zaterdag, november 24, 2007

Puck zingt...

Dat Puck van zingen houdt weet je zodra je haar leert kennen. Ze zingt namelijk de hele dag door. Alle kinderliedjes passeren dagelijks de revue. K3 staat ook hoog op de favorieten lijst. Remixen lukt ook al heel aardig. Ze gaat tijdens het ene lied zo over op het andere en weer terug naar het eerste.
Verjaardagsliedjes zijn deze week weer gezongen toen mama jarig was. Uit volle borst klink het dan door de kamer: "Lam tamme leven, lam tamme leven, lam tamme leven in de gloria hiephiep hiep hoera!!!!" En daarna door met: "hepje bursdee toe joe!!!"

Puck leert van alles bij Opa (Rich) op de fiets.
Als het een beetje fris is buiten dan moet je jezelf goed aan kleden op de fiets. Maar de neus moet vrij blijven want dan kun je je neus in de wind steken. De wind gaat dan door je neus naar binnen en door je oren naar weer buiten!

woensdag, november 14, 2007

Een jaar verdr

Exact een jaar geleden stond ik om kwart over 4 's middags te knikken op mijn knietjes bij de deur van de senaatszaal in het academiegebouw. De hele morgen was ik bezig geweest met aantekeningen maken in mijn proefschrift en rode papiertjes plakken op bladzijdes waarvan ik dacht dat er informatie op stond die van belang zou kunnen zijn bij het beantwoorden van de vragen. Ik had het niet voor niks gedaan, om kwart over 5 verloor ik mijn s en werd ik gepromoveerd tot dr.
Nu, een jaar later, een jaar dr, is er een hoop veranderd. Ik sta aan de vooravond van mijn nieuwe carriere. Een van mijn eerste taken is het begeleiden van de cursus Metabolism and Activity. Na het eten, onder het genot van een kopje koffie, bereid ik alvast wat casussen voor. Het sluit mooi aan bij datgene waar ik me tijdens mijn promotieonderzoek mee bezig hield. Wie had dat ooit gedacht, dat ik een jaar na dato nog eens door mijn proefschrift zou bladeren!

Laos (dat is tussen Vietnam en Thailand)

Jullie weten toch dat wij een week geleden naar Laos zijn gegaan? Een uitgebreid verslag, met plaatjes is te vinden op katelyn's blog.

maandag, november 12, 2007

Maastricht

Jullie weten toch dat ik een baan had in Nijmegen? Had, ja, want hoewel ik officieel nog tot 15 december in dienst ben, geniet ik vanaf vandaag van al die vakantiedagen die ik nog over heb. Zo komt die zuinige Termeerkant toch nog van pas.
Binnenkort begin ik met mijn nieuwe baan als studiecoördinator bij het University College in Maastricht. Daar ga ik 3 dagen per week studenten tutoren, lopende cursussen lopend houden en nieuwe cursussen opzetten. Ik mag daarvoor naar een prachtige lokatie in de binnenstad, slechts 15 minuten fietsen vanaf de Padualaan. Dat is weer eens iets anders dan iedere ochtend om kwart over 6 in de auto.
Omdat deze parttime baan mij niet fulltime van de straat houdt, heb ik er nog maar iets bij genomen. Twee dagen per week ga ik een onderzoek doen bij de afdeling Onderwijsontwikkeling en Onderwijs research, kortweg O&O. Tien minuutjes fietsen van de Padualaan en op een steenworp afstand van Edouards werkkamer. Naast huisgenoten worden wij nu dus ook buren.
Voorlopig heb ik mijn intrek genomen in het ouderlijk huis. Ik slaap weer in mijn eigen tienerbedje en studeer weer op mijn tienerkamertje. Wat mij betreft mag deze situatie nog wel een tijdje standhouden, al is het de vraag hoe lang Marleen en Edouard het volhouden met een 32-jarige tienerdochter op zolder!

vrijdag, november 09, 2007

Cor

Jullie weten toch dat wij al jaren gebruik maken van Cor (onlangs 75 geworden) voor timmer- en onderhoudsklussen in ons huis? Nu moest-ie nieuwe spijltjes maken voor een bovenraam, waar voorheen een ventilator in had gezeten. Probleem was: de andere spijltjes waren allemaal rond. Cor was al een uur aan het piekeren. Hoe kwam-ie aan rond hout? 's Middags zat het raampje en de nieuwe spijltjes er picobello in. Wat-ie had gedaan? Een bezemsteel gekocht, gespleten en geschilderd. Geen verschil te zien!

