Ter herinnering aan Adrianus Termeer
* Olland, 26 januari 1918 - † Boxtel, 8 maart 2013
echtgenoot van Elizabeth van Pelt † 1993
Twee zusjes en één broer had hij, deze jongste zoon uit een boerenfamilie in Olland bij Sint Oedenrode. De bestemming van deze kinderen lag vast: de boerderij was voor de oudste en Janus, een zwijgzame jongen die goed kon leren, moest priester worden. Hoe hadden ze kunnen weten dat deze wereld voorgoed zou verdwijnen?
In september 1939 ging Adriaan naar Leicester in Engeland voor zijn noviciaat. Maar het beviel hem daar niet en twijfels over zijn priesterschap overvielen hem. Terugkeren naar Nederland bleek onmogelijk. Duitsland was Polen binnengevallen en England was in oorlog.
In mei 1940 trok hij naar Londen, waar hij zich meldde bij de Nederlandse ambassade en een baantje vond als afwasser om zich in zijn levensonderhoud te voorzien. In augustus 1940 volgde een oproep om toe te treden tot de Prinses Irene Brigade, waar hij een opleiding kreeg tot wapeninstructeur.
In Londen leerde hij zijn vrouw kennen, Elizabeth van Pelt, dochter van Nederlandse ouders die naar Engeland geëmigreerd waren. Een meisje vol grapjes, dat van dansen hield en van muziek. Ze werden verliefd, trouwden en kregen hun eerste kind nog vóór de invasie kwam. Die bracht hem terug naar het gehavende continent, waar zijn vrouw en dochter hem één jaar later volgden.
Na zijn ontslag uit het leger, in 1948, duurde het enkele jaren voor hij zijn draai vond. Uiteindelijk werd hij chef-inkoper bij de metaalwaren-fabriek van Van Geel, en werkte daar tot zijn tevredenheid tot aan zijn pensionering.
De jaren vijftig en zestig waren die van het vaderschap. Maar hij was geen vader die de hele dag met zijn zes kinderen in de weer was. Deze vader trok zich liever terug in zijn werkhok en zorgde ervoor dat de spullen in orde waren. Hij repareerde de fietsen. Timmerde kasten. Maakte een keukenblok. Zette Friese staartklokken in elkaar. Liever doen, dan praten.
Zijn grootste en meest dierbare project was de tuin van het huis op het Essche Heike. Daar deed hij alles zelf, de borders, de moestuin, de vijver en de kleine boomgaard. Hier was hij de boer die hij van zijn ouders niet mocht worden. Hier lag zijn hart.
Toen zijn kinderen het huis verlieten, bleef hij hen bijstaan, op zíjn manier. Bouwde een schuur bij de een, een schutting bij de ander. Ook na zijn pensioen ging hij daarmee door, hij was een fitte man. Samen met mama ging hij tennissen en ze ondernamen reizen, naar Engeland en naar Schotland, waar vrienden woonden.
Toen mama in 1993 stierf, was hij van slag. Hij moest zich hervinden, ging op vakantie in Australië, nam daarna langzaam de draad weer op. Helemaal dezelfde werd hij echter niet meer.
De laatste jaren zijn voor elk mens de moeilijkste. Toch heeft hij in het verzorgingshuis nog fijne jaren gekend. Hij leefde op en vond het leuk om bezoek te ontvangen.
Nu is hij waar hij het liefste wilde zijn. Terug bij mama.
Papa, opa, bedankt voor alles.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten