
Buigend bloeit een zonnebloem
Voor jou een laatste keer
Terwijl je zucht: 't is mooi genoeg
Het hoeft van jou niet meer
De gouden kroon verlaat de bloei
En gele druppels dwarlen neer
Waar op de grond je achterkleinkind
Vrolijk danst in wind en weer
Boxtel, 28 augustus 2010
Wij gedenken vanochtend het leven en sterven van Johanna Maria van Meurs,
eerste dochter van Adrianus van Meurs en Martina van de Besselaar,
oudste zus van 5 broers en 7 zusjes,
echtgenote van Edouard Bevers,
moeder van 6 kinderen,
grootmoeder van 12 kleinkinderen,
overgrootmoeder van 5 achterkleinkinderen.
Wie een lang leven mag leiden, die krijgt de kans om véél sporen achter te laten.
Johanna, An van Meurs werd geboren op 13 september 1917 en op de hoge leeftijd van 92, bijna 93 jaar, is zij op maandag 23 augustus 2010 overleden, slechts enkele dagen na haar broer en onze oom Harry van Meurs, bij wiens begrafenis velen van u eergisteren ook aanwezig zijn geweest.
Het heeft weinig gescheeld of we hadden broer en zus tegelijkertijd kunnen begraven. Het lot heeft zich echter netjes aan de volgorde gehouden en de eerstgeborene voorrang gegeven, maar niet onvermeld mag blijven, dat zusje An juist aan deze broer haar man dankte, Ed Bevers, trouwe echtgenoot voor meer dan vijftig jaar, die ze als beste vriend van Harrie al jaren kende.
An en Harrie kwamen uit een oer-Brabants gezin van 13 kinderen van wie de moeder na een langdurig ziekbed voortijdig zou sterven. Op de dag van haar 13e verjaardag in september 1930 werd An door haar vader hoogst persoonlijk uit de zevende klas van de Angelaschool opgehaald omdat hij haar als oudste dochter nodig had om voor zijn grote gezin met nog heel jonge kinderen te gaan zorgen.
Deze zware taak in die moeilijke jaren dertig en tijdens de oorlog, heeft haar leven getekend, en haar ongetwijfeld tot de meest ernstige van alle Meurs-zusjes gemaakt, maar voor zover wij weten is zij er nooit onder gebukt gegaan.
Haar verdriet om de geliefde school te moeten verlaten, werd immers verzacht door het feit dat ze er in dat grote gezin nooit alleen voor stond, maar altijd kon rekenen op de raad en steun van haar wijze en gelukkig lang levende vader, en op de hulp en kameraadschap van haar oudere broers.
Maar het waren vooral de grote humor en eeuwige pret in het gezelschap van haar zeven zussen en hun sterke onderlinge band die An van begin tot einde begeleid en gesteund hebben en die haar tenslotte, hoeveel ze in haar lange leven ook te verduren heeft gekregen, tot een gewoon, bescheiden en gelukkig mens hebben gemaakt.
Op haar 90ste verjaardag heb ik haar nog toegesproken en het volgende over de Meursen gezegd: ‘Als er één familie heeft bestaan, waarover nog niet één kwaad woord te zeggen valt, dan is dat de familie Van Meurs. Zelfs erover roddelen is volgens mij nog nooit iemand gelukt. Het zijn stuk voor stuk heiligen. En moeder komt uit deze familie. Dat is nog eens ‘van geluk gesproken’, niet alleen voor haar, maar via haar ook voor ons.
Want het familieleven en alles wat daarbij hoorde, de huwelijksfeesten van haar zussen die dagen leken te duren, de ontelbare verjaardagspartijen van al die ooms en tantes, de gewone zondagse bezoeken-aan-opa, allemaal in die kleine gastvrije woning in de Ridder van Cuykstraat, later het huis van tante Bab, waar iedereen altijd welkom was, de eindeloze stoet neefjes en nichtjes en buurtkinderen, samen stoeiend in die grote tuin en in de boomgaard, tussen de verboden vruchten en de vruchten die geplukt mochten worden, allemaal onvergetelijke beelden uit onze zorgeloze jeugd.
