woensdag, oktober 28, 2020

Herfstvakantie

Ik loop een beetje achter, intussen zit het gespuis al weer hoog en hopelijk droog op school:

Camilo op de fiets: “Het is bijna vakantie, ik ben dan jarig, ik moet echt van die daggen gaan genieten!”

Sofía helpt haar broer het vriendenboekje van een klasgenoot in te vullen. Ze vraagt: “Wat wil je later worden, Milo?" Hij: “Puber!”

Camilo: “In de steek laten is als je iemand in het vuur laat.”

Loes neemt een glas Cola Light. Sofía: “Daar zit wel vaseline in, waar je heel erg wakker van wordt.
Of nee, cafeline bedoel ik.”

Milo: “Mam, ik wil jouw geld geven aan de mensen in Syrië.”

Het geloof van Matthias ligt onder hevig vuur. Zijn kleine zus geloofde er al niets meer van, maar het ongelovige nichtje deed hem de das om. Tijdens een autorit met de ouders worden hem de details van het geheim onthuld. Hij: “Hebben jullie dan élk jaar ál die cadeaus gekocht? Wauw, jullie zijn écht rijk!

“Maar... als júllie de cadeaus kochten en de wortels neerlegden enzovoort enzovoort, wát deed Sinterklaas dan al die tijd?”

“Zou Sinterklaas het erg vinden als ik “Jij bent nep” tegen hem zou zeggen? Zou hij dan beledigd zijn? Of gekwetst?”

 “Volgend jaar ben ik dit weer vergeten hoor!”

“Dus T (vriendje) had ál die jaren gelijk...!”

“Als ik nu een dagboek bij me had, zou ik alles opschrijven wat je me nu allemaal vertelt.”
En eenmaal thuis, doet hij het nog ook....:




Enzovoort enzovoort....😰

woensdag, oktober 21, 2020

Op herhaling

Sommige grapjes gaan bij mij in de herhaling. Een gebrek aan creativiteit, ik weet het, maar voor de ontvanger zijn die kringloopgrapjes nieuw en kom ik er gemakkelijk mee weg. Als iemand mij bij kennismaking vertelt waar ie woont (buiten Nijmegen) of welk beroep hij of zij uitoefent, reageer ik dus meestal met "ach, iedereen maakt fouten". De reactie is voorspelbaar (haha) en het ijs is gebroken. 

Bij mijn vrijwilligerswerk in HamburgerHouse (RonaldMcDonaldHuis) maak ik zó vaak kennis met nieuwe gasten, dat het grapje bijna sleets wordt. Ik vraag daar altijd naar de voornamen, die ik vervolgens probeer te onthouden. Dat maakt de omgang in het huis net wat gemoedelijker. Als ik bij de kennismaking maar één van een paartje tref, vraag ik meteen ook naar de naam van de partner. Dat is efficiënt, maar onthoudt vooral makkelijker in combinatie (Roos&Nick, Gert&Anneke etc.). Als ik dan later de partner tegenkom, groet ik die bij naam (gezichtsreactie: "huh, hoe weet hij dat?!"), vervolg met mijn standaardgrapje "ach, ik ben paranormaal begaafd" en dan doet de partner weer haha etc.. 

Zo ook gisteren. Nieuwkomert Annemarie had ik al gesproken, maar toen ik partner Geert aantrof en mijn kringloopriedeltje deed, gaf die geen krimp:

Ik: "Ha Geert...ach... paranormaal begaafd hè"

Geert: "Wist ik, ik heb dat ook."

maandag, oktober 12, 2020

Laat het personeel maar komen!

Milo schrijft ‘oma”,  vraagt: “Is dit oma?” en mompelt na de bevestiging: “Oh! Klein woordje.”

Sofía vertelt een verhaal: “En één minuut later, dat is 60 keer centimeter, kwam de juf al weer terug.”

Aan tafel wordt gesproken over Rusland en Poetin. Camilo wil er alles over weten. Ze leggen uit dat de mensen daar niet in gevaar zijn, maar ook niet vrij. Hij denkt even na en zegt dan, met geheven vingertje: “De mensen in Rusland hebben wel geluk! De baas van Rusland gaat vanzelf dood!”

Aan tafel zegt Loesje: “Fouten zijn helemaal niet erg, van je fouten leer je.”
Camilo: “Dat zeggen mijn juffen ook altijd, maar ze houden niet van veel fouten...”

Milo ligt bij papa en mama in bed. Zegt Loes: “Wat hebben papa en jij zachte voetjes!” Hij: “Jij niet!” Even stil. “Weet je waarom? Jij bent de oudste van dit groepje!”

Loes: “Als de Coronatijd voorbij is, dan gaan wij naar een strand waar jij de hele dag in zee kunt zwemmen!” Milo kijkt op. “Is Syrië dan ook open?”

Sofía: “Moslims geloven in Allah.”
Milo: “Oh! Ik dacht in halal!”

Milo: “Mam, je hebt mooi haar, maar er kunnen wél luizen in komen.”

Op onze zolder stond al zeker 14 jaar een grote pot vol munten, ooit achtergelaten door de vorige bewonder van een Rotterdams appartementje waar onze oudste dochter ná haar studie in Utrecht een klein jaar woonde voor ze naar Delft door-verhuisde. Die pot kwam bij ons op zolder terecht toen de nieuwe eigenares naar de Verenigde Staten vertrok, en haar spullen in Gouda opgeslagen moesten worden.  

