Pien leert op school met mooie hoofdletters aan elkaar schrijven. Ze wil oefenen, dus schrijft ze eerst
Lonneke. Dan wil ze
Edouard schrijven, maar da's natuurlijk best een lastige. "E... D... O... hoe schrijf je Edouard eigenlijk?" vraagt ze.
Flinn: "A... P... A...!"
We zitten te lunchen, zegt Flinn ineens uit het niets: "Ik geloof écht in God!" Waarop Jeppe antwoordt: "Ik ook. Maar wat ís God eigenlijk? Een mens of een geest of iets wat ik nog niet ken misschien?"
Flinn staat op en neer te springen: "Ik moet flink trainen om een groot mens te worden. Want dan kan ik bier drinken."
Hoewel hij zelf beweert bakker te zullen worden, is Flinn hard op weg een groot Socraat te worden: "Ik hou van meisjes. Mama is een meisje, dus ik hou van mama." Na de correctheid van dit argument naar volle tevredenheid te hebben bewezen, hij houdt namelijk van mama, breidt hij het argument uit naar zijn zusjes: "Ik hou van meisjes. Mama en Pien en Neeltje zijn meisjes, dus ik hou van mama en Pien en Neeltje."
Flinn kan nog veel meer:
Op een zondag spelen Jeppe en Neeltje op bed. Het is heel gezellig, tot Neeltje begint te huilen en daar niet meer mee op houdt. Bij het aankleden blijkt ze haar linkerarm niet te willen gebruiken. Dus die middag zitten wij met ons kleinste meisje bij de huisartsenpost. Gelukkig is er niks gebroken, hooguit wat verrekt en hoewel ze de rest van de dag voorzichtig blijft doen, hoeft er niks te gebeuren. De volgende dag doet ze weer gewoon hiep-hiep-hoera!
Geleerd van haar ongelukje, doet ze extra voorzichtig. Schaatsen zit er hier in het zuiden niet in, maar Neeltje heeft geleerd van opa Toon - een soortgelijke duikeling wil ze uit alle macht zien te voorkomen, ook tijdens het lopen.