Zoals ze geleefd had voor háár familie, had gemoederd over haar broers en zusjes, zo leefde ze ook voor haar man en kinderen. Kort na de bevrijding van Brabant in februari 1945 trouwde ze in een zelfgenaaide parachute-jurk met Ed Bevers en startte met hem een gezin dat in die tijd, eind jaren veertig, en de jaren vijftig en zestig, model kon staan voor het leven in het toenmalige Brabant, in de hoogtijdagen van het toen nog zo Rijke Roomsche Leven.
Wie aan de foto’s uit die tijd denkt, die ziet ons gezin voor zich: oerdegelijk, alles en iedereen in het teken van reinheid en regelmaat, 6 kinderen op een rij, allemaal even keurig geknipt, gewassen, gestreken en gekamd, de jongens een messcherpe scheiding, de meisjes een strik in het haar, alle schoenen gepoetst en dan pas schoolwaarts of naar de kerk of allebei.
An leefde een groot deel van haar leven in een wereld waarin de eigen woonplaats, sterker, de eigen parochie alles bepalend was en kerkelijke feesten met kleurrijke optochten en bruidjes, koorzang, kazuifels en misdienaars de normaalste zaak van de wereld waren.
Een spin in het web was ze in die tijd, moeder van zes kinderen, die allemaal aandacht nodig hadden, en vooral eten, en goed eten natuurlijk, en dus stond ze daar, de schort voor achter het fornuis en kookte de sterren van de hemel. Zondags altijd soep, de oma An-soep is legendarisch, en daarna het beste vlees van slager Clerkx.
En toen haar kinderen opgroeiden, en vrienden en vriendinnen meebrachten, waren ook die allemaal welkom, iedereen mocht mee-eten, en vooral ook meekletsen, op vrijdagavonden na de repetitie van de Cantorij en op zondagochtenden met pater Frans Koets erbij, waar belevenissen werden uitgewisseld, en soms hevig gediscussieerd werd, want de jaren zeventig waren begonnen en de tijden drastisch aan het veranderen. Het waren momenten waar moeder intens van genoot, omdat haar kinderen er waren, omdat ze allemaal goed gegeten hadden en zij er alleen maar bij hoefde te zitten en veel chocolaatjes aanvoeren en sokken breien.
Wie een lang leven mag leiden, die krijgt de kans om veel mee te maken, naast geluk ook verdriet.
Veel te jong nog moest ze haar eigen moeder afstaan, en een geliefde broer overleed voor haar ogen. Ze leefde mee met de pijn van haar kinderen na het overlijden van kleindochter Maartje, nog maar een paar dagen oud. Huizenhoog was haar verdriet tijdens de jarenlange ziekte en het veel te jonge overlijden van haar eigen dochter Tineke in december 1978, en hoe groot was niet de schok door het plotselinge overlijden van Theo, Tiens echtgenoot, zo afschuwelijk snel daarna.
Ook toen haar man, ons vader, die al die jaren van hun lange huwelijk standvastig aan haar zijde had gestaan, in de jaren negentig geestelijk achteruit begon te gaan en na een paar moeilijke jaren in 1996 overleed, werd haar kracht ernstig op de proef gesteld.
Zelfs heeft ze moeten meemaken dat haar oudste zoon Mart, die de rol van steun en toeverlaat van ons vader had overgenomen, en daarna haar schoondochter Karin kort na elkaar allebei aan een ernstige ziekte overleden.
Al deze ervaringen hebben haar eindeloos veel tranen gekost, maar ook sterk gemaakt. Want dat ze niet zwak was, niet van lichaam, maar ook niet van geest, dat heeft ze tenslotte met haar bijna 93 jaren wel bewezen. We raakten daar pas goed van doordrongen toen ze na het overlijden van ons vader, op haar tachtigste, moest leren omgaan met de financiën, met instanties, postzaken, met boodschappen doen of zelf telefoneren, want ook dat was ze niet gewend zelf te doen.
Ze hield alle verjaardagen en lief en leed van kinderen en kleinkinderen bij en kwam graag bij iedereen op bezoek. Ze stond erop om als er iets te vieren was, daar ook een feest van te maken, in de Deken Spieringsstraat of, nog beter, elders.
