Milo (2 jaar en 4 maanden) is enorm aan het praten geslagen:
Moeder en zoon spelen samen met de autootjes, een ‘mama-’ en een ‘kindje-auto’. Wat
mag het kindje niet doen? Milo: “Niet schoppen, niet slaan!” Loesje: “Niet aan
de haren trekken!” Milo: “Maar ik héb
geen haren!”
Milo blijft bij een wandeling achter met zijn fietsje. Hij roept: “Wacht op ons!”
Hij spuugt op de tafel. “Bah, niet doen!” zegt Loesje. Maar Milo pakt zijn autootje en rijdt ermee door de spuug. “De auto door de plas rijden!”
Milo laat alle korstjes van zijn boterham liggen. Voor zijn tweede
boterham worden ze er dan maar afgesneden. Hij eet zijn bord helemaal leeg,
bekijkt het resultaat en roept: “Ik heb ook de korstjes gegeten!”
Op een dinsdag in de voorjaarsvakantie spelen 3 oudste kinderen samen een ‘voorstelling’.
Sofía is de juf, ze leidt de boel streng: “En als jullie straks gaan dansen,
roep dan niet de hele tijd: kijk naar
mij, kijk naar mij!” “Wacht!” roept Matthias en hij rent naar de tafel waar zijn dagboekje ligt.
“Wacht even, dat schrijf ik even op!”
"Kijk, ik heb er een X achter geschreven, dat betekent dat het niet mag."
De kinderen spelen met Duplo. Sofía: “Matthias, jij kan zó goed bouwen, jij
moet maar bouwer worden!” Hij, bescheiden glimlachend: “Ja, ik kan goed bouwen, maar ik word politieagent!”

