In de auto rijdend door Frankrijk, spelen ze het spel: Wie heb ik in
gedachten? Maren mag eerst iemand bedenken en ze stellen haar vragen. Ja, het is
een man. Nee, ze weet niet of hij in Nederland woont. Vele vragen later geven ze het op. Wie het is? “Oom Esteban!”
Verderop komt het gesprek op de betekenis van monumenten. Miguel legt uit
en concludeert: “Dus: voor Hitler is er geen monument!” Zegt Maren: “Maar voor
jullie ook niet!”
De familie bezoekt op Matthias' voorstel een Frans kerkhof. Bij ieder graf volgt de vraag: “Wie ligt
hier? Hoe oud is hij geworden?”
Miguel antwoordt bij een graf: “89!”
Matthias: “Oh! Dus nog niet zo oud als tante Piet!”
Miguel antwoordt bij een graf: “89!”
Matthias: “Oh! Dus nog niet zo oud als tante Piet!”
Emma hoort Maren bij het spel in zichzelf praten. Ze probeert iets aan te trekken wat in eerste instantie niet lukt. Maar dan klinkt opa Toons bevrijdende uitroep: “Geling, gelang, gelungen!”
Broer en zus hebben ergens ruzie over. Hij: “Ik zei alleen maar tegen Maren
dat ik nog één poging wilde wagen!” Zij, snikkend: “Maar ik weet niet wat dat
betékent!”
Broer: “Maren, raad eens, is Jupiter een planeet of niet?”
“Niet.”
“Bijna goed! Wél!”
“Niet.”
“Bijna goed! Wél!”
1 opmerking:
Vrij naar Toon: geniess, genass, genossen!
Een reactie posten