Engelse les

Jullie weten toch dat ik sinds september ook Engels geef op mijn school? Hoe dan ook, ik geniet met volle teugen. Zoals van Yaneth (afkomstig uit Bolivia), die een ander woord meende te kennen voor to leave. Wat dan? Ze piepte iets, maar niemand verstond haar. Dus liet ik het haar spellen. BEAT IT, spelde ze.

zondag, oktober 28, 2007

4 dagen in Berlijn

Het was al lang geleden afgesproken, in de herfstvakantie zouden Marleen en ik een paar dagen weg gaan. Edouard kon niet mee, die had studenten om voor te zorgen en, naar later bleek, ook nog een Amerikaan om voor te koken. Ons avontuur begon met de vraag waar gaan we heen. Barcelona ben ik nog nooit geweest, maar we gunden Petra een rustige verjaardag, dus dat viel af. Parijs, Londen, Wenen, Venetië, been there, done that. Berlijn, daar was ik ooit met school geweest, net na de val van de muur. Marleen was nooit eerder in Berlijn en Edouard had al aangegeven er niet heel graag heen te willen. Toen was de beslissing snel genomen. Ik wilde wel eens zien of er in de afgelopen 17 jaar iets veranderd was en Marleen stelde een persoonlijke gids wel op prijs. Het werd Berlijn.
We vertrokken op maandagochtend met mijn autootje naar Herzogenrath waar we de trein naar Düsseldorf zouden nemen om daar over te stappen op de ICE naar Berlijn. Edouard zweette peentjes bij ons vertrek, want we waren wat aan de late kant. Maar 5 minuten voor de planmäßige abfahrt stonden we te kleumen op het onbeschutte stationnetje. De trein had 15 minuten vertraging. Ik begon op dat moment eveneens peentjes te zweten omdat we in Düsseldorf maar 20 minuten overstaptijd hadden. Bij het tweede omroepbericht had ons boemeltje inmiddels evenzoveel minuten vertraging. We troostten elkaar door te zeggen dat we dan wel een volgende ICE zouden nemen, we hadden tenslotte vakantie. Maar 21 minuten na dienstregeling begon ook Marleen nerveus heen en weer te banjeren. Door en door koud, verwelkomden we de binnenrijdende trein een minuut later met een zucht van verlichting.
Stationnetje na stationnetje sukkelden we richting Düsseldorf. Toen we Mönchengladbach voorbij waren en we nog langs Neuss moesten, stonden wij al bij de deur, met onze jassen aan en het koffertje van A3n in de hand. De trein had intussen wat minuutjes ingehaald en als perron 7 en 17 niet té ver uit elkaar lagen, moesten we het net kunnen halen, verzekerden we elkaar.
Nog voor de trein goed en wel stilstond, sprongen wij er al uit en liepen met gezwinde spoed naar het ICE-perron. Daar hadden we 5 minuten de tijd om te bestuderen bij welke letter onze coupé terecht zou komen. Vanuit de meer dan luxe ICE (Marleen ging op zoek naar de veiligheidsriem want het was alsof we in een vliegtuig zaten) smste ik Edouard dat alles goed was gegaan. We waren op weg naar Berlijn.
Vijf uur later klonk onze purser voor de laatste keer: “Vie ar nau errajving at Burlien Hauptbaanhoof. Vie hoop joe het u plessunt zjurnie ent senk joe vor trevveling wis die Deutsje baan.” We waanden ons werkelijk in een aflevering van ‘Allo ‘Allo.
We hadden een lijstje gemaakt van alle bezienswaardigheden in Berlijn die we niet mochten missen. Checkpoint Charlie deden we meteen op de eerste avond, de Brandenburger Tor en de Reichstag stonden voor dag twee op de planning, evenals een lange wandeling over Unter den Linden naar de Alexanderplatz. Ook de laatste overgebleven stukjes muur mochten natuurlijk niet ontbreken op onze ontdekkingstocht door deze voormalig gespleten stad. Een bezoek aan de binnenkant van de Reichstag werd, ondanks vooraf reserveren, ter plekke afgeblazen vanwege de overgrote belangstelling (zie filmpje). Wij voelden er, in tegenstelling tot enorme hoeveelheden herfstvakantie vierende Nederlanders, niks voor om onze tijd te staan verdoen in een lange rij. We zijn om het gebouw heen gelopen en botsten aan de achterkant op een indrukwekkende delegatie Saudi Arabiërs die met zijden hoofddoeken vastgezet met gouden hoofbanden zaken kwamen doen met Angela. Dat hebben al die mensen in de rij dan weer gemist.

Staande voor de Branderburger Tor tuurden we de Straße des 17. Juni af en zagen in de verte de trotse Siegessäule staan. Omdat onze wandeling ons de andere kant op stuurde, maakte ik een snelle foto en beloofden we elkaar dat die overwinningszuil in de komende drie dagen nog wel de onze zou worden.
Aangezien ons bezoek aan de koepel van de Reichstag ons door wachtende toeristen door de neus was geboord, besloten we ons te wreken door de koepel van de Berlijnse Dom te beklimmen. Dat stelde ons uithoudingsvermogen en vooral Malreens knieën danig op de proef. Maar het resultaat mocht er wezen. Een prachtig uitzicht over een zonnig Berlijn vol oude gebouwen, hijskranen en bouwputten en in de verte, gevangen door een zonnestraal, de Siegessäule. Wacht maar, jou krijgen we nog wel, mompelden mijn gedachten.
Om vijf uur ’s middags, na een dag vol oude en moderne gebouwen en een bordje currywurst mit pommes frites, zaten we uitgeput tussen de Französischer en de Deutsche Dom op een bankje. Die Siegessäule kwam wel, we hadden tenslotte nog anderhalve dag.
Maar op dag drie leek de Siegessäule ons uit te dagen. Op iedere foto op de fototentoonstelling over de tweede wereldoorlog en het optrekken van de Berlijnse muur was de statige zuil te zien. Het gouden beeld bovenop leek steeds valser te grijnzen. De S-bahn die we die dag namen, maakte een omtrekkende beweging rond de binnenstad, steeds wegen kruisend die uitkwamen op de Großen Stern met midden daarop die onoverwinnelijke Siegessäule. Het was alsof de gouden Victoria bovenop in haar vuistje stond te gniffelen. Vanaf de menukaarten tijdens de lunch leek ze zelfs haar tong uit te steken. En wij raakten alsmaar vermoeider. Onze voeten gaven duidelijk aan meer dan genoeg Berlijn te hebben gehad en ook onze ruggen en knieën wilden niet meer vol overgave meewerken. We moesten en zouden die Siegessäule eronder krijgen, maar het was duidelijk dat het op onze eigen manier niet meer ging lukken. Het werd tijd voor datgene waar we drie dagen lang allebei angstig voor gewaakt hadden: de bus vol toeristen. Gelukkig konden we de afschuwelijke sightseeingbussen links laten liggen. We hadden namelijk ontdekt dat de route van lijnbus 100 dwars over de Großen Stern liep. Als dat geen prachtig uitzicht op onze kwelgeest zou opleveren, dan wisten we het ook niet meer. Dus we stelden ons op bij een overvolle bushalte. Blijkbaar waren er meer toeristen die ons trucje doorzien hadden. Vastberaden wrongen we ons door de aarzelende bejaarden en jengelende kinderen heen en wisten zelfs een plekje bij het raam te veroveren, achterin, rechts ten opzichte van de chauffeur. Met de plattegrond van het openbaar vervoer op schoot, zagen we ons doel op papier dichter en dichterbij komen. Zeker van onze overwinning hield ik het fototoestel vast in de aanslag. Daar was de Großen Stern, een rotonde. De bus zette de bocht in. Bovenop haar sokkel gierde Victoria het uit. Vanaf onze zitplaatsen beschreven wij de buitenbocht. We konden, voorovergebogen, met onze hoofden bijna op de bodem van het gangpad, slechts van haar voetstuk genieten.
Uit het veld geslagen lieten we het er voor de rest van de dag bij zitten. We hadden nog één kans. De laatste dag hoefden we pas om kwart voor twee op het Hauptbahnhof in de ICE te stappen. Dat gaf ons precies genoeg tijd om met lijn 100 de stad te doorkruisen. Met het gevecht om een zitplaats van een dag eerder nog helder voor de geest, gaven we het koffertje van A3n bij het hotel in bewaring en stelden we ons op bij de bushalte, vooraan. Toen de bus verscheen, maakten onze harten een sprongetje van blijdschap. Een dubbeldekker, nog nagenoeg leeg. Vandaag ging het lukken. En inderdaad, na een rondrit van drie kwartier bewonderden wij in de 15 seconden dat de bus over de Großen Stern scheurde Victoria van dichtbij. Ze zag er wat verslagen uit. Nu konden we met een gerust hart Berlijn verlaten. Wir haben gesiegt.




Moe maar voldaan genoten we op het Hauptbahnhof van een gratis kopje koffie, vanwege de Streik van de Deutsche Bahn. Onze trein kwam, in tegenstelling tot de heenreis, precies op tijd het station binnen rijden. Victoria, gratis koffie, geen last van de staking en straks lekker thuis, onze dag kon niet meer stuk. Exact volgens de dienstregeling reden we het station van Düsseldorf binnen. Twintig minuten om over te stappen op de trein naar Herzogenrath. Op het moment van de planmäßige abfahrt flipte het bordje om: ‘Zug fällt aus’.Er klonk een holle lach.
Ook de volgende trein viel uit. Anderhalf uur na onze aankomst in Düsseldorf, koudgekleumd en uitgeput, zaten we eindelijk in een trein naar Mönchengladbach. Er was ons beloofd dat daar een half uur later een trein richting Herzogenrath zou vertrekken. Nog voordat ik naar het bord keek, hoorde ik die victoriaanse lach weer. ‘Zug fällt aus’
Uiteindelijk belden we Edouard die er ruim een uur over deed om bij het station van Mönchengladbach te komen. We waren even bang dat hij zou bellen: “Ik sta nu in München, maar ik kan Gladbach nergens vinden.” Maar zover kwam het gelukkig niet. Terwijl wij wachtten op onze Nederlandse taxichauffeur die er op zijn vrije avond op uit moest om de ellende die de Duitse stakers veroorzaakt hadden te herstellen, vertrok er een trein richting Herzogenrath. Na een reis van tien uur, met vier uur vertraging, zetten we het koffertje van A3n eindelijk in de gang in Maastricht. Nooit geweten dat Victoria, de godin van de overwinning, zo slecht tegen haar verlies kon.