Kan iemand het nog volgen? 

Niemand had zich arm genoeg gevoeld om de inhoud van die pot eens nader onder de loep te nemen. Maar nu de Geuro op het punt staat geboren te worden, werd het tijd deze pot aan een inspectie te onderwerpen én een witwasbeurt te geven:

Laat nu ons personeel maar komen! Hun salaris ligt klaar!

zaterdag, oktober 10, 2020

Schrijfster-in-wording

In het kader van de kinderboekenweek heeft de bibliotheek, in samenwerking met de schrijver Michael Reefs, een wedstrijd uitgeschreven: schrijf een hoofdstuk voor een boek over een tijdreiziger die vanuit de toekomst naar 2020 wil terug wil komen. Is dat wel zo'n goed idee? Want wat komt hij dan allemaal aan gevaren tegen? Dat lezen we over een tijdje in 'Een reis terug in de tijd' (het eerste hoofdstuk hier: http://www.michaelreefs.nl/schrijfwedstrijd/hoofdstuk.pdf). Pien greep de uitdaging met beide handen aan, met het hoofdstuk hieronder als resultaat. Ze is vooral trots op het feit dat ze zich exact aan het maximum van 1000 woorden heeft gehouden.

Ik ging naar buiten en deed de deur achter me dicht. Wat was het heerlijk om weer buiten te zijn na al die tijd binnen werken. Ik dacht aan mijn vrienden, wat had ik die lang niet meer gezien! Terwijl ik naar de notenboom liep bedacht ik dat ik de eieren van de kippen nog moest rapen. Ik ging de kooi in en vond tussen de eieren een regenboogkleurig ding. Ik pakte het op en bekeek het goed, het leek wel een buis! Ik nam het mee naar binnen en dacht, die eieren kunnen wel even wachten. Toen ik op de bank zat begon ik het dingetje beter te bekijken. Ik zag iets bewegen en ik keek nog beter. Ik had eigenlijk een vergrootglas nodig, zo klein was het. Toen ik een vergrootglas had gepakt keek ik nog eens. Ik schrok me rot! Er zat een kleine jongen in de buis en ik vond ook een knopje aan de zijkant van de buis. Ik was nieuwsgierig naar wat er zou gebeuren als ik erop zou drukken, dus drukte ik er op. En toen ging alles heel snel: ik werd ineens kleiner of de buis werd groter, dat weet ik niet. Toen ik zo klein of groot was dat ik in de buis kon, ging ik erin. Wat ik toen zag was echt geweldig. Ik was in een cabine en ik zag de jongen, maar nu op normale grootte. Ik vroeg wat hij hier deed en hij zei dat hij moest uitvinden wat er allemaal in 2020 was gebeurd. Toen vroeg ik waarom hij dan naar dit jaar kwam, dit jaar was toch een vreselijk jaar met Corona, overstromingen, die ontploffing in Beiroet en de Australische bosbranden die ondertussen ook al in de Amazone waren. Hij zei dat 2020 in het jaar 2134 – het jaar waar hij woonde – uit het internet was verdwenen en ik moest helpen. Ik vroeg waarom andere kinderen hem niet konden helpen. Hij zei dat hij per ongeluk hier terecht was gekomen. Toen vroeg ik hoe oud hij was en hoe hij heette. Hij was 16 en heette Mike. Mike vroeg aan mij hetzelfde en ik zei dat ik 12 jaar was en Maya heette.
Ik moest alles even op een rijtje zetten: 1. Er was iemand hier die ervoor wou zorgen dat 2020 in 2134 niet van het internet zou verdwijnen. 2. Ik was in een regenboogkleurige buis. 3. Ik moest Mike helpen. Hij zei dat ik mee moest naar zijn tijd, maar ik twijfelde. Ik zou mijn vader, moeder, broertjes en zusje toch niet achter kunnen laten? Ik besloot toch mee te gaan, maar niet nadat ik een briefje had achtergelaten voor mijn ouders, zodat die niet ongerust werden:

Maak je geen zorgen over mij. Ik ben alleen maar even naar de toekomst om 2020 niet van het internet te laten verdwijnen J
Groeten PV…

