft kort haar. Als hij door de wind
fietst, gaat het overeind staan. Dan lijkt hij net een stekelvarken.”
Milo zit voorop de fiets als opa achter hem vervaarlijk hoest en proest. De
kleine jongen kijkt verbaasd om: “Opa, was jij een zeemonster?”
Maren is aan het piepen. Emma zegt: “Pas maar op, anders brengen we je weer
naar de Caroussel!“ (haar oude crèche) “Naar de Carou-cel, ja,” zegt Matthias. “En daar word je dan opgesloten!”
Milo brult als een tijger en zijn moeder doet mee met het spel. “Hij stopt, kijkt haar
verstoord aan en zegt: “Nee, niet zó! Tijgers gaan toch geen boer laten!”
Hij, vriendelijk aansporend: “Oh ja? Hoe dan?”
“Jezus Christus.”

2 opmerkingen:
Oei. Laat tante Margriet het maar niet zien!
Te laat
Een reactie posten