vrijdag, oktober 26, 2007

40 in Barcelona

Blijkbaar is 40 iets dat gevierd moet worden. Tenminste, vele vrienden gaven allemaal feestjes de afgelopen tijd. Maar ik had geen zin in een feestje. Tegen de tijd dat je iedereen verwelkomd hebt en iets te drinken hebt aangeboden, gaat de eerste al weer weg en spendeer je de rest van de avond aan afscheid nemen. Daar begin ik niet aan. Ik wilde iets persoonlijkers, iets echts gezelligs.

Allerlei ideeen gehad, maar tijdens de zomervakantie wist ik wat ik echt leuk vind: met z'n vieren op vakantie, op stap. Na wat googlen was de bestemming ook gekozen: Barcelona. Daar was ik 16 jaar geleden geweest, maar toen was het een grote teleurstelling: met de naderende Olympische Spelen (1992) was Barcelona een groot bouwwerf. En verder was het er vies en heet. Tijd voor een 2de poging.

Zo vertrokken we woensdagavond 17 oktober. Het weer was prachtig (20-25 graden), niet overdreven druk, zo wat alles bewonderd en bekeken (we hebben echt de toerist uitgehangen, dat gaat heel makkelijk want er is een toeristen-bus die continue rondjes rijdt langs alle bezienswaardigheden), verder ook heerlijk gegeten, en ons hotelletje was midden in het centrum, zodat we ook 's avonds genoten. Ook de kids trouwens, het was gewoon een super geslaagde trip.







(en natuurlijk ook het olympisch stadion bezocht!)





En o ja, intussen ben ik 40 geworden. Daar werd ik vooral door verschillende familieleden aan herinnerd (dank overigens voor de felicitaties), maar 39 of 40, het maakt mij allemaal niets uit :-)!

dinsdag, oktober 23, 2007

Lopenlopenlopen deel 2

Verslaafd. Aan hardlopen. Als je me dat een jaar geleden had gezegd, had ik het niet geloofd. Sinds Kerst 2006 loop ik ‘hard’. Tussen aanhalingstekens, want ik loop ongeveer 8 km per uur, en dat is meer joggen dan hard lopen. De snelheid mag dan niet bijzonder zijn, de tijd en de afstand worden wel groter. Steeds meer per keer en steeds meer keer per week.(17 e’s in één zinnetje) Ik loop nu drie keer in de week ruim tien kilometer, voor mij is dat dus een uur een kwartier lopen. Als je daarbij het inlopen en het rekken en strekken telt, ben ik zo’n zes uur per week aan het lopen.

Heb ik jullie al verteld dat ik zelfs een wedstrijd heb gelopen? Zes kilometer, een fluitje van een cent voor mij (37 minuten en 7 seconde). Ik was wel de laatste, maar gelukkig viel dat niet op want gelijktijdig was er ook een 10 km race. De winnaar van de 10 km, finishte vóór mij. Volgend jaar wil ik een keer de tien kilometer doen. En dan ga ik trainen voor de halve marathon. Niet dat ik de wedstrijd leuk vond, maar je moet iets hebben om je te motiveren.

Ik heb namelijk nooit zin om te vertrekken. Bij mijn hardlopen, hoort een riedeltje aan spullen. Om te beginnen moet ik elke keer besluiten wat ik aantrek, en dat is een lastig besluit. Als ik begin met lopen dan heb ik het hartstikke koud en als ik eindig zweet ik me rot, vooral als de zon schijnt. Vanmorgen was het zo koud dat ik mijn handen in het trainingsjack verstopte. “Doe dan handschoenen aan”, zegt RJ. Maar dan moet ik die meedragen! En alles is gericht op zo min mogelijk gewicht. Dan maar kou lijden in het begin. Verder heb ik twee papieren zakdoekjes bij me, een voor gebruik en een voor reserve. En een telefoon en een stappenteller. Als ik geen trainingsjack aan heb, stop ik de telefoon onderin mijn beha. Ik durf niet te lopen zonder, als ik mijn enkel verzwik vinden ze mij pas na drie dagen. Diep in het bos. Doodgevroren.

Tenslotte heb ik ook nog een alarm bij me. Die lijkt op een vreselijk groot horloge en is ook nog knaloranje. Omdat ik me daarvoor heel erg schaam, maak ik die helemaal bovenaan mijn arm vast, onder de mouw van mijn shirtje. Ik hoef er maar een klap op te geven en het ding begint te gieren en lichtsignalen te geven. Dat is niet voor verzwikte enkels, maar voor aanrandende mannen. Niet dat ik die tegenkom, gewoonlijk kom ik vrijwel niemand tegen, maar je weet maar nooit. Met dat ding om durf ik in mijn eentje werkelijk overal te lopen, op elke tijd van de dag en nacht.

Als ik volledig gekleed ben ga ik eerst rekken en strekken en inlopen in de tuin. Dan start ik vanaf de voorkant van de oprit, de stappenteller op nul en gaan. Het eerste kwartier is niet leuk. Er is altijd wel iets dat ik voel, een teen die niet goed zit, een spiertje in een bovenbeen dat pijn doet. Ik neem elke dag een ander parcours, keuze genoeg. Maar een route vind ik het aller-fijnst en dat is lopen in de polder. Ten noorden van Oudenbosch begint een kleigebied, met allemaal lange rechte straten en heel weinig boerderijen. Als ik daar loop dan krijg ik de ‘flow’. Het is me al een paar keer overkomen dat ik een afslag miste, gewoon omdat ik helemaal niet meer oplet. Dat is dus het verslavende. Je vergeet dat je loopt en je gedachten doen iets zelfstandigs (wat dat weet ik niet). Daarna voel je je geweldig. Ik word er niet eens echt moe van, het hijgen is ook voorbij en zweten doe ik – vooral nu het echt koud wordt – ook niet meer. Ik krijg alleen nog een roje kop, maar dat is een termeer-ding.

Tja, het is duidelijk een domme afwijking. Al heeft Lonneke verteld dat zij – wel heel leuk met een podcast gedownload op een i-pod met een stem die zegt wat ze moet doen – ook begonnen is. En zij lijkt me verder toch best verstandig. Misschien moet ik haar maar adviseren om te stoppen nu ze nog kan. Want ik ben erg oud, en langer dan een paar jaar zit er voor mij niet in, dan begint de rollator-periode. Dan houd zo’n verslaving vanzelf wel op. Maar als je nog jong bent: niet mee beginnen! Anders krijg je afkickklinieken en verdrietige ouders ….

maandag, oktober 22, 2007

Dommedomme

Puck zit bij Rich op schoot en boekje te lezen. Het gaat over verschillende vormen. Duidelijk iets nieuws voor Puck. Rich legt uit: "Kijk deze heeft vier hoeken en vier kanten en heet een vierkant en deze heeft drie hoeken en drie kanten en heet een driehoek." Dat Puck de uitleg nog niet altijd even goed kan toepassen is duidelijk als ze bij een cirkel belanden: Heel enthousiast roept ze: "En dit is een eenhoek!"

dinsdag, oktober 16, 2007

Dommedomme

A3n bladert door haar adresboekje op zoek naar een oude bekende. Ze kan haar niet vinden.
"Ik kan me niet voorstellen dat ik haar in mijn huidige boekje heb gezet."
Lonneke: "Zat je nu dan niet in je huidige boekje te kijken?"
A3n: "Nee, dit was mijn voorhuidige!"

zondag, oktober 14, 2007

Tip voor een bezoekje aan Boxtel

Wandelingetje in het bos!

















