Dit verhaal gaat over een snoek. Ik heb het al aan de grote visser opa verteld en hij vond het een mooi verhaal. Dus dan toch maar.
Zoals jullie weten hebben we een prachtige droomvijver in het bos liggen. Het is ook mijn zorgenkindje, want er is altijd wat mee. Soms overstroomt hij en soms is alle water bijna weg. Dan weer dood ik alle vissen met een zuurstoftekort en dan weer vinden we zonder enige reden twee dode palingen. Elke zomer is de hele vijver dicht met eendenkroos, die ik dan (met een waadpak aan of vanuit de boot) zorgvuldig eruit vis met twee visnetjes. Alleen al het eendenkroos is goed voor avonden vol plezier, rustig eendenkroos vissen en denken dat het nuttig is. En dat is het, voor mezelf, want als er ergens een plek eendenkroos weg is, kan ik uren in het water staren naar de visjes. Allemaal voorntjes, zo'n 20 cm op zijn hoogst, een zilveren visje met rode vinnen.
We hadden altijd veel vis in de vijver. De reiger kwam regelmatig lunchen en dat vonden we goed want er was vis genoeg. Daarbij kwam dat we er niks aan konden doen! Sinds vorig jaar waren er twee snoeken zichtbaar in de vijver. Je kunt ze goed zien, want ze liggen stil, soms bij elkaar, en loeren dan dreigend in het rond (dat laatste verzin ik). Als er dan vis voorbij komt dan maken ze een gigantische juist ja snoekduik. Het geeft een hoop kabaal en de vissen springen boven het water uit van de schrik.
Iedereen vraagt hoe zulke vissen in de vijver komen en dat weten we dus niet. Men zegt dat eenden aan hun poten vaak visseneitjes meenemen, dus dat geloven we dan maar.
Ik vroeg ons pap of dat kwaad kon, die snoeken, maar hij vond dat dat heel goed was voor de vijver: het houdt de visstand gezond. Dus lieten we het maar zo. Ook weer omdat we niet zoveel keus hadden.
Maar dit jaar is het eendenkroos vissen helemaal niet leuk. Als ik een wak had gemaakt en begon te staren, kwam er helemaal geen voorntje meer. En hoe verder ik de vijver vrijmaakte, hoe meer ik zag dat het grootste deel van de vis weg is. Weg! Van de honderden redelijk grote voorntjes waren er nog een stuk of twintig over. Beestjes die niet lekker in zonnige plekjes kwamen luieren, maar alerte beestjes die bij elk zuchtje wind in paniek verdwenen. Ik weet zeker dat het komt van die twee alsmaar groter en dikker wordende snoeken.
En toen bedacht ik de oplossing: vissen! Ik belde neef Roel van RJ. Hij zou toch bij ons komen logeren en vroeg hem of hij op snoek kon vissen. Ja graag, was het antwoord. Hij kwam met drie andere neven en twee hengels. Enthousiast begonnen ze te werpen en in te halen, schattige blinkertjes zwommen pijlsnel door het water en ik wist zeker dat een snoek die niet zou kunnen weerstaan. Helaas deden de neven in het begin alles fout: met de boot in het water gaan en schreeuwen. Ik als dochter van een visser – zelfs ooit koning visser – wist dat het zo niet moest.
Maar 's avonds na het eten begonnen ze opnieuw, en binnen enkele minuten klonk er gekrijs van de vijver.
Een andere neef, die niet eens saus op zijn pasta lust, stelde voor om de vis te roosteren en op te eten.
Helaas wisten de heren de volgende ochtend beide hengels onklaar te maken, dus de tweede snoek zit nog altijd in de vijver. Zijn er nog liefhebbers die willen komen vissen? Gegarandeerd spanning en sensatie. En je mag meteen verse vis blijven eten.
Margriet









