maandag, mei 13, 2019

Ypse dommes


Milo: “Hé mama, niet billen op mijn klaps geven!”

Milo: “Sofía heeft ze dáár geloegen.”

“Milo, waarom zeg je toch de hele dag poepkak?”
Hij: “Nou, dat is mijn eigen woord...., poepkak.”

Loes legt haar zoon in bed en zegt hem dat hij de allerliefste is. Hij wil iets liefs terugzeggen, stottert een beetje en zegt dan: “En jij krijgt van mij de groetjes!”
 
Twee zusjes uit haar klas, een tweeling, hebben Sofía voor de zoveelste keer gevraagd om op woensdagmiddag bij hun te komen spelen. Op dinsdagavond zegt ze bezorgd:  “Ze vragen het al vier jaar. Maar ik wil niet bij ze spelen. Ik heb misschien gezegd, maar dat hebben ze denk ik niet begrepen. Maar ik heb morgen klassendienst, dus als ik héél langzaam veeg, zijn ze het misschien vergeten en gaan ze naar huis...”

Milo stapt naar buiten: “Hé, het heeft gerogen!”

Loes belt in de gang met de assistente van de huisarts, Milo zit in de huiskamer met lego te spelen. Intussen luistert hij naar Cats, en zingt zelf uit volle borst mee. De assistente zegt ineens: “Mag ik wat vragen, hoor ik daar nu een papegaai of een kind?”

2 opmerkingen:

Jeroen zei

Heerlijk, die taal van Milo, taal van de toekomst, wat mij betreft!
En over poepkak gesproken, niks mis mee. Iris heeft een knuffeltje die Poepbloemetje heet. Al zei ze laatst dat dit beertje nu geen Poepbloemetje meer heet. Nee, vanaf nu heet ie Poepjebloem.

Michael zei

Uit Julia's kindertijd komt het woord "plandizie", ik gebruik het nog steeds als er iets georganiseerd moet worden of als ergens commotie over is. In die hoek moet ergens de betenis gezocht worden. Zo was een poeliebadje in de tuin een "waterplandizie".