Milo in spel: “We waren drie stadten verder...” Hij aarzelt even, corrigeert dan: “drie stads verder...”
Sofía is een
paar dagen ziek en meet steeds haar temperatuur: “Oh jee, ik heb 38.8!” Maar ze
voelt zich goed. “Oh nee, het zal de cup-a-soup wel zijn...”
Sofía over haar oude vriendinnen van de basisschool: “We zijn allemaal zo veranderd door de invloed van de nieuwe vrienden...”
Sofía: “Als
Anne Frank nog zou leven, zou ze haar eigen boek kunnen produceren.”
Milo over
zijn buurjongen/vriend: “Dean heeft een neefje gekregen. Hij leeft al vijf
dagen!”
Nu onze oudste
kleinkinderen in de brugklas zitten, zie ik hoe enorm de overstap naar die fase
is. Huiswerk maken is wat de klok slaat. Ik krijg appjes om me voor te bereiden
op overhoringen op onze oppasmiddag. Dat is op de basisschool wel anders. Milo en Maren krijgen
regelmatig opdrachtjes mee, die verder de hele week op een hoekje van de tafel
liggen te slingeren, tot de ouders hen tot oefenen dwingen.
Maren wordt
overhoord: “Wat gebeurde er ook al weer in 1940?”
Maren: “Toen was de watersnoodramp.”
Rapportgesprek
met de juf: “Maren, je hebt één verbeterdoel genoteerd voor de rest van het
jaar. Vertel maar aan je ouders. Wat is jouw doel?” Tromgeroffel en twee
hoopvol gestemde ouders. Maren: “Ja. Ik wil dus beter worden in gym!”
Maren bereidt haar krantenbespreking voor. Ze moet naar aanleiding van een artikel naar keuze, een stelling bedenken, inclusief argumenten voor en tegen. Moeder en dochter discussiëren samen. Maren: “Maar mama, jij bent advocaat! Jij hebt voor álles argumenten!” Voor degenen die denken dat Emma hier een compliment te pakken had, nu het vervolg van die zin: “En ga nu maar weg, poepmoeder!”
Milo en
Sofía zijn aan het puzzelen. Milo: “Ik zoek een zwarte vader.”
Sofía: “I’m going to zoek it for you.”
Milo: “Thank you, my good friend.”
Milo: “Josefien
in mijn klas is heel rijk. Ze hebben een tweede huis, in Bayern München of
zoiets.” (Burgh Haamstede)
Sofía is op zaterdag
naar de kapper geweest, en erg blij met haar iets kortere haar. Ze zit de rest
van de dag voor de spiegel en zegt: “Ik hoop niet dat het er maandag allemaal
weer aan zit...”
Milo, in een
spel: “We waren drie stadten verder” - is even stil - “drie stads verder.”
Milo als mini van de week op de hockeyclub bij het eerste herenteam.









