In de week waarin de kranten melding maakten van de verschijning van een WRR-rapport over het onvermogen van de gemiddelde Nederlander om aan de hoge eisen van de zogenaamde 'participatiesamenleving' te kunnen voldoen, overtrad mijn echtgenoot een belangrijke wet.
De overheid verwacht van burgers steeds vaker dat ze zelfredzaam zijn op het gebied van gezondheid, persoonlijke financiën en de arbeidsmarkt. Naast 'denkvermogen' zou het 'doenvermogen' minstens zo belangrijk zijn: doelen stellen, in actie komen, volhouden en omgaan met verleidingen en tegenslag. Kort gezegd: de meesten van ons, burgers, willen geen fouten maken, maar 'we' slagen er niet altijd in om het ook te 'doen'. De bestraffing voor zo'n fout verloopt niettemin vaak direct: er wordt meteen een boetetraject in gang gezet, de bedragen kunnen behoorlijk oplopen.
Als ik zoiets lees moet ik meestal denken aan de honderden laagopgeleide immigranten uit onderontwikkelde landen die ik in mijn lesgroepen heb gehad en voor wie de volgende typering
altijd opging: ze hadden werkelijk
geen flauw benul in wat voor samenleving ze terecht waren gekomen. Ze zagen een perfect geordende maatschappij en meenden dat die vanzelf was ontstaan en geen onderhoud nodig heeft, en ze zagen welvaart en dachten dat die - zonder noemenswaardige inspanning van hun kant - óók hun in de schoot zou vallen.
Niettemin was het meest genoemde voorbeeld in de krant de OV-kaart voor studenten die afstuderen en vergeten hun kaart diezelfde datum nog stop te zetten. Het boetetraject begint de volgende dag al, en de bedragen kunnen al behoorlijk opgelopen zijn, voor de arme ziel achter zijn fout is gekomen.
Mijn echtgenoot was er ook zo een. Hij overtrad een wet en kreeg daarvoor onmiddellijk lik op stuk:
Geachte deurwaarders van Nederland: niet betalen bij de kassa voor een afgenomen product, dat is niet iets wat deze man gewend is te doen. Voor deze handeling bestaat immers maar één woord en dat is: diefstal.
Een verzachtende omstandigheid is dat hij, sedert zijn pensionering 5 jaar geleden, hoogst zelden nog alleen een tankstation aandoet, maar altijd in het gezelschap van een vrouw-met-portemonnee. Zijn doenvermogen is daarmee ernstig in de knel gekomen. Deze man is inmiddels gewend om meteen na het tanken weer in te stappen en weg te rijden, uiteraard nadat de vrouw-met-portemonnee-en-een-zak-drop is teruggekeerd. Was die vrouw er op 14 april bij geweest, dan was het bedrag van 66 euro 68 keurig voldaan.
Dus, deurwaarders: volgende keer gewoon eerst even bellen. "Was uw man helemaal alleen daar bij dat tankstation? Ach, de ziel. Maar wel nog gauw effe betalen hè? Doei!"
Ja, jullie zitten stiekem te lachen daar, is het niet? Maar hoe zit het eigenlijk met jullie eigen doenvermogen? Is dat nog wel op peil, als het er überhaupt al ooit is geweest? Met de billen bloot graag!
https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2017/04/24/weten-is-nog-geen-doen