Jeppe loopt een beetje door de tuin te slenteren. Tergend traag loopt hij langs de border. Hier trekt hij een blaadje van een plant, daar verlegt hij een hoopje zand. Hij pakt nauwgezet een afgevallen blaadje op en legt het secuur in een hoekje. Al die tijd sta ik bij de auto te wachten om hem in te laden voor vertrek.
"Kom op Jeppe, schiet eens op! Wat loop je toch te slenteren?!"
"Ik doe niet senleten! Ik ben Ama!"
Jeppe heeft een nachtmerrie over de bolle wolf. Het beest wordt door mij weggejaagd en Jeppe gaat weer lekker slapen.
De volgende ochtend houdt het hem nog steeds bezig. Hij vertelt over zijn droom en maakt zich duidelijk nog wat zorgen. Dus ik loop mee naar zijn kamer om de bolle wolf nog een keertje weg te jagen.
"Zo," concludeert Jeppe, "die komt niet meer terug, hè? Die zit nou in de vangengenis!"
3 opmerkingen:
Hé Lonneke, neem Jeppe een keer mee naar de sportschool en laat hem eens zien hoe Ama daar over de lopende band rent. Dan weet hij dat het niet aan Ama ligt, maar aan al die rommel (afgevallen blaadjes, hoopjes zand) in jullie tuin.
Een domme domme van Matthias:
Ik:"Jij bent een grote jongen, hè Matthias!"
Hij: "Nee."
Ik: "Wat ben jij dan?"
Hij:"Een ouwe boef!"
Ik: "Wie zegt dat?"
Hij: Papa."
Ik: "En wat is papa dan?"
Hij: "Ook een ouwe boef!"
een ouwe ouwe boef dan.
Een reactie posten