vrijdag, juni 07, 2019

Achterstallige vakantiedommes


Op weg naar Mallorca slaapt Milo in het vliegtuig. Zodra ze arriveren, ze taxiën nog over de landingsbaan, wordt hij wakker. Hij roept meteen: “Zijn we in Mallorca?” Dan pas kijkt hij door het raampje. “Maar waar kunnen we dan spelen?”

In het busje, op weg naar het hotel, wijzend naar de chauffeur: “Gaat deze meneer met ons op vakantie?”

Sofía merkt iets vreemds op langs de weg, er staan uitsluitend alleenstaande huisjes. “Bestaan er in Mallorca geen buren?”

Milo, op het strand: “Papa, ik ga je insmeren. Je buik en je achterbuik!”
Sofía: “We zijn hem al aan het insmeren. Alleen zijn kop moet nog!”

Milo komt uit het zwembad: “Hé, ik ben helemaal nat!”

Hij wordt in een handdoek gewikkeld, maar niet goed genoeg naar zijn zin. Klagerig wijst hij naar een beentje: “Mama, ik heb het koud. Deze poot zit er nog niet in.”

Broer en zus spelen met autootjes: Milo: “Hé, ze snijdt de bocht af! Ze mag niet snijdaffen!”

Het gesprek gaat over Pinokkio. Loes zegt: “Je mag niet jokken, hè?”
Milo: “Maar ik jok niet de hele dag!”

Vader en zoon zijn in gesprek over iets. Esteban: “Hoe weet jij dat Milo?” Milo: “Dat zit in mijn hersenen!”

Eenmaal thuis in Yp is Milo op maandagnacht misselijk, zo kan hij niet naar de crèche. Opa Toon komt om op hem te passen. De zieke knapt snel op en samen gaan ze een eindje fietsen. Milo juichend voorop in het stoeltje: "Morgen ben ik wéér ziek!"