
En wederom waren wij in Bayreuth, stadje in Beieren, want we kunnen het gewoon niet laten: wie Wagner zegt die moet ook Festspielhaus zeggen, het door de componist zelf ontworpen muziektheater voor zijn eigen werken, uren durende stukken met oude Noord-Europese
mythen als uitgangspunt, op die unieke, meeslepende ondergangsmuziek, waarheen wij steeds weer terugkeren, hoe genoeg we er ook van krijgen.

Vergezelde A3n ons vijf jaar geleden nog naar
Lohengrin,
dit jaar gingen we met zijn tweeën voor
Der Ring des Nibelungen,
ein Bühnenfestspiel für drie Tage und einem Vorabend,
een zit van 12 uur in totaal, verspreid over 4 avonden, onderbroken door pauzes
waarin het publiek (volgens Wagner) geacht wordt te wandelen en te picknicken op de groene
heuvel, met zijn bomen en grasvelden. Dat niet iedereen zich aan die
opdracht houdt, bewijst de enorme hal die naast het Festspielhaus
is opgetrokken, waar menigeen de pauzes doorbrengt met het tot zich
nemen van de gangen van een luxe diner. Want ja, het voorschrift van Wagner dat zijn Spartaans ingerichte theater - harde houten stoelen, de rijen dicht op elkaar - gratis toegankelijk diende te zijn, wordt ook niet nagekomen. Dit grapje van ons - zoals Emma het noemt - twee kaartjes op de tweede rang, kostte € 2400,- en daar moeten verblijfskosten nog bij opgeteld worden, in ons geval een kamer in een Gasthaus in de heuvels.
Niettemin werd er ook volop gepicknickt en menigeen vertrok in de pauzes naar de auto op het parkeerterrein, waar vanuit diverse achterbakken hele feestmalen tevoorschijn kwamen en natuurlijk gekoelde witte wijnen en waar we mensen vurig hoorden discussiëren over de huidige enscenering, die inderdaad lelijk was en waarvoor na de première dan ook luidkeels ge-boed is, maar nu niet meer, want dit was de allerlaatste Ring van deze enscenering en het publiek wil toch ook graag klappen voor de musici en de zangers (allemaal geweldig). Over 2 jaar zal er een nieuwe
Ring zijn - de 17e enscenering sinds de start van de Bayreuther Festspiele in 1876.
Een paar observaties:
- Bij ons eerste kijkje bij het Festspielhaus, een dag voor de start, de heuvel uitgestorven op een paar toevallige kijkers na, zagen we een Frans echtpaar dat tijdens de 4 dagen durende voorstelling voor ons bleek te zitten.
- Na afloop van een concert klappen Duitsers niet alleen, er wordt ook gestampt met de hakken, een oorverdovend geluid. "Daar kan ik zo 3 foute grappen over maken," zei Michael al. Gaan staan, irritante gewoonte van Nederlanders, daar doen de Duitsers niet aan. Dichtbij ons ging een grote dikke man steeds staan, die werd door diverse achterzitters gemaand om te gaan zitten en toen hij dat niet deed, werd er gewoon aan hem getrokken.
- Een van de voornaamste karakters in het stuk is Brünhilde, dochter van Wotan die tegen haar vaders wil ingaat en die daarvoor gestraft wordt: ze wordt ten prooi gelegd voor een gewone man..... Haar allerlaatste daad is springen op de brandstapel die voor haar dode geliefde Siegfried is opgetrokken. Onze Brünhilde scheurde echter haar pees in de pauze na het eerste bedrijf, de laatste twee bedrijven zong ze - leunend op krukken - vanuit de coulissen. Haar rol op toneel werd gespeeld door de regisseur - een man dus - die zich in haar gouden jurk gehesen had.
- Een brandstapel had deze enscenering overigens niet. We moesten het doen met een brandje in een vuilnisbak in een vieze achterbuurt.
Het zou de laatste keer worden dat we naar Bayreuth gingen, maar mijn echtgenoot aarzelt al weer. Hij zou eigenlijk wel naar de
Parsifal willen of naar de
Meistersinger. Hebben zij dan nog steeds niet genoeg van die Wagner, hoor ik jullie denken. Tja, dat denken wij zelf ook wel eens, zeker na de platvloerse enscenering die we dit jaar te zien kregen.
Maar eenmaal in de ban geraakt, dan is afkeren onmogelijk. In de woorden van Gerrit Komrij: "Voor de zoveelste keer open ik de deur en vaarwel Richard, zeg ik, ik zeg vaarwel Richard, maar hoe vaak hij ook afscheid neemt en hoe vaak hij ook vertrekt, hij blijft. (Uit:
Richard Wagner en ik, 2006)