Halleluja wat een gedraai! Ik was in de toekomst. Bij aankomst draaide ik nog een beetje alsof ik dronken was. Toen ik niet meer duizelig was, keek ik om me heen en zag heel rare dingen. Bijna alles werd door robots gedaan en ik zag overal afval, zelfs nog meer dan bij ons! Nou, dat gebeurt er dus als we niks aan het afval doen.
Mike nam me mee naar het plekje waar de wetenschapper Pekko woonde. Hij had ervoor gezorgd dat Mike me doodleuk mee naar dit tijdperk nam. Toen werd ik boos. “DUS JIJ WOU DAT IK MET HEM MEE KWAM NAAR DIT TIJDPERK!?” Toen ik ‘hem’ zei, wees ik naar Mike. “DUS JIJ WOU DAT IK MIJN OUDERS IN DE STEEK LIET ALLEEN OM 2020 OP HET INTERNET TE ZETTEN! DAT WOU JIJ HÈ?!  JIJ HEBT MIKE GESTUURD!”
“Ja,” zei Pekko kalm. Eigenlijk was ik verbaasd dat hij zo kalm bleef terwijl ik zo aan het razen was. Ik probeerde nu ook kalm te klinken, terwijl ik vanbinnen nog steeds raasde en vroeg: “Nou, wat moet ik doen om te helpen?”
“Je moet met Mike mee naar de mensen van het internet, maar pas op, die mensen zijn niet bepaald vriendelijk!” Dat maakte onze missie spannend, want als we naar mensen moesten die niet vriendelijk waren, dan werd het linke soep. Toen pas merkte ik dat ik honger had. Ik vroeg of er wat te eten was. Er was soep, plastic soep.
Na mijn maaltijd plastic soep – best lekker – gingen we verder. Ik zag heel veel mondkapjes en plastic handschoenen liggen. Als ik thuis was zou ik meteen beginnen met het opruimen van de straat - ik kon er altijd nog soep van maken. Op een gegeven moment stonden we bij een huis dat ik heel goed kende. Ik riep: “Hé, dat is mijn huis, maar dan in de toekomst!” Toen we binnen waren hoorden we iets kraken. Ik schrok me rot! Ik zag een mevrouwtje van ongeveer 117-en-driekwart jaar oud van de trap af komen. Ze had heel weinig grijs haar, in tegenstelling tot haar rimpels, wat die had ze overal. Ik vroeg hoe ze heette. Ze zei: “Ik heet Neeltje.” Ik vroeg ook naar haar achternaam. Dat was Vermeer. Toen bedacht ik dat ik ook een zusje had die Neeltje heette. Ik vroeg of ze ook nog 2 broers en 1 zus had gehad. Ze knikte. Ik vroeg hoe die heetten. Ze zei: “Mijn broers heetten Jeppe en Flinn en mijn zus heette Pien.”
“Maar dan ben jij mijn zusje,” riep ik uit, “alleen dan 115 jaar ouder!”
“Maar jij heet toch Maya?” vroeg Mike.
“Nee,” zei ik, “dat was alleen een schuilnaam, omdat ik niet wou dat jij wist hoe ik echt heette.”
Ik draaide me weer naar mijn oude zusje: “Neeltje, hoezo staat 2020 niet op het internet?” vroeg ik.
“Nou, omdat dat zo’n stom jaar was dat ik niet wilde dat iedereen wist wat er dat jaar was gebeurd,” antwoordde Neeltje.
“Dan snap ik het,” zei ik.
We liepen terug naar de tijdmachine en ik ging terug naar mijn kleine zusje in 2020.

woensdag, oktober 07, 2020

Hamister, the investment advisor

The hamster came to us without warning. Elsa brought it back from the childcare school. She had "bought" it there. 

Elsa's class is Kindergarten 2, which abbreviates to "K2" (De laatste klas van de kleuterschool - group 2 of zo misschien? Ik snap het Nederlandse systeem niet helemaal). Coming January this cohort is moving on to primary school.

A few weeks ago, the school began teaching the children money skills. This will be essential for primary school in Singapore, where you have to pay for your lunch.

Counting in currency doesn't come all that easy when you are 6 years old. In fact, it doesn't come easy to full grown adults. I remember paying at the supermarket 11,15 gulden when my basket of goods was 8,65 gulden. I got a long blank stare and needed to explicitly say "een knaak alstublieft."

The school went down the rabbit hole, by imparting a sense of basic economics. The project quickly took on a life of its own. The children designed their own currency and they coined it "K2-coin". And then, they started making money.

Now, how cool is that? They literally made money - how often in your lifetime can you do that? I immediately tried investing in K2-coin, because bitcoin had proven so lucrative. However, the teacher denied me leveraging our mortgage. So, instead I cheered the kids on with the message that they will blossom into future central bankers. These children cannot possibly do a worse job than the current incompetents.

After their treasury was created, the kids could "work" to earn money. 'sMam immediately yelled: "child labor!" But of course this was nothing of the sort. The children read books to the class and received K2-coin for the effort. They cleaned up the class in return for some K2-coin. They were paid K2-coin for making sport shoes in a bathro... Oh no, so that never happened.

And then they were allowed to spend their hard earned K2-coin. There were pancakes to buy and apple juice and... Elsa bought a hamster.

Saywhat?

Aiden called it a Ham-i-ster, so his name was quickly "Hahmister". I subsequently dubbed it "HaMister SoulSister" to celebrate one of the only two songs over the past 50 years in which the ukulele is appropriate (the other one is REM's losing my religion).

The good news is: Hamister is not alive.

The bad news is: Hamister behaves like it is alive.

Wait. Let me make a video... 1 minute, just to share the gist.


This battery operated machine runs around as if it is some physical incarnation of chaos theory. Seriously, I have been observing Hamister for a while and it moves like the random walk of the stockmarket. And that made me wonder... if I watch it long enough, perhaps I can model it's path, and then use that to somehow predict the price of, say, bitcoin.

Elsa and Aiden also treat this cute little critter like it is alive. "Look, Hamister is trying to escape," said Elsa, while she stuffed it into the ball and Hamister was wheeling its way up and out... And, "I think there is a camera in there, so it can see where it is going." But there is of course no camera. Although made in China, this toy was not designed by Huawei.

Somehow that randomness of movement leaves an impression of determination, however paradoxical that sounds. We-humans are visually oriented and we think associative. It looks like a hamster, it runs like a hamster, so it must be a hamster.

Clearly, I love it. After Elsa and Aiden went to sleep, I let Hamister run around our house. It has visited practically every room we have. A hollow ball, a fluffy gadget with two wheels and one AAA battery. Together, it becomes the embodiment of tireless Brownian motion. I am completely captivated.