Naarmate ze ouder werd en meer en meer familieleden om zich heen verloor, heeft ze moeten leren om steeds vaker alleen te moeten zijn en dat is haar tot aan haar verhuizing toe naar Emmaus niet meegevallen. Hoe vaak moesten we niet van haar horen, als we vroegen: ‘En moeder? Is er deze week nog iemand geweest?’
Dan zei ze steevast: ‘Nee, er komt hier nooit iemand.’
‘Maar,’ wierpen wij dan tegen, ‘en Corrie dan op maandag?’
‘Ja, die wel!’
‘En zijn tante Bab en tante Annie soms dinsdag niet geweest?’
‘Nou.., eens kijken, ja natuurlijk zijn die geweest.’
‘En moest je woensdag niet naar de kapper?’
‘Nee, toen kwam Kees langs.’
‘En donderdag?’
‘Niemand.’
‘Maar mevrouw Smulders toch wel?’
‘Ja, maar die komt op donderdag altijd!’
Blijkbaar telden voor haar niet zozeer de feiten, maar de beleving ervan, ze had nu eenmaal zo graag mensen om zich heen. Hoe kan het ook anders, als je uit een gezin van 13 komt.
De laatste drie jaren waren niet de gemakkelijkste. Ze moest accepteren dat ze steeds minder kon en wennen aan zoveel nieuwe dingen.
Haar gezichtsvermogen nam sterk af, ze moest wennen aan een wandelstok, aan een rollator, aan een rolstoel. Na al die jaren zelf gekookt te hebben, moest ze wennen aan thuisbezorgd eten, aan de magnetron, aan instellingsmaaltijden.
Ze moest wennen aan thuiszorg, ze moest afscheid nemen van huis en tuin in de Deken Spieringsstraat. Na zo lang zo honkvast te zijn geweest, heeft moeder in haar laatste jaren nog vele verhuizingen moeten ondergaan, van verzorgingshuis Simeonshof naar verpleeghuis Liduina, naar huize Molenweide en tenslotte naar Emmaus/Lindenlust, waar we met bewondering en grote waardering van nabij hebben ervaren hoe goed en hartelijk moeder daar werd verzorgd. We zijn verplegers en verzorgers van huisje 5, veel dank verschuldigd.
Het wordt tijd om veel meer mensen te bedanken.
We danken Corrie en Jan voor de maandagse bezoeken, tante Annie en tante Bab voor de dinsdag, mevrouw Smulders voor de donderdag, Gerrie die haar was deed en de boodschappen, en al die andere familieleden, vrienden en bekenden die zo maar eens bij haar langs kwamen, die haar iets lekkers te eten brachten of die haar meenamen voor een uitstapje.
Bijzonder dankbaar zijn we Cees en Tonny, haar overburen, die jarenlang een oogje in het zeil hielden en die tenslotte dagelijks even bij moeder binnenliepen voor de krant, de koffie en een praatje.
Maar mijn laatste woord van dank gaat naar moeder.
Lieve moeder, we danken je voor alles wat je ons hebt meegegeven. Nog één keer kan ik hardop afscheid van je nemen, en ik doe dat namens allen: je kinderen, mijzelf, Ad, Edouard en Marian, je schoondochters Marianne, Marleen en Beppie en je zeer gewaardeerde schoonzoon Jan.
Ik groet je namens je kleinkinderen Jaap en Marjolijn, Loes en Emma, Linda en Irene, Lonneke, Jeroen en Matthijs, Bart en Hanneke en hun partners Ahmed, Esteban, Miguel, Peter, Esmeralda, Wendy en Mirte.
Namens je achterkleinkinderen, Jed en Iman, Lisa en Marijntje, en natuurlijk de kleine Pien, je achterkleindochter van pas een paar maanden oud, die je in je allerlaatste uren nog in de ogen hebt gezien. Zo wordt de fakkel van het leven doorgegeven, en zul je nog heel lang bij ons blijven, in onze herinnering.
Dag Anneke. Dag An. Dag moeder.
Toon