De Rijswijkse kinderen leren rare dingen op school:
Maren: “Ik wil later juffrouw worden.”
Emma: “Dat is een heel mooi vak!”
Maren: “Mama, dat scheldwoord mag je niet zeggen!”
Maren: “Ik wil later juffrouw worden.”
Emma: “Dat is een heel mooi vak!”
Maren: “Mama, dat scheldwoord mag je niet zeggen!”
Matthias heeft op school een nieuwe springdans geleerd. Hij doet het voor en zingt erbij: “Jij bent een loser, jij bent een loser.” “Mm,” zegt Emma. “Niet echt leuk een leuk liedje hoor.” Hij stopt met springen en vraagt: “Mama, wat betekent eigenlijk loser?”
Milo: “Bim bam Jacob, bim bam Jacob, slaapt gij nog...”
Milo zingt een onbekend lied. Loesje: “Waar is dat liedje van?” Hij: “Van
de wedstrijd! Snáp je dat dan niet,
ouwe koekenpan?”
Papa vraagt aan Milo voor vertrek of hij nog een plasje moet doen. Hij: “Nee, ik ga zo in de crèche staand plassen!"
Sofía: “Mama, ik wou dat ik een molecuul op jouw ketting was, dan was ik altijd bij je.”
Papa geeft Sofía een kus. Zij: “Hé! Mijn huid houdt niet van kusjes, alleen van spullen!”
Sofía en Loes hebben een spelletje gedaan met namen omdraaien: Aifos en Olimac! En opa Toon is Noot! Haha! De volgende dag komt opa oppassen en ze vertelt hem over Aifos en Olimac.
Loesje: “En opa’s naam kun je ook omdraaien, weet je nog?” Sofia moet eerst even nadenken. Dan roept ze trots: “Oh ja! Opa was gewoon Eikel!”