Eventually it rolled down a tiny step, into our kitchen. From that it will never recover without help. It is impossible for Hamister to go "up a step", even a sloppy slope would be insurmountable. It is unable to work harder than "default", to attempt reversing that amount of spent entropy. It is very easy to prove that Hamister is not alive. It is just hard to feel that, when you watch it run around.

Observing Hamister is like staring into a crackling campfire, there is this sense of futility, but you just can't not watch. By the way, it is very similar to 'sMam's pool cleaning robot, called Robbie. Robbie is also infinitely watchable, but this toy really looks like an animal. Hamister > Robbie.

Ah, now this is interesting... The hollow ball finally got stuck firmly between the back of our couch and the wall. Hahah... Hamister is locked forever in his little cage, unless I nudge it. Look at it go, frantically rolling around the tiny sphere, like a crazy bee in a jar. Hmmm... Time to short some bitcoin.

donderdag, oktober 01, 2020

Dommes, slimmes én lieves....

Loes: “Hoe was het vandaag op school? Heb je weer leuk met Mason gespeeld?”
Camilo zucht: “Ja, maar ik vind Mason niet meer leuk, want hij doet mij steeds na!”
Loes: “Misschien vindt hij het leuk wat jij doet. Jij doet vast ook wel eens iemand na.”
Hij, vrolijk nu: “Ja! Mason!”

Emma loopt met haar kinderen van school naar huis, Matthias (bijna 8) met vriendje Max, Maren een vriendinnetje bij zich. Emma vraagt van alles, maar ze krijgt alleen antwoord van de jongens. Dat begint op te vallen; Emma wil de meisjes vragen of ze hun tong zijn kwijtgeraakt, maar Matthias is haar voor: “Hebben jullie soms last van je cerebellum? Of nee, van jullie cerebrum? Of van jullie prefrontale cortex?”  (Thema op school: het brein)

Later gaat het gesprek over klasgenootjes. Matthias vertelt: “Melle speelde vroeger met Max, maar tegenwoordig altijd met Mauritzio. Laatst stonden we in de rij en toen hoorde ik Melle tegen Max zeggen dat hij liever naast Mauritzio in de rij wilde staan. Dat vond ik (Matthias) zo erg voor Max. Ik stond zelf in de rij naast Sammy en ik zei tegen hem: “Soms denk ik dat kinderen het niet snappen dat ze andere kinderen heel erg kwetsen...”

woensdag, september 23, 2020

Septemberdommes

Matthias: ”Hoe kunnen de dokters voor mensen met corona zorgen? Dan krijgen ze zelf corona.” Emma legt uit dat ze zijn ingepakt in plastic: plastic pak, bril, handschoenen...
Maren: “Én een plastic hoed! Zo een die jij ook altijd op hebt als je gaat douchen!”

Loes houdt een monoloog tegen Sofía, dat iedereen er anders uitziet en dat het belangrijk om tevreden met jezelf te zijn. Zij: “Je weet niet hoe ik hierop reageer als ik een tiener ben!”

Sofía kijkt een beetje kieskeurig naar de hamburger op haar bord: “Eh, zit hier ook......”
Camilo: “Nee!!! In dit soort vlees zit géén pit, Sofía!”

Loes moet naar een crematieplechtigheid. Sofía weet er alles van: “Ze gaan de vader van ... afbranden!”

Camilo fietst tegenwoordig helemaal zelf - begeleid - naar school. Hij heeft moeite om met zijn fiets van de stoeprand af te rijden en raakt een beetje in paniek: “Mam, hélp me! Het lukt me niet vanaf deze.. eh, rots!”

Milo tegen zijn ouders: “Ik ben zó blij dat jullie getrouwd zijn, anders had ik niet bestonden! Maar ik vind de wereld nog wél een beetje spannend!”

Ik haal Matthias van school en hij komt al zwaaiend op me af, als hij ineens, onverwacht, Toon een eindje verderop óók ziet staan. Zegt ie tegen mij: “Hé! Opa is er ook! Alhoewel ik het met jou ook wel leuk had gevonden hoor, oma.”


 

zondag, september 13, 2020

Te wapen!

Milo: “Bestaat Duistland nog steeds? Maar ze hebben er toch een grote bom op gegooid?”

Hij tekent een boot met een ‘Duiste’ vlag erop. Dan vraagt-ie: “Mama, kan je hier een foto van maken en naar een Duister mens sturen?”

En op speciaal verzoek van Michael: 

Milo en ik hebben uitgebreid een van zijn - door deze oom geschonken - geschiedenisboeken door zitten bladeren. Over de Franse revolutie, met lekker veel soldatenschilderijen met vlaggen, wapens en paarden. De volgende dag zie ik hem opnieuw, en daar komt-ie al met het boek aansjouwen. Milo: “Ik wil weer alles weten over Robespierre”!

donderdag, september 10, 2020

Ten strijde!

 

Sofía (7) kamt haar moeders haren. “Wat zacht!” Zuchtend: “Ik wou dat ik ook Hollands was....”

Milo (4): “Mama, over tien jaar ben ik een meneer.” Loes: “Oh, maar ik wil niet dat je groot wordt....” 
Hij: “Iedereen wordt groot. Romy vond het ook niet leuk, maar papa is ook een meneer geworden.”

Milo: “Als ik later groot ben, 40 of 41, dan koop ik een duurdere auto dan jullie, dan koop ik elektrische auto! Dan hoef ik niks te doen, alleen maar te sturen!”

Milo: “Dat is kook-heetend water!”

Omdat Emma in verplichte quarantaine zit, wordt Matthias (bijna 8) naar huis gebracht door de moeder van een vriendje. Die zegt: “Wij moeten wel meteen door naar ons huis, want ik verwacht een pakketje.” Zegt Matthias: “Oh! Hier haak ik even op in qua pakketjes, want over pakketjes voor mij gesproken: ik heb een verlanglijst voor mijn verjaardag gemaakt en die zal mama jullie nog toesturen!”

Camilo tekent graag oorlogsschepen en vliegtuigen. Daarom heeft ie ook soldaatjes gekregen, in diverse kleuren. “Kijk, dit zijn de Duisters. En dit is de Duiste vlag.”

Hij heeft ook Amerikanen. En een opa die hem het Amerikaanse volkslied heeft laten horen....



zondag, augustus 30, 2020

De laatste uurtjes van de zomervakantie

Matthias, ook weer terug van vakantie, aait Milo over de bol: “Hoe is het, jongen?”

Maren: “Ik moet de hele tijd zo denken, als ik doodga, mag Babyborn (knuffel) dan wel mee in mijn graf?”

Matthias speelt met zijn Romeinen van Playmobiel. Ze voeren oorlog met de piraten. Emma hoort het wapengekletter en de woordenwisselingen tussen de strijders: “Zo, jij vindt dus dat ik dikke billen heb. Heb jij je eigen billen wel eens gezien?”

Loes zucht over Trump: “Toen Obama president was, was de wereld nog goed.”
Sofía: “Hé! Nou beledig je mijn tijd!”

Camilo aan tafel: “Ik wil politie worden.’ Even stil. “Nee, ik wil toch een gewone meneer worden net als papa.” Weer even stil. En daar is de conclusie: “Ik wil niks worden, net als jou, papa!”

Toon en ik bezoeken de Ypjes in het gezelschap van Edouard en Marleen. Daar zijn de kinderen wel even van onder de indruk, ze hebben de Maastrichters zó lang niet gezien! Milo fluistert in Loesjes oor: “Mag ik tegen opa’s jongere broertje zeggen: “Zeg eens raket, je billen staan op internet?”


woensdag, augustus 26, 2020

Singavaria

Katelyn: "Elsa! You spit your phlegm in my sink and didn't wash it down. Next time, please rinse the sink after you use it!"
Elsa: "Oops, okay."
Aiden: "Or you can just use Papa's sink, because he has no problem."

Aiden wrote a book. It is mostly indecipherable scribbles, but when he reads it back, he explains how he wrote Mama, Elsa, Aiden, Papa etc. On the very last page he cleanly wrote two letters: DN. We needed to think a while, but we got it: Say "D.N." out loud in English, and remember it is the last page of his book.

Katelyn dresses Aiden in a short sleeved shirt that he seldom wears. He looks into the mirror and says: "Oh, I have not worn this for many years! I look so pretty. I look like I am 4 years old!"

Erik: "Grrrr, you're so stubborn, you're the most stubborn person I know."
Elsa: "I'm your daughter."

Elsa, after watching my little pony: "We also use the elements of harmony."
Erik: "Pfft, elements of shmarmony. "
Elsa: "Yes, that's mama's harmony. Smamharmony."

Katelyn talks about a friend in covid quarantine in a hotel.
Erik: "Must be terrible... She can't leave that room, for wah... 14 days!"
Elsa proclaims in horror: "What?! And without any toys!"

Aiden drew this, he calls it are u happy. He explains: "are starts with 'a' so i drew an 'a' , for you i wrote 'u', happy starts with 'huh' so i wrote 'h', and py starts with 'p' so I write a 'p'"

As a follow up from earlier comments, here is a dinnerselfie with the grandparents; Oma and Opa are called Poh Poh and Kong Kong:

Playing at their place is good fun, Aiden plays the director:

And Elsa is the performer:

zaterdag, augustus 22, 2020

Ypjes

Camilo (4) zit op de bank mee te kijken naar een stukje persconferentie over Corona. Minister Hugo de Jonge is aan het woord. Opmerkingen van Milo: 

“Is het echt alleen maar dit?”
“Hij lijkt op papa als hij oud is.”
“Mama, hij heeft een tic van praten!”
“Papa, waarom zeggen ze steeds maximaal?”
“Geen feestjes? En mijn verjaardag dan?”
“Mama, gaat dit voor eeuwigheid duren?”

Sofía zit boos op haar kamer. Milo vraagt: ”Mag ik naar binnen?” Loesje zegt: “Nee, doe maar even niet.” Hij: “Maar ik wil haar zeggen: boos zijn hóórt bij het leven!”

Sofía mag twee knuffels kiezen in de kringloopwinkel. Loes: “Thuis maken we ze nog eerst even schoon.” Sofía: “Ik denk dat de winkel dat al heeft gedaan. Ik vind ze piekschoon!”

Sofía: “Ik wou dat vrouwen ook een ei leggen.”

Een buurjongen van 8 komt langs voor een praatje. Hij wil weten of Sofía al kan lezen. Loes: “Ja, ze gaat net als jij in september naar groep 8. Camilo kan nog niet zo goed lezen, maar hij kent al wel veel letters.” Camilo: “Ik kan alleen nog niks lezen met de Griekse y!”

Sofía, na de vakantie: “Ik mis opa en oma. Het zijn ook zulke aardige mensen!"

zaterdag, augustus 15, 2020

Milo vertelt zijn moeder dat hij tijdens de zomerse logeerpartij in Gouda een paar scènes heeft mogen zien uit een film voor 12 jaar en ouder: “Ben Hurk en de Romeiners!”

Milo: “Mama, ken je aliens?”
“Nee, waar komen die vandaan  dan?”
“Eh, uit Zoetermeer!”

Milo wil de pizzabakker zijn uit een IPad-spel, want “die gaat niet dood.”

Milo: “Sofía, later zijn wij niet meer samen hè?”
Loes: “Maar dan zijn jullie nog steeds broer en zus.”
Hij: “Ja, maar wij zijn niet getrouwd!”

Sofía: “Mama weet meer van gevoelens en papa weet meer van de wereld.”

Sofía (7) kiest een liedje op de I-Phone en zegt: “Toen ik 6 was, dacht ik altijd dat de zangers een teken krijgen als ik een liedje kies, dat ze moesten gaan zingen.”

Sofía: “Ik wil wel op Spaanse les!”
Milo: “Ja, ik ook!”
Loes: “Que bien!” Dan, tegen Milo: “Vas a hablar Español?”
Hij is even stil en zegt dan: “Yes!”

Sofía: “Als kinderen thuis met een vriendinnetje spelen, dan doen ze altijd véél brutaler dan op school.“ Loes: “Doe jij dat ook?” Zij: “Jazeker!” Loes: “Waarom eigenlijk?” Sofía: “Dat is een kindermysterie, mama!”

Ze bekijken met z’n allen de plattegrond van de camping in Drenthe. Sofía: “De camping is zo leuk! Ik wil wel in de kaart duiken!”

Loesje legt uit wat er allemaal op de kaart staat: het zwembad, het zwemmeer, de speeltuinen, en zegt: “En we mogen óveral naartoe!” Camilo steekt zijn vingertje op: “Maar niet naar Syrië, dat is dicht!”

Camilo vraagt: “Hoe schrijf je: ‘Ik vind het heel leuk met vakantie?” Loes: “Je begint met de i en de k.”
Hij schrijft op: “ic” en vraagt dan: “En hoe schrijf je: ik houd van snoep maar het is niet gezond?”

Opa en oma zijn ook bij het vakantiehuisje gearriveerd. Ze waren uitgenodigd, omdat de Colombiaanse grootouders, op wie bij het boeken was gerekend, wegens Corona niet konden reizen. Tijdens het eten zegt Milo: “Sofía, durf jij boos te doen tegen mama als opa en oma er zijn?” We moeten allemaal een beetje lachen om deze vraag. Waarom durft hij dat niet? “Dan ben ik bang dat jullie weer weggaan....”


vrijdag, juli 24, 2020

Corona-vrij

Toen de vakantie aanbrak, besloten de oudste drie te gaan snotteren. De richtlijn gebiedt ook bij milde klachten te testen, dus togen wij naar de teststraat in Urmond. Er was een aparte afdeling voor kinderen, dus reden wij lachend langs de file met wachtenden en werden we ontvangen in een keetje naast de twee opgestelde testtenten. Nog lachend om die man die zo met zijn neus wiebelde toen hij wegreed, lopen we de kinderkeet binnen. Twee vrolijke dames in witte pakken, met brillen en mondkapjes ontvangen ons met open armen, maar op gepaste afstand. Flinn neemt als eerste plaats. Bij Pien rollen de tranen over haar wangen. Niet van de verkoudheid, ook niet van angst, maar omdat Flinn precies zo met zijn neus wiebelt als de man waarom we eerder zo moesten lachen. Flinn hoeft niet lang te wachten op zijn revanche: Pien loopt rood aan als bij haar het stokje bijna helemaal in haar neus verdwijnt. We zijn even bang dat de vingers van de testmevrouw ook zullen verdwijnen, maar dat valt gelukkig mee. Jeppe, die zijn twee voorgangers met een steeds bleker toetje heeft gadegeslagen, kiest voor een veilige testplek: bij moeders op schoot. Ook hij houdt zich groot en verdient een dapperheidsdiploma. En omdat ze zo goed heeft toegekeken, mag ook Neeltje een sticker uitzoeken.

Dan begint het lange wachten, want na een test mag je, uit veiligheidsoverwegingen, tot de testuitslag, zo'n 48 uur later, je huis niet uit. We waren toch al niet van plan weg te gaan deze vakantie, dus thuiszitten, daar hadden we al op gerekend. Maar het voelt toch ineens een stuk minder leuk als het verplicht is. Gelukkig weet iedereen zich goed te vermaken: Pien leest in plaats van één, twee boeken uit op een dag, Jeppe maakt zijn vader helemaal in met het spelletje Beverbende, Flinn en Neeltje spelen afwisselend moeder en grootbroer met de poppen of racen met de auto's op de zelfgemaakte racebaan, en als het ze uitkomt, dan combineren ze dat. En ik? Ach, ik vermaak me ook best.

Flinn legt tot in detail uit wat een arena is. En het klopt woord-voor-woord. Als ik hem vraag hoe hij aan die kennis komt, haalt hij zijn schouders op: "Gewoon, wiskunde."

Fenna wordt drie en Neeltje kijkt al dagen uit naar het feestje. Ze is dol op Fenna, want "Fenna is mijn kleine zusje, toch, mama?" Ik leg uit dat dat niet helemaal klopt. Fenna is de dochter van mijn broer Matthijs, dus Neeltje is Fenna's grote nicht. Ze snapt het. "Ik ben de grote nicht van Fenna en Fenna is mijn kleindochter."

Ook Flinn houdt zich zo af en toe bezig met de dood. "Mama, hoe is het eigenlijk om dood te zijn?" Ik leg uit dat niemand dat precies weet, want de doden kunnen het niet meer vertellen en mensen die nog kunnen praten zijn niet dood. Hij snapt het. "Ja, want als je dood bent, dan kan je soms je tong kwijt zijn en dan kan je niet meer praten."

Witte haren en een rendier

I explained to Elsa roughly how the court system works.
Elsa: "So the judge is a bit like a king, like a ruler?"
Me: "Sort of, yes. Maybe you wanna become a judge?"
Elsa: "Nah, it sounds like it is a lot of work."

While we walk to the supermarket, Elsa says that she wants to visit Oma in France. I tell her that we are not allowed to travel due to covid. Elsa: "We can travel to the supermarket, so we should also be able to travel to Oma!"


Aiden: "Can I have the hands and the tizer?" (hand-sanitizer)

Aiden: "Yah the 'eighties' mosquitos carry the dengue everywhere they go." (Aedes mosquito)

And after covid, it's paella time!




donderdag, juli 23, 2020

Het leven is leuk!!

Matthias heeft een periode lang moeite gehad met inslapen, maar de laatste tijd gaat het weer goed. Emma vraagt hem of hij een truc heeft gevonden. Zegt hij: “Nou, ik vertelde aan Maren dat ik niet goed in slaap kon vallen. En toen zei Maren: “Nou, dan moet je gewoon je ogen dichtdoen!”

Sofía krijgt volgend schooljaar twee juffen. Vandaag heeft ze alvast kennis gemaakt. ’s Avonds bij het tandenpoetsen: “Mam, waarom hebben eigenlijk alle juffen dikke billen?”

Camilo is de laatste tijd veel bezig met een moeilijk onderwerp:
“Wat gaan we doen als we dood zijn?”
“Wat moet ik eigenlijk doen als jij dood bent?”

Loes legt uit dat ze nog lang niet dood gaat, en hij zeker niet omdat hij nog een kindje is. Hij: “Ik vind het niet eerlijk als ik straks een baby heb en die heeft dan nog een langer leven...!”

“Ik wil echt niet dat ik dood ga en dat het leven dan afgelopen is. Ik vind het leven zo leuk!”

Verder is hij een waardige achterkleinzoon van zijn overgrootvader: Milo heeft een echte vis gevangen!

dinsdag, juli 21, 2020

De kunst van het stijlvolle ongeluk

Kijk, je zet al opstappend je voet op de trapper en je been vliegt zoals gebruikelijk jongensachtig over je zadel heen. Maar... vandaag is het je tijd voor jouw ongeluk: je opstapvoet schiet van de trappert. Twee benen tegelijkertijd in de lucht, dat is wat veel gevraagd van een geëvolueerd primaat, dus knal je met boodschappentas en al tegen het wegdek. De fiets schiet hard tegen de zorgvuldig geparkeerde auto aan, stuitert terug en je slaagt er maar ternauwernood in om het onbeteugeld stuk techniek te ontwijken. So far so good, geen schrammetje! Alleen... de mannelijke eer hè... total loss... Ik lig doorgaans niet op de straat voor mijn huis.

Wat leren we hiervan? Dat een trapper een bron van gevaar is. Dat je blijkbaar nog verrassend alert je val kan opvangen. Dat je dit soort capriolen het best kunt uithalen naast een oude Toyota waarvan de eigenaar - hé, dat ben ik - niet zo nauw kijkt. Maar bovenal: doe dit vooral om 8.00 uur 's ochtends, zodat niemand het ziet! Ik was nog maar nét opgekrabbeld om wat ijzer te fatsoeneren, of één van de buurvrouwen kwam volkomen onwetend naar buiten. "Morgen buuv!"en dan soeverein opstappen en wegfietsen hè. Niks aan het handje, Fortuna weer een loer gedraaid.

vrijdag, juli 17, 2020

Wat te doen met Marinus en Augusta.....

Een paar weken geleden kregen we een berichtje van Marian - zus van T -, dat ze de zolder weer eens had opgeruimd en of wij iets wilden hebben dat daar al jaren stond, en geen doel leek te hebben. Marian had het voorwerp zelf ooit meegenomen uit de studeerkamer van haar oudste broer, toen na diens  overlijden, zijn hele huis leeggemaakt moest worden. Het was iets wat je niet zomaar ergens neerzet, maar ook niet zonder meer weggooit. 

Het ding belandde bij Marian op zolder en nu wilde ze er zomaar ineens van af. Dat moet je niet tegen mijn echtgenoot zeggen, die zijn bijnaam Toon Tin (naar een Boxtelse dorpsgek) volledig eer aan doet omdat hij bij ons de zolderkasten na het vertrek van onze dochters vol heeft gezet met zijn "archief". Versta daar eenvoudigweg alles onder en dan nog meer. 

Onze oudste dochter deed hem een tijdje na, denk aan het eerder vermelde luciferdoosje met de naalden van een inmiddels gecomposteerde kerstboom, dat ik in haar kast vond toen ze ging studeren en uit huis vertrok. Op dit moment spaart meneertje Tin weer Corona-kranten, die hij - na Corona - van plan is 'allemaal uit te zoeken'. Let wel: er arriveren hier dagelijks twee landelijke dagbladen, een 's morgens en een 's avonds. Ik ben gestopt met op hem te mopperen, maar sla nu slechts nog de ogen ten hemel.

Dat deed ik ook toen Marian haar voorwerp naar ons toebracht. Groot en loeizwaar, om er maar iets neutraals over te zeggen. Lieve hemel, waar moest dat nu weer staan! Bij ons op zolder naast de kerstboomnaaldjes? Dat leek me geen geschikte plek. Daar slapen onze kleinkinderen als ze komen logeren. Op de studeerkamer van onze verzamelgek zelf? Geen plaats voor en tsja, er komt wel eens iemand hem qualitate qua op die kamer bezoeken en die moest eens denken.

Toen bedacht ik een plek buiten, op ons indianenveldje, waar de stokken altijd al klaar voor als de indianen weer komen logeren en hun wigwam in volle glorie weer opgezet moet worden. En zo gebeurde het:
 

Daar stond-ie dan. Niet eens zo gek. Alsof twee kolonisten in de negentiende eeuw, op weg naar Ohio om er een boerderij te beginnen, onderweg op een bende woeste indianen - sorry, native Americans - waren gestuit en ter plekke afgeslacht en daarna keurig in de grond gestopt waren. 

Maar, ik weet het niet. Gisteren kwam de buurman een ladder lenen, en toen moest ik wel uitleggen wat daar stond. En ik moest ineens denken aan Sofía van 7, die een gevoelig hart heeft en laatst drie nachten pas na langdurig snikken insliep, omdat ze in de klas het begin van de GVR-film had gezien en daar nog steeds compleet overstuur van was, op de haar goed uitkomende momenten dan. 

Ik wend me nu dan maar tot jullie, mijn vindingrijke familieleden: wie helpt me uit de brand? Mijn man wil hem niet weggooien, maar waar oh waar kunnen we de steen van Marinus en Augusta zijn laatste rustplaats geven?

 

zaterdag, juli 11, 2020

Julidommes

Loes piekert over een cadeautje voor haar jarige zus. Sofía (7) wil meedenken: “Is zij van de make-up of van de kleren?” en geeft dan zelf antwoord: “Ik denk van de make-up, zo ziet ze er een beetje uit.”

Camilo (4): “Mama, ik ben een beetje de baas over jou en jij een beetje de baas over Sofía.”

Sofía krijgt een nieuw badpak van de Hema. Ze pakt het vast en snuift er diep aan. Zet dan: “Wauw, dit zwempak ruikt naar de vrijheid. Het ruikt naar de winkel en als we daar weer heen mogen is Corona voorbij en mogen we weer opa en oma knuffelen!”

Maren (bijna 6) baalt van de eczeem op haar armpje. Emma zegt dat ieder mens wel ergens last van heeft, of iets dat ie liever anders zou willen. Maren vraagt wat Emma dan heeft en die noemt haar navel-met-operatie-litteken. Maren: “Maar papa dan? Die is wél helemaal perfect!”

Met z’n allen op de fiets door de drukke stad. Vraagt Emma waar ze later zouden willen wonen, in een drukke stad of in de natuur. Maren: “In de stad, want dat vind ik gezelliger.” Matthias (7): “Ik zou later in precies de wijk van opa Toon en oma Beppie willen wonen.” Waarom? “Dan kan ik ook steeds wandelingetjes over de dijk maken.”



maandag, juli 06, 2020

Boeregenen of boerengenen?

I need help with the title, because my Dutch grammar is a leaky affair.

Our kids are bilingual - they speak fluent English and Chinese. I have occasionally been teaching them important Dutch words, like "fiets" en "potverdriedubbeltjes." In fact, scolding children in Dutch comes easy.

I can't sing for shit. Really. I am probably tone-deaf, but being decent with rhythms helps hide a lot of inabilities when you play music together with friends.

In In A Green Field, they mistakenly asked me to do backing vocals once. I warned the band not to go there, but we needed more vocal harmonies in our songs. My personal microphone was mysteriously removed again by the next rehearsal. But I wasn't embarrassed; I felt redeemed.


I sang at our wedding, but I was playback'ing while a real (female) singer sang live behind the curtains. She entered stage after the first verse, much to the entertainment of our guests ("Katelyn plays the drums like a man, and Erik sings like a girl"). If I had been the one singing, then the room would have cleared quicker than if there had been a raging fire.

Yet, in the private quiet of the children's room, I sing lullabies to the kids. This includes many Dutch all-time favorites like Poesje Mauw, Ik Zag Twee Beren en of course Slaap Kindje Slaap.

Today Elsa (6) sings Frozen songs, often extremely loud and very much out-of-tune, and Aiden (3) does everything Elsa does, so we are close to living the kind of nightmare that I made fun of only 6 years ago...


I started wondering, is this nature or nurture?

Recently, and much to our surprise, Elsa started singing Aiden to sleep, and she decided to sing what she has heard...




The next day, Aiden kept singing the song as well. He is clearly influenced by Elsa's version and her lyrical genius. But he actually sounds better - in terms of melody...




But, listen again... They both sing "Doar boiten loopt..." Their Dutch comes with a strong, natural Brabants-farmer's accent. Obviously, I never sang it like that, I have been conditioned over the many years.

So, this is firmly genetics! Our kids are true Termeers, their roots grow deep, down in het Branbantse land.

And after corona is over, they will come to audition with Wooden Ships.