(Living) out-of-the-box in Box

Ruim twee maanden geleden verliet ik Zwolle om me gedurende de week in Boxtel en tijdens de weekenden in Maastricht te vestigen. Na tien jaar hadden Ton en ik het wel gezien. Het was mooi geweest, tijd voor iets nieuws. Met een koffer vol lievelings t‑shirts, een stapel schone onderbroeken en nog een aantal hoogstnoodzakelijke eigendommen, denk aan blokfluiten, een leesboek en een boekje vol sudoku’s, stapte ik in mijn opeltje, zwaaide nog een keer naar het huis op de Frankhuizerallee en reed een nieuw leven tegemoet. Aangezien ik al een tijdje sukkelde in mijn baan en niet zo goed wist wat ik nou eigenlijk wilde, had ik het liefst ook per direct mijn baan op gezegd. Als je dan toch met een schone lei begint, kan je het net zo goed helemaal doen. Gelukkig waren er wat verstandige mensen om mij heen die mij adviseerden niet mijn hele leven meteen op de schop te nemen. Volgens een collega van Marleen zijn in een mensenleven de drie wee’s het belangrijkst: Werk, Wonen en Wederhelft. Aangezien ik tweederde al had afgestoten, leek het me, na lang overleg en veel nadenken, inderdaad niet onverstandig dat laatste deel nog even aan te houden.
Werk was gelokaliseerd in Nijmegen, dus Wonen moest daarop aangepast worden. Maastricht-Nijmegen was op papier een goed te overbruggen afstand, maar bleek in de praktijk toch zeker twee-en-een-half uur in beslag te nemen. Dus er moest een andere oplossing gevonden worden. Die oplossing diende zich aan in de vorm van het Essche Heike. A3n stond onmiddellijk de kast in de logeerkamer af. Daar hadden tot dan toe al haar gebackupte opera’s onderdak gevonden, maar nu werden de planken vrijgemaakt voor mijn lievelings t‑shirts en blokfluiten. Het sudokuboekje was inmiddels geconfisqueerd door Marleen, wat resulteerde in extra ruimte voor de gekopieerde sudoku’s uit de krant die A3n iedere avond onder de deur doorschoof. Hiermee was één wee gedeeltelijk hersteld en kon de andere wee in stand gehouden worden. Die derde wee leek me na tien jaar ach en wee even iets minder essentieel.
Maar er bleef een probleem bestaan: ik greep regelmatig mis. De lievelings t‑shirts bleken niet geheel te voldoen aan de weersomstandigheden. De schoenen zaten goed, maar waren niet in alle situaties toereikend. De blokfluiten lagen werkloos op hun plank, aangezien de bijbehorende muziekboeken de planken in Zwolle nog vulden. Kortom, het werd tijd de spullen te verzamelen. Na twee dagen van verdeling in Zwolle, een proces dat er erg vrolijk en vriendschappelijk aan toe ging, regelde ik een kennis met een busje en werd er een hoeveelheid dozen naar Boxtel overgebracht. Tijdens de twee verhuizingen die ik met Ton had doorgemaakt, verweet ik hem teveel spullen te hebben, maar ik realiseer me nu dat ook ik een flinke bijdrage leverde aan de spierpijn na een dag verhuizen. Gelukkig was er bij Oma An op zolder plaats zat voor wat verhuisdozen. En terwijl ik met een stijve nek, immobiel aanwijzingen gaf, sjouwden Toon, Edouard, Beppie en Marleen met mijn leven. Het ging zo snel en het was zo veel, dat ik niet in staat was bij te houden wat welke doos aan inhoud bevatte. Daar kwam nog bij dat een aantal dozen in het voorraadhok op het Essche Heike bleven staan en zes overvolle boxes inmiddels de zolder in Maastricht behuisden. Stonden mijn spullen eerst nog geconcentreerd op een plaats ver weg waar ik er niet makkelijk bij kon, nu lag mijn leventje verspreid over drie verschillende locaties, eenvoudig bereikbaar voor als ik iets nodig heb. Gevolg daarvan is dat nu overal alle dozen open zijn en de inhoud van menig doos verspreid ligt over mijn verschillende leefomgevingen. Zo zijn de blokfluiten nog steeds in Boxtel, maar bevinden de muziekboeken zich in Maastricht. De elektrische piano staat op het Essche Heike, maar de bijbehorende koptelefoon die voorkomt dat medebewoners gek worden van het studeren op steeds datzelfde loopje, ligt ergens in een doos op de Deken Spieringstraat. Het geurtje, dat in mijn toilettas zat toen ik uit Zwolle vertrok, is bijna op, maar ik zal moeten gaan graven in nog ongeopende dozen om de verzameling andere ruikertjes te lokaliseren. Leven out-of-the-box is niet perse gemakkelijk maar wel avontuurlijk!
Het zal nog een hele klus worden om straks alles weer te verzamelen als ik verhuis naar de stad waar ik met mijn nieuwe baan begin. Langzaamaan ben ik daarom maar vast begonnen met het heropvullen en catalogiseren van dozen. Nu alleen nog een baan.

vrijdag, oktober 12, 2007

Maglietje.nl

Het is zover, ik heb een paar dagen per week mijn baan opgezegd en ben part-time kweker geworden. Ik ben dat al twintig jaar van plan. Vorig jaar merkte ik dat ik niet meer zo goed kon bukken, ik raakte ook snel vermoeid en toen bedacht ik ineens: als ik nou geen kwekerij begin dan KAN ik het straks niet meer. Ik ben met mijn baas gaan praten, en we regelden het zo dat ik nu ongeveer de helft van de week voor hem werk en de rest voor mezelf. Inmiddels ben ik hard gaan lopen, kan ik zeer goed bukken en is mijn conditie top, maar och, je moet toch een aanleiding hebben.

Ik pak het goed aan natuurlijk. Ik heb een adviseur. Dat is een mevrouw van een zeer kwijnend Tuincentrumpje om de hoek die nooit een klant heeft. Maar ze weet wel waar ik potten en etiketten moet kopen en naar welke beurzen ik moet. Ik ben dus al tweemaal naar een beurs geweest, net vaak genoeg om te constateren dat ik dat niet meer doe. Ik heb trouwens nog een adviseur, dat is Erik. Hij helpt me bij het vullen van de website: http://www.maglietje.nl/ (niet gaan kijken, hij doet het nog niet, Erik heeft het veels te druk).

De kwekerij heet dus maglietje.nl. Maglietje? Ja maglietje. Er is in 57 jaar niks veranderd, toen ik als kind de lucht in sprong om aan iemand uit te leggen dat ik niet Maglietje, maar Maglietje heet. Iedereen vraagt nog een keer of hij het wel goed gehoord heeft, en volgens Roelof is dat een goed teken, zo hoort iedereen het meteen twee keer. Bovendien bestaat maglietje in geen enkel land. Ik heb dat bij de aanschaf van een webadres gemerkt, ik kon alle varianten van maglietje nog aanschaffen.

Ik ben nu vooral bezig met het samenstellen van een voorraad. Just in time is geen begrip dat wij kwekers kennen, elke pot moet minstens een paar maanden gevuld staan om goed aangeslagen te zijn. Ik verkoop alles wat ik:
1. heb
2. leuk vind
3 kan stekken, scheuren of zaaien.
Aangezien ik bijna 600 soorten planten op het landgoed heb, zullen er straks wel ongeveer 200 planten aan deze criteria voldoen. In het algemeen zijn dat vaste planten, eenjarigen, tweejarigen en kleine struiken. Voorraad maken is het leukste wat er is. Ik kan uren bezig zijn met zaaien en stekken en plantjes in potjes doen. Na 40 jaar tuinieren vind ik het nog steeds een wonder dat er uit een zaadje een plant groeit en dat een stekje worteltjes krijgt.

Ik verkoop de planten dus om van de rommel af te zijn. Ik heb nog wel wat problemen daarbij, tot nu toe heb ik geen een klant. Ik ben van plan deze winter een marketing-actie-plan te schrijven en volgend voorjaar kunnen de bestellingen dan binnenstromen. Via de telefoon en de mail, want Roelof wil geen vreemd volk op de dam (een dam is een oprit, dat is denk ik west-brabants). Ik moet wel nog enkele briljante gedachtes krijgen over de combinatie van plantjes verkopen zonder dat mensen langs mogen komen om in mijn enorme voorraad rond te struinen. Maar ik ben creatief en inventief en intussen kan ik toch maar lekker plantjes maken. Want daarom is het allemaal te doen.

PS ik geef ze ook nog steeds weg!

vrijdag, september 28, 2007

Out-of-the-box

I heard of a psychological test that is frequently conducted in job interviews. The question is: “Can you connect all the points with only four lines?”



The applicant thinks this should be easy and starts:



Wrong! Pressure mounts. The applicant tries again:



Wrong again! The psychologist gniffles. The applicant starts sweating and starts again:



Arrgh!

The applicant gives up and the triumphant psychologists explains: “You see, the test is to measure whether or not you can think out-of-the-box. The answer is simple. You see, this is how you do it.” He draws on the the paper the four line connection, like this:



The psychologist is in control and starts lecturing how thinking out-of-the-box means that you look beyond the limits of what initially seems to be the border and how...bla...bla...bla.

This upsets me. The psychologist probably never came up with the answer himself. Somebody else (cleverly) once did, and everyone who read a couple of Interviewing Applicants for Dummies since then knows the answer.

In fact, I truly believe that the test merely shows that the applicant has come well-prepared to the interview and knows this question from reading lots of What Questions Can I Expect in a Job Interview books. So, arguably it is not a bad question for the purpose of ensuring that the applicant prepares well for formal events.

My answer to the psychologist: “Sir, I can do it with a single line!”

“Show me then”, he says. And I draw:



“Ha, funny. But, no, that is cheating,” he answers, “of course, the lines must be straight.”

To this I reply: “OK, then, I can do it with three lines.” He looks at me with a skeptical grin, but I have his attention. I draw and explain at the same time:



The psychologists stares at the paper for a while and finally he manages: “that is interesting, I have never seen such a solution. I guess you are using mathematical trickery on me”.

At this point it is worth mentioning that psychologists hired to conduct interviews generally suck at maths. If they were good with maths, they would be employed in more interesting psychological research, for example involving cognition, disorders or something else that requires serious statistical analysis.

Noticing how he is now all ears, I continue with the bulldozer technique: “Sir, I am just thinking out-of-the-box, you see. Actually, I am convinced I can still do it with a single line. One straight line!”

He looks uncertain now and says, “that seems rather impossible.” I draw:



As an encore, I give yet another single-line solution to the problem:



“Well, hmmm, I guess all those solutions could classify as quite out-of-the-box indeed,” he says. By now he is very much in doubt what to do with me, because I did not answer the question correctly according to the procedure. This is unsettling to the psychologist, because (you guessed it) he is not very much an out-of-the-box person himself.

Whilst he is contemplating his ordeal, I feel elated and continue for the knock-out. I come up with my final solution. “In fact, dear Sir, I don't want your job”. A brief sigh of relief from the psychologist, the procedure is safe. But then I continue: “I also have one more solution to the problem, where I do not need any lines to connect all the nine dots together. Here it is, and it reflects very much what I think of the whole interview.”

Can you imagine what I would do next? Are you out-of-the-box?

zaterdag, september 22, 2007

Hij Verhuist!

Ik heb mijn flat verhuurd en ben naar ons kantoortje verhuist (oops, nog één!). Dat was nogal een karwei voor de verhuizers (alles moest 5 verdiepingen omhoog, en het is hier warm). Wonen op kantoor was even wennen, maar nu dat ik een douchegordijn heb opgehangen is het een stuk leefbaarder.

Als je dus in Singapore langs komt dan moet je naar mijn nieuwe adres, te vinden op onze verouderde website (www.solution-space.com).

donderdag, september 20, 2007

Snettebol

De tijd voor het snotteren is weer aangebroken, dus roep ik naar Puck als er weer een neus gepoetst moet worden: "Kom eens even dan kan ik je snottebel even wegpoetsen."
5 minuten laten komt ze bij me terug: "Moet weer even poetsen mama, ik heb weer een snettebol."

Puck is ook bezig met zelf aantrekken van haar schoenen. Als we bezig zijn met klaarmaken om boodschappen te doen komt ze trots laten zien dat ze zelf haar schoenen heeft aangedaan! Jammer alleen dat de de rechter schoen aan de linker voet zat en de linker schoen aan de rechter voet!

Puck en Bas zitten samen aan tafel te eten. Bas heeft bloemkool gemaakt. Zegt Puck: "Mama kan lekker koken, maar jij ook lekker gekookt hoor papa!"

Job produceert nog geen domme dommes maar laat wel grappige dingen zien! Hij is druk bezig rollend de wereld te verkennen. Hij is op die manier al een keer onder de bank terecht gekomen. Er onderuit komen lukt te niet meer!

woensdag, september 19, 2007

AH en de codes voor groente en fruit

Ik sta aan de kassa met een nieuwe medewerkster. Welke appels zijn dit? vraagt ze. Elstar. Ze zoekt de code op en tikt het in de kassa. Dan is er een courgette. Eh, wat is dit? Ik zeg een courgette. Na even zoeken, is de code gevonden. De peren, tja, dat staat niet als peer op de lijst maar als 'Conference'. Uiteindelijk ook die code gevonden. Dan ligt er een bloemkool op de band. Ah, roept ze enthousiast, ja, dit weet ik, dit is witlof!

Dat doet de deur dicht!

Al een week op schok met Mexicaanse collega's. Vrijdagavond afsluiting met een dinertje in het Wilhelmina Dok in Amsterdam (Noord). De avond begint al fout omdat we het verkeerde pontje vanaf het Centraal Station nemen. Ach, weer met het pontje terug en hop, op het andere pontje. We zijn met z'n 4-en, een collega (Spaanse, maar al enkele jaren in Nederland), de twee Mexicanen en ik.

Mijn collega heeft hem het eerst gespot: Wouter Bos. Naast ons aan een tafeltje met vriendin. Na wat uitleg wie hij is, zijn de Mexicanen hoogst verbaasd dat hij gewoon in dat restaurant tussen anderen zit te eten. Waar is de beveiliging? Geen apart menu, speciale wensen? In Mexico zou zo'n man blijkbaar in z'n eentje het hele restaurant afhuren, en dan nog: hij zou waarschijnlijk niet eens iets van de kaart eten, maar gewoon aangeven wat hij wil en de keuken moet het maar regelen. Maar het kan nog erger in Nederland. Hij zat aan een tafeltje naast de terras-schuifdeur. Iedereen die wilde roken, ging via die deur naar buiten. En liet de deur vervolgens open staan. Wouter deed hem dan braaf dicht, meer nog - hij begon er handig in te worden, en deed hem achterloos met zijn elleboog dicht. Dat kon er bij onze Mexicaanse vrienden echt niet in: kon men niet iemand die deur laten dicht doen, dit was gewoon geen respect tonen voor zo'n man!!
Waarop mijn Spaanse collega in haar beste Nederlands tegen mij zei: dat doet de deur dicht!

zondag, september 16, 2007

Kruidvat junkie #

Laatst zat ik weer op mijn stokpaardje in het gezelschap van een aantal collega's. Gevraagd naar mijn muzieksmaak "als deskundige" gaf ik mijn standaard antwoord: op het gebied van de smaak is iedereen zijn eigen deskundige. Meestal voeg ik daar dan aan toe, dat het me wel verbaast dat sommigen in de loop der jaren wél een persoonlijke ontwikkeling laten zien voor wat betreft literatuur, beeldende kunst, film, dans en architectuur, maar in de muziek amechtig blijven hangen in hun puberjaren met de popmuziek, bijvoorbeeld met The Rolling Stones. Helemaal kassa: maar liefst drie collega's waren daarmee in één keer op hun tenen getrapt, verstokte stonesfans als zij bleken te zijn.
Ik moet terugkomen op mijn lelijke woorden over Shostakovitch als een over het paard getilde zeurneus (vioolconcert, aantal symfoniën). Deze in navolging van Bach geschreven 24 preludes en fuga's zijn zeer goed te beluisteren zonder iets over zijn moeizame levenswandel te weten. Geen communistische symboliek, geen rare Russische tekstjes. Alleen muziek. Prachtig.