Kijk, je zet al opstappend je voet op de trapper en je been vliegt zoals gebruikelijk jongensachtig over je zadel heen. Maar... vandaag is het je tijd voor jouw ongeluk: je opstapvoet schiet van de trappert. Twee benen tegelijkertijd in de lucht, dat is wat veel gevraagd van een geëvolueerd primaat, dus knal je met boodschappentas en al tegen het wegdek. De fiets schiet hard tegen de zorgvuldig geparkeerde auto aan, stuitert terug en je slaagt er maar ternauwernood in om het onbeteugeld stuk techniek te ontwijken. So far so good, geen schrammetje! Alleen... de mannelijke eer hè... total loss... Ik lig doorgaans niet op de straat voor mijn huis.
Wat leren we hiervan? Dat een trapper een bron van gevaar is. Dat je blijkbaar nog verrassend alert je val kan opvangen. Dat je dit soort capriolen het best kunt uithalen naast een oude Toyota waarvan de eigenaar - hé, dat ben ik - niet zo nauw kijkt. Maar bovenal: doe dit vooral om 8.00 uur 's ochtends, zodat niemand het ziet! Ik was nog maar nét opgekrabbeld om wat ijzer te fatsoeneren, of één van de buurvrouwen kwam volkomen onwetend naar buiten. "Morgen buuv!"en dan soeverein opstappen en wegfietsen hè. Niks aan het handje, Fortuna weer een loer gedraaid.
4 opmerkingen:
Hahaha! Oh sorry: ocherm!
Ik heb zelf ooit, bij het wassen der voeten in de badkuip, maar gezeten op de badrand, aldus mijn evenwicht verloren. Ook die val heb ik als eerverlies ervaren, hoewel er geen getuigen bij waren. Maar de blauwe plek hè, groot en wekenlang duidelijk zichtbaar op mijn zomerse dijbeen én onderarm, die moest wel steeds weer uitgelegd worden.
lol! I mean, poorthing...
Ik heb een dames fiets, dus ik ontwijk de opstap perikelen (zeker aanwezig met twee hoge kinderstoeltjes en soms +35kg). Maar, ook ik weet precies hoe je je voelde: Ik gleed eens (godzijdank alleen) tijdens een stort-moesson in de korte bocht op mijn zij. Gelukkig regende het zo hard dat er niemand buiten was om te getuigen. Met een bloedende schram aan de kuit en een verstuikte pols fietste ik naar huis, fluitend... Want, ik kon twee weken niet rennen, maar die eer, eh...
Ouch! En hihihi...
Ik startte in april enthousiast met het wegrennen van de Coronakilootjes. Volgens een strak schema liep ik binnen vier weken zo'n 45 minuten aan een stuk hard, bij ons achter door het bos. Tot die mier mij pootje lapte en ik, na tien sierlijke, grote passen toch voorover de braamstruiken induikelde. Met een van hand tot elleboog gehavende arm, een blauwe schouder en twee geschaafde knieen klopte ik het stof van mijn renbroek en zette er de pas weer in. Nét voordat een collega-jogger de bocht om kwam. Ik heb mijn rondje dapper afgemaakt en daarmee mijn eer gered. Maar als ik die mier ooit nog eens tegenkom...
Niets ocherm of poor thing of ouch. Gewoon hahahahahaha, kneus!
Een